← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:2199

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaakgegevens: C/10/591724 / JE RK 20-487 datum uitspraak: 5 februari 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] , [naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2018 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 december 2019, ingekomen bij de griffie op 18 december

  1. Op 5 februari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: de moeder, de vader, een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de ouders. Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de ouders. Bij beschikking van 15 februari 2019 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld, met ingang van 15 februari 2019 tot 15 februari
  2. Het verzoek en het standpunt van de GI De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen voor de duur van één jaar. De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en toegelicht. Het standpunt van belanghebbenden De moeder heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Zij heeft naar voren gebracht dat de situatie is verbeterd. De moeder staat achter het afnemen van een intelligentieonderzoek bij de moeder. De vader heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Hij heeft medegedeeld dat het de goede kant op gaat, maar dat de ouders nog wel hulpverlening kunnen gebruiken. De ouders zetten zich hiervoor volledig in. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er zijn zorgen (geweest) over de vervuilde leefomgeving van de kinderen en over het drugsgebruik van de vader. In de afgelopen periode is er sprake geweest van (prille) positieve ontwikkelingen. De moeder is in staat duidelijke regels te stellen en te handhaven. Daarnaast is de moeder in staat om de kinderen op een leeftijdsadequate manier aandacht te geven. Ondanks dat de moeder erg betrokken is bij de kinderen, komt zij overbelast over. Daarnaast zijn de ouders onvoldoende in staat om deze (prille) positieve ontwikkelingen voort te zetten zonder de inzet van hulpverlening. De ouders zijn bereid, maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging onder eigen verantwoordelijkheid te doen afwenden. De kinderrechter acht de voortzetting van de betrokkenheid van een jeugdbeschermer van belang om de situatie te monitoren, om de noodzakelijk geachte hulpverlening in te zetten en om de belangen van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te behartigen. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling dan ook verlengen voor de duur van één jaar. In de komende periode is het van belang dat de ouders een stabiel opvoedklimaat voor de kinderen creëren en dit weten de behouden door de (prille) positieve ontwikkelingen te laten beklijven. Verder is het van belang dat het intelligentieonderzoek bij de moeder wordt afgenomen, zodat kan worden bezien welke verdere hulpverlening passend is. Daarnaast is het van belang dat er zicht komt op de opvoedersrol van de vader en dat wordt bezien hoe het netwerk op een ondersteunende manier kan worden betrokken bij de situatie. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van twaalf maanden. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 15 februari 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2020 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.G.L. van der Linden als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 februari
  3. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.