Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 20/1010 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 maart 2020 als bedoeld in artikel 8:84, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker, gemachtigde: mr. M. el Idrissi, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 6 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de uitkering van verzoeker op grond van de Participatiewet (Pw) over de periode van 1 oktober 2019 tot en met 31 december 2019 herzien en bepaald dat het als gevolg hiervan teveel ontvangen bedrag aan uitkering ad € 1.033,45 vanaf februari 2020 wordt verrekend. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Ook heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij besluit van 4 maart 2020 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken. Bij brief van 4 maart 2020 heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft in de brief van 4 maart 2020 laten weten geen verweer te voeren tegen een veroordeling tot het betalen van een proceskostenvergoeding van € 525,- voor het indienen van een verzoekschrift. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.