vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven Vonnis van 1 april 2020 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/546928 / HA ZA 18-299 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COMMODITY LINE B.V., gevestigd te Rotterdam, eiseres, advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam, tegen de vennootschap naar het recht van de plaats harer vestiging KATOLIK GROUP SP. Z.O.O., gevestigd te Kietrz, Polen, gedaagde, advocaat mr. J.B. Houtappel te Rotterdam. Partijen zullen hierna Commodity Line en Katolik Group genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 januari 2018 met producties; het vonnis in incident (bevoegdheid) van 29 augustus 2018 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; het vonnis in incident (vrijwaring) van 7 november 2018 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken; de conclusie van antwoord met producties; de brief van 10 april 2019 waarin de rechtbank partijen oproept voor een comparitie van partijen; de brief van 28 juni 2019 met een productie van Katolik Group; de brief van 1 juli 2019 met producties van Katolik Group; de brief van 10 juli 2019 met producties van Commodity Line; de comparitieaantekeningen van Commodity Line; het proces-verbaal van comparitie van 12 juli 2019 de akte van Commodity Line; met producties de akte van Katolik Group; de antwoordakte van Commodity Line; de antwoordakte van Katolik Group. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Commodity Line houdt zich onder meer bezig met de internationale handel in zaden, waaronder Chiazaad. 2.2. Katolik Group is een groothandel in onder meer zaden, noten en gedroogde vruchten. 2.3. Commodity Line heeft op of omstreeks 6 april 2017 met Katolik Group een koopovereenkomst (Contract from the Day) gesloten op basis van levering DDP Bleiswijk met betrekking tot een partij van 17.000 kg Chiazaad, verpakt in zakken van 25 kg, afkomstig uit Paraguay, voor een kooprijs van € 31.450,00. De partij maakte deel uit van een grotere door Katolijk Group van Ochbody Milota s.r.o. te Tsjechië (hierna: Ochbody) gekochte (grotere) partij waarvan circa 2.000 kg is uitgeladen bij Katolik zelf en 17.000 kg direct is doorgeleverd aan Commodity Line. 2.4. De partij is op 7 april 2017 door de Poolse wegvervoerder afgeleverd bij DL Fresh Logistics B.V. in Bleiswijk (hierna: DL Fresh). Op de CMR vrachtbrief staat bij voorbehoud en opmerkingen van de vervoerder vermeld: “Quality and condition of goods not examined by the carrier. Without responsibility for real contents of package.” 2.5. Commodity Line heeft de lading doorverkocht aan Ҫakirla Ins. Ve Tic. Ltd. Sti te Mersin, Turkije (hierna: Ҫakirla). Op 12 april 2017 is de lading voor transport naar Turkije opgehaald bij DL Fresh. De uitslagbevestiging van DL Fresh vermeldt 170218 als referentie. De CMR vrachtbrief ter zake het wegvervoer naar Turkije vermeldt QFN 170218-005 als referentie. 2.6. Op of omstreeks 17 april 2017 is de lading voor import aangeboden in Turkije. De lading is onderzocht en geweigerd op grond van te hoge aflatoxinewaardes. Het Analysis and Examination Report van de Turkse autoriteiten dateert van 5 mei 2017 en de Import Rejection van 10 mei 2017. 2.7. Bij e-mail van 24 mei 2017 heeft Commodity Line aan Katolik Group verzocht de partij op te halen in Mersin en terug te nemen naar Polen, alsmede het bedrag van € 31.450 aan haar terug te betalen, vermeerderd met een bedrag van € 2.800,00 aan transportkosten. Katolik Group heeft daaraan geen gehoor gegeven. 2.8. De lading is in opdracht van Commodity Line terug getransporteerd naar Nederland in een container deels aan boord van een schip over zee en deels over de weg. De partij is op 21 juli 2017 gelost bij [naam bedrijf] te [plaatsnaam] . 2.9. Op 7 augustus 2017 is de partij in opdracht van Commodity Line door een expert onderzocht. Het analyserapport van 11 augustus 2017 vermeldt dat de monsters te hoge aflatoxinewaardes bevatten en het expertiserapport van 29 augustus 2017 dat de partij al bij aflevering aan Commodity Line op 6 april 2017 te hoge aflatoxinewaardes moet hebben gehad. 