RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/590727 / FA RK 20-621 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 februari 2020 betreffende een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd) op verzoek van: het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ, met betrekking tot: [naam cliënte] , geboren op [geboortedatum cliënte] , hierna: cliënte, wonende aan de [adres cliënte] , [woonplaats cliënte] , advocaat mr. J.A. Smits te Rotterdam. 1Procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 4 februari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 12 juni 2018; de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door drs. F. Paker, specialist ouderengeneeskunde van 29 januari 2020; de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 13 januari 2020; de medische informatie met betrekking tot de diagnostiek door drs. P.L. van der Staay, huisarts, 19 maart
- 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020, in de woning van cliënte. Bij die gelegenheid zijn verschenen: - cliënte met haar hierboven genoemde advocaat; - [naam 1] , echtgenoot van betrokkene; - [naam 2] , nicht van betrokkene; - [naam 3] , vriendin van de familie. Tijdens de mondelinge behandeling is de opgeroepen behandelaar niet verschenen. Na overleg met cliënte en haar advocaat is besloten de zitting niet aan te houden, aangezien de medische stukken duidelijk zijn en de betrokken familie van cliënte de medische verklaringen herkennen. 2Beoordeling 2.
- De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënte als gevolg van haar psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap leidt tot ernstig nadeel, de opname en het verblijf noodzakelijk zijn om het nadeel te voorkomen of af te wenden en er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 2.
- Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat cliënte lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. 2.
- Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Bij cliënte is sprake van desoriëntatie in tijd, plaats en persoon. Vanwege incontinentie is sprake van ernstige verwaarlozing van betrokkene zelf, haar bed en de woning. Cliënte is passief en eet en drinkt alleen wanneer dat wordt aangeboden. Cliënte is volledig afhankelijk van haar echtgenoot, die aangeeft dat de thuissituatie onhoudbaar is en vanuit onmacht boos kan worden. 2.
- De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. In de buurt van de woning van cliënte wordt een accommodatie voor jong demente personen opgericht, waar zij binnenkort terecht kan. 2.
- Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 2.
- Gebleken is dat cliënte zich verzet tegen een opname en verblijf in een accommodatie. 2.
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. 3Beslissing De rechtbank: 3.
- verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënte] voornoemd; 3.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 augustus
- Deze beschikking is op 18 februari 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van M.M.P.H. van den Boomen, griffier, en op 20 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.