← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:3420

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/593886 / JE RK 20-839 datum uitspraak: 6 april 2020 beschikking vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands reisdocument in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] , België. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 26 maart

  1. Op 6 april 2020 zou de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandelen. Omdat in verband met het COVID-19 virus de rechtbanken slechts zeer beperkt toegankelijk zijn, zijn betrokkenen in de gelegenheid gesteld om telefonisch gehoord te worden. De kinderrechter heeft door middel van een conference call telefonisch gehoord: - [voornaam minderjarige] , die telefonisch apart is gehoord, - de vader,- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] . Opgeroepen en niet telefonisch gehoord is de moeder. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft bij de tante vaderszijde. Het standpunt