3. Het geschil 3.1. Commodity Line vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Katolik Group tot betaling van: € 31.450,00 aan schadevergoeding, met rente; € 4.997,00 aan commissie, (retour)transport, analyse- en bewaarkosten, met rente; € 1.929,95 aan expertisekosten, met rente; € 1.158,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met rente; € 617,10 aan kosten van vertaling van de dagvaarding, per saldo € 40.152,05; - de (na)kosten van het geding. 3.2. Katolik Group heeft de vordering betwist en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Zoals geoordeeld in het incidentele vonnis van 29 augustus 2018, is deze rechtbank bevoegd om van de vordering kennis te nemen. Partijen zijn het eens over de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (WK) en aanvullend Pools recht. 4.2. Commodity Line heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de partij Chiazaad non conform was vanwege te hoge aflatoxinewaardes en dat Katolik Group daarom gehouden is tot schadevergoeding. 4.3. Tot bewijs van de te hoge aflatoxinewaardes beroept Commodity Line zich op de analyserapporten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017. Voor zover Katolik Group heeft bedoeld te betwisten dat deze rapporten op haar partij betrekking hebben, is dat tevergeefs. Uit de door Commodity Line bij akte na comparitie gegeven toelichting en onderbouwing valt het volgende af te leiden. Commodity Line heeft op 6 april 2017 aan DL Fresh verzocht om voor een partij Chiazaad van 17.000 kg uit Paraguay 170218 als laafreferentie te hanteren; niet is in geschil dat dit de partij van Katolik Group moet zijn geweest. De laadreferentie staat achtereenvolgens op de uitslagbevestiging van DL Fresh, de CMR-vrachtbrief ter zake het wegvervoer naar Turkije, de aangifte tot invoer in Turkije en de Import Rejection van 5 mei 2017. Daarbij komt dat de artikelnummers op de inslagbevestiging van DL Fresh dezelfde zijn als die op haar uitslagbevestiging. Verder kan worden vastgesteld dat op de zakken die op 7 augustus 2017 door de expert van Commodity Line zijn bemonsterd labels zaten waarop stond dat de partij afkomstig was uit Paraguay, verpakt was in zakken van 25 kg, in Tsjechië opgeslagen was geweest en bestemd was voor Ҫakirla in Turkije (de koper van Commodity Line). Met dit alles is boven iedere redelijke twijfel verheven dat het in de analyserapporten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017 om de partij van Katolik Group is gegaan. 4.4. Voor zover Katolik Group vervolgens de analyseresultaten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017 heeft bedoeld te betwisten, is ook dat tevergeefs. Op zich is juist dat het in Turkije om een sample is gegaan, maar niet is voldoende betwist dat de bemonstering op 7 augustus 2017 volgens de toepasselijke EU-regelgeving is uitgevoerd en wel aldus dat uit 50 zakken monsters zijn getrokken, die monsters zijn samengevoegd in een grote emmer en daaruit monsters van 1 kg zijn genomen. Daarbij komt dat Katolik Group voldoende gelegenheid heeft gehad om de partij zelf te onderzoeken. Zo had zij de partij zelf kunnen laten ophalen in Turkije en ligt er nog een verzegeld monster in opslag bij de expert van Commodity Line; gesteld noch is gebleken dat Katolik Group heeft gevraagd om een tegenonderzoek aan de hand van dat monster. In het licht daarvan gaat het niet aan om met vage klachten, zoals dat niet duidelijk is hoe de bemonstering en analyse is verlopen, de analyseresultaten te betwisten; het had op haar weg gelegen om met een tegenonderzoek die betwisting handen en voeten te geven. De analyseresultaten worden dan ook voor juist gehouden. Dat is te meer gerechtvaardigd nu de analyseresultaten gelijkluidend zijn en elkaar dus over en weer versterken. 4.5. Daarmee is de volgende vraag of de partij - zoals Commodity Line stelt en Katolik Group betwist - al eerder, namelijk bij aflevering aan Commodity Line besmet was. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Redengevend voor dat oordeel zijn de analyseresultaten van 5 mei 2017 en 11 augustus 2017 in verbinding met de conclusie in het expertiserapport van 29 augustus 2017. Die conclusie is onderbouwd door de waarneming dat het zaad “free rolling” was, hetgeen kennelijk erop duidt dat het zaad niet onder invloed is geweest van de voor een aflatoxinebesmetting noodzakelijke invloed van vocht, zuurstof en (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.