← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:3291

RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/594272 / FA RK 20-2308 Betrokkenenummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 3 april 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , hierna: betrokkene, wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] , thans verblijvende in Antes GGZ, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal, advocaat mr. M.D. van Velthoven te Rotterdam.

  1. Procesverloop 1.
  2. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 april 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 1 april 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:  een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 1 april 2020;  de medische verklaring opgesteld door F.C. Karayalcin, psychiater, van 1 april 2020;  de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;  de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens. 1.
  3. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 april
  4. Bij die gelegenheid zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken in verband met Corona) telefonisch gehoord:  betrokkene met zijn hierboven genoemde advocaat;  M. Kupeli, arts, verbonden aan Antes GGZ. 1.
  5. De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
  6. Beoordeling 2.
  7. Criteria crisismachtiging 2.1.
  8. Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen. 2.1.
  9. Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg. 2.1.
  10. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er bij betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing. Daarnaast bestaat er gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Betrokkene is geladen, onrustig en snel boos. Hij is door de politie naar de accommodatie gebracht. Hij was op dat moment dusdanig in de war dat hij direct gesepareerd is en er noodmedicatie is toegediend. Hij slaapt slecht waardoor er sprake is van uitputting. Dit komt voort uit de manie en de onrust die dit veroorzaakt. Naast het slaaptekort en de uitputting die daaruit voortkomt heeft betrokkene de afgelopen tijd zeer slecht gegeten en gedronken. Hij is hierdoor veel afgevallen en zijn nieren hebben hierdoor schade opgelopen. Een somatische oorzaak voor het huidige toestandsbeeld hebben de behandelaren nog niet uit kunnen sluiten. Het is van belang om het toestandsbeeld van betrokkene te stabiliseren en om klinisch verdere diagnostiek uit te voeren. 2.1.
  11. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een paranoïde psychotisch toestandsbeeld. 2.1.
  12. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 2.
  13. Verplichte zorg 2.2.
  14. De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van onderhavig verzoek omdat ambulante behandeling ook mogelijk is. Gelet op het feit dat er nog steeds sprake is van een paranoïde psychotisch toestandsbeeld waaruit ernstig nadeel voortkomt, is de rechtbank van oordeel dat ambulante behandeling nog niet mogelijk is. Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:  het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;  het beperken van de bewegingsvrijheid;  het insluiten;  het uitoefenen van toezicht op betrokkene;  het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;  het opnemen in een accommodatie. 2.2.
  15. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. 2.2.
  16. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.2.
  17. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.
  18. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
  19. Beslissing De rechtbank: 3.
  20. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd; 3.
  21. bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.
  22. kunnen worden getroffen; 3.
  23. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 april
  24. Deze beschikking is op 3 april 2020 mondeling gegeven door mr. P. Vrolijk, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 8 april 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.