← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:2396

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10-214610-18 Datum uitspraak: 19 maart 2020 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , zonder bekende woon-of verblijfplaats hier te lande, voorheen ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [voormalig adres verdachte] , [voormalig woonplaats verdachte] . 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart

  1. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde; bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis. 4Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak feit 1 primair Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. 4.
  3. Bewezenverklaring feiten 1 subsidiair, 2 en 3 In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: 1 subsidiair hij op 20 juni 2015 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, als bestuurder van een personenauto, het stuur naar links heeft gedraaid/getrokken en zodoende met een hoge snelheid tegen het politievoertuig, waarin die van [naam slachtoffer 1] en die [naam slachtoffer 2] zich bevonden, is aangereden of aangebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
  4. hij op 20 juni 2015 te Rotterdam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op voor het openbaar verkeer openstaande wegen, waaronder de Bosdreef, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd;
  5. hij op 20 juni 2015 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: 1subsidiairpoging tot zware mishandeling;
  6. overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
  7. overtreding van artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeersweg
  8. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf en maatregel De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft op 20 juni 2015, rijdend onder invloed van alcohol en terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, een stopteken voor een alcoholcontrole genegeerd en is met hoge snelheid weggereden. De verbalisanten zijn in een politievoertuig achter hem aangegaan, waarbij de verdachte wederom meerdere stoptekens heeft genegeerd en met hoge snelheid door het centrum van Rotterdam is gereden. De verdachte heeft er alles aan gedaan om uit handen van de politie te blijven, waarbij hij op enig moment met hoge snelheid tegen het politievoertuig van de verbalisanten is aangereden door naar links te sturen. De verbalisanten hebben als gevolg van die aanrijding slechts met moeite hun voertuig onder controle kunnen houden en hebben voor een ernstig ongeval gevreesd, mede omdat aan beide zijden van de rijbaan bomen stonden. Door te rijden onder invloed van alcohol en zonder geldig rijbewijs heeft de verdachte al blijk gegeven van een miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. Zijn totale verkeersgedrag geeft daarbij nog extra blijk van een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van de veiligheid van andere verkeersdeelnemers en zijn medepassagiers. Het is bepaald niet aan de verdachte te danken dat er geen ernstig verkeersongeval heeft plaatsgevonden. De context waarin dit is gebeurd – een poging te ontsnappen aan een alcoholcontrole – is een omstandigheid die de rechtbank nog als strafverhogend meeweegt. Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank bovendien acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 februari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Een taakstraf, zoals door de officier van justitie geëist, doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten, nog los van de omstandigheid dat de verdachte verstek heeft laten gaan op zitting,geen vaste woon- of verbijfplaats heeft in Nederland en dit de tenuitvoorlegging van een taakstraf ernstig zou hinderen. Gelet op de combinatie van feiten, het onder invloed van alcohol veroorzaken van een ongeval terwijl het rijbewijs van de verdachte ongeldig is verklaard, acht de rechtbank ook een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen een passende maatregel. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel, welke straf hoger is dan de eis van de officier van justitie, passend en geboden. 8Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 45, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176, en 179 van de Wegenverkeerswet
  9. 9Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis. 10Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden; ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 1 (één) jaar. Dit vonnis is gewezen door: mr. C.G. van de Grampel, voorzitter, en mrs. R.J.A.M. Cooijmans en J.S. van den Berge, rechters, in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
  10. hij op of omstreeks 20 juni 2015 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, als bestuurder van een personenauto, plotseling het stuur naar links heeft gedraaid/getrokken en zodoende met hoge snelheid tegen de naast hem rijdende (politie)auto, waarin die Van [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] zich bevonden, is aangebotst of aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 20 juni 2015 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, als bestuurder van een personenauto, plotseling het stuur naar links heeft gedraaid/getrokken en zodoende met een hoge snelheid tegen het politievoertuig, waarin die van [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] zich bevonden, is aangereden of aangebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht) meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 20 juni 2015 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op aldaar voor het openbaar verkeer openstaande wegen, althans op de Bosdreef, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl hij, verdachte, ten einde staandehouding te voorkomen, meerdere stoptekens had genegeerd en met hoge snelheid heeft gereden tijdens een achtervolging door meerdere politievoertuigen, op de Bosdreef naast een politievoertuig rijdend plotseling in de richting van dat politievoertuig heeft gestuurd althans het stuur naar links heeft gedraaid waardoor het door hem, verdachte, bestuurde voertuig tegen dat politievoertuig is aangekomen of aangebotst en/of (aldus doende) meermalen, althans éénmaal, in botsing of aanrijding is gekomen met dat politievoertuig, waardoor de bestuurder van dat politievoertuig zijn voertuig met moeite onder controle kon houden, zulks terwijl hij, verdachte, alcoholhoudende drank had genuttigd; (art 5 Wegenverkeerswet 1994)
  11. hij op of omstreeks 20 juni 2015 te Rotterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen (te weten AM en B) ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op voor het openbaar verkeer openstaande wegen, waaronder de Bosdreef, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd; (art 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994)
  12. hij op of omstreeks 20 juni 2015 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht. (art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.