Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/700087-19 Datum uitspraak: 27 februari 2020 Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] (Suriname) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] . 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 februari
- 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. 3Geldigheid dagvaarding Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig is. Beoordeling Niet is gebleken dat de dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend en de verdachte is ook niet ter terechtzitting verschenen. De dagvaarding is daarom nietig. 4Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 5Beslissing De rechtbank: verklaart de dagvaarding nietig. Dit vonnis is gewezen door: mr. V.F. Milders, voorzitter, en mrs. V.M. de Winkel en J.M.L. van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari
- Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij in of omstreeks de maand juni 2018 te Rotterdam en/of te Utrecht, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam bedrijf] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten - tot de afgifte van een geldbedrag van 14.956,78 euro en/of - tot het teniet doen van een inschuld van een geldbedrag van 14.844,22 euro, door - ( daartoe) een vals/vervalst bankafschrift over de periode van 20 mei 2018 tot en met 10 juni 2018 te verstrekken / aan te leveren aan [naam bedrijf] en/of - ( daarbij) (onder andere) op dat bankafschrift een niet bestaande/fictieve bijschrijving van het UWV "Omschrijving SALARIS 05-2018" d.d. 22 mei 2018 ten bedrage van 2.331,48 euro te vermelden en/of - ( aldus) zich voor te doen alsof hij, verdachte, een maandelijks inkomen van het UWV genoot van 2.331,48 euro; art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks 24 september 2018, althans in of omstreeks de maand september 2018, te Rotterdam en/of te Utrecht, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam bedrijf] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het aangaan van een overeenkomst persoonlijke lening met een totaal kredietbedrag van 48.000 euro, - ( daartoe) een vals/vervalst bankafschrift over de periode van 1 augustus 2018 tot en met 31 augustus 2018 heeft verstrekt/aangeleverd aan [naam bedrijf] en/of - ( daarbij) (onder andere) op dat bankafschrift een niet bestaande/fictieve bijschrijving van het UWV "Omschrijving SALARIS 08-2018" d.d. 22 augustus 2018 ten bedrage van 2.398,50 euro heeft vermeld en/of - ( aldus) zich heeft voorgedaan alsof hij, verdachte, een maandelijks inkomen van het UWV genoot van 2.398,50 euro, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht