← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:1912

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaakgegevens: C/10/588171 / JE RK 19-3798 datum uitspraak: 5 februari 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2014 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 december 2019, ingekomen bij de griffie op 18 december

  1. Op 5 februari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] . Opgeroepen en niet verschenen is de vader. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] woont bij de moeder. Bij beschikking van 15 februari 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld, met ingang van 15 februari 2019 tot 15 februari
  2. Het verzoek en het standpunt van de GI De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en toegelicht. Het standpunt van de belanghebbende De moeder heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Zij heeft naar voren gebracht dat de communicatie tussen de ouders niet vlekkeloos verloopt. Het is van belang dat [voornaam minderjarige] ook bij de vader veilig is. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De ouders zijn onvoldoende in staat om op een constructieve wijze te communiceren in het belang van [voornaam minderjarige] . De ouders doen negatieve uitspaken over elkaar in het bijzijn van [voornaam minderjarige] en het opstellen van een ouderschapsplan is tot op heden niet van de grond gekomen. Daarbij verloopt de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader onvoldoende gestructureerd en komt de moeder, hoewel zij liefdevol is naar haar kinderen en zij in staat is om haar aandacht op een leeftijdsadequate manier over haar kinderen te verdelen, overbelast over. Verder zijn er zorgen over de leefomgeving in de thuissituatie van de moeder. De ouders zijn bereid, maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging onder eigen verantwoordelijkheid te doen afwenden. De kinderrechter acht de voortzetting van de betrokkenheid van de jeugdbeschermer van belang om de situatie te monitoren, om de noodzakelijk geachte hulpverlening in te zetten, om de ouders te ondersteunen bij het opstellen van een ouderschapsplan en om de belangen van [voornaam minderjarige] te behartigen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van twaalf maanden. In de komende periode is het van belang dat de ouders zich blijven inzetten om het ouderschapsplan op te stellen en uit te voeren en dat zij zich inzetten om [voornaam minderjarige] op een veilige en onbelaste manier omgang te laten ervaren met de beide ouders. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van twaalf maanden. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 15 februari 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2020 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.G.L. van der Linden als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 februari
  3. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.