← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:2874

RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/593430 / FA RK 20-1860 Betrokkenenummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 20 maart 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , gemeente [gemeente] , hierna: betrokkene, wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] , thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen aan de Poortmolen 121, 2906 RN te Capelle aan den IJssel, advocaat mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam.

  1. Procesverloop 1.
  2. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 maart 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 17 maart 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:  een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 17 maart 2020;  de medische verklaring opgesteld door drs. F.C. Karayalcin, psychiater, van 17 maart 2020;  het episode journaal;  de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz. 1.
  3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 maart
  4. Bij die gelegenheid zijn (als maatregel tegen het coronavirus) telefonisch gehoord:  betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;  drs. [naam afdelingsarts] , afdelingsarts, verbonden aan Parnassia Groep. 1.
  5. De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
  6. Beoordeling 2.
  7. Criteria crisismachtiging 2.1.
  8. Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen. 2.1.
  9. Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg. 2.1.
  10. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is op het moment onder invloed van een psychose in het kader van schizofrenie. Betrokkene is erg onrustig als gevolg van de angsten die hij ervaart in het kader van zijn psychose. Betrokkene loopt onrustig over de gangen en praat in zichzelf. Betrokkene kan met zijn gedrag de agressie van anderen over zich afroepen als ook vanuit zijn angst agressief reageren op anderen. Betrokkene heeft een therapieresistente psychose en dient medicamenteus behandeld te worden. Dit is tot op heden nog niet gelukt omdat betrokkene niet regelmatig zijn medicatie inneemt; uit bloeduitslagen blijkt dat zijn waardes te laag zijn. Hoe langer betrokkene in zijn psychose verblijft, hoe meer schade aan de hersenen van betrokkene ontstaat. 2.1.
  11. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie. 2.1.
  12. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 2.
  13. Verplichte zorg 2.2.
  14. Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:  het toedienen van medicatie;  het beperken van de bewegingsvrijheid;  het opnemen in een accommodatie. 2.2.
  15. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. 2.2.
  16. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.2.
  17. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.
  18. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
  19. Beslissing De rechtbank: 3.
  20. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd; 3.
  21. bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.
  22. kunnen worden getroffen; 3.
  23. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 april
  24. Deze beschikking is op 20 maart 2020 mondeling gegeven door mr. D.Y.A. van Meersbergen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C.W. Wapenaar, griffier, en op 25 maart 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.