RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/594268 / FA RK 20-2304 Betrokkenenummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 3 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , hierna: betrokkene, wonende en thans verblijvende aan de Kijvelandsekade 1, 3172 AB te Poortugaal, advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.
- Procesverloop 1.
- Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 1 april 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 1 april 2020; de medische verklaring opgesteld door T. de Gooijer, psychiater, van 1 april 2020; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens. 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 april
- Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken in verband met Corona) telefonisch gehoord: betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat; [naam psychiater] , psychiater, verbonden aan Fivoor. 1.
- Het verzoek is tegelijk behandeld met het verzoek van de officier tot het verlenen van een zorgmachtiging, bekend onder zaak- en rekestnummer: C/10/594231 / FA RK 20-
- 1.
- De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
- De beoordeling 2.
- Volgens de medische verklaring en hetgeen ter zitting is besproken staat vast dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens, te weten een neurocognitieve stoornis. 2.
- Omdat voormeld verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene is toegewezen, dient het onderhavige verzoek te worden afgewezen.
- De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 3 april 2020 mondeling gegeven door mr. P. Vrolijk, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 8 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.