beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/575053 / JE RK 19-1683 datum uitspraak: 30 januari 2020 beschikking in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2013 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] , mr. E.A. KOOL, hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam. Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 15 oktober 2019 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - de briefrapportage van de GI van 9 januari 2020, ingekomen bij de griffie op 10 januari
- Op 30 januari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. A. Aksu, - de bijzondere curator, - een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] , Opgeroepen en niet verschenen is: de vader. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind] woont bij de moeder. Bij beschikking van 15 oktober 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 1 februari
- Het verzoek is voor het overige aangehouden. Het aangehouden verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van negen maanden. De periode tot 5 april 2020 resteert. De GI komt ter zitting tot de conclusie dat de gronden voor een ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn. De moeder is open en transparant. Het lukt niet goed om met de vader in contact te komen. De GI heeft twijfels over de motivatie van de vader om te werken aan contactherstel met [naam kind] . Mocht de vader in de toekomst toch serieus tot een omgangsregeling willen komen, dan zal dit stapsgewijs moeten gebeuren. De standpunten Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. [naam kind] is motorisch en in zijn leerfunctie wat trager geworden. Dit is waarschijnlijk een bijwerking van zijn nieuwe medicatie. In maart zal [naam kind] worden onderzocht bij [naam stichting], gespecialiseerd in [naam ziekte]. Gebleken is dat de moeder goed voor [naam kind] zorgt en zijn ziekte onder controle heeft. Er is geen sprake van een bedreiging in de ontwikkeling van [naam kind] . De omgang tussen [naam kind] en zijn vader loopt niet, maar dit is niet voldoende om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen. De moeder kan zich vinden in beëindiging van de ondertoezichtstelling. De bijzondere curator heeft geen beslissing ten aanzien van de omgang kunnen nemen. Het is niet gelukt om in contact met de vader te komen. Het is spijtig dat de vader vandaag niet op de zitting is om uitleg te geven. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] niet meer in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen waren gelegen in het ontbreken van omgang tussen [naam kind] en zijn vader in combinatie met de gezondheidstoestand van [naam kind] . Omdat spanningen en stress bij [naam kind] een negatief effect kunnen hebben op zijn gezondheid, moest uiterst voorzichtig worden toegewerkt naar contactherstel met de vader. De afgelopen periode is gebleken dat het niet lukt om op regelmatige en constructieve basis met de vader in contact te komen. De vader is vandaag ook niet aanwezig op de zitting, zonder bericht van verhindering. Vast staat dat de moeder goed aansluit bij de behoeften van [naam kind] ; er zijn geen zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. De gezondheid van [naam kind] moet goed in de gaten gehouden worden, echter een ondertoezichtstelling is hiervoor niet vereist. Het enkele ontbreken van een omgangsregeling met de vader is onder de huidige omstandigheden onvoldoende om een ondertoezichtstelling te rechtvaardigen. Uit het voorgaande volgt dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom het resterende deel van het verzoek van de GI afwijzen. De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek van de GI af, voor zover hierop niet eerder is beslist. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2020 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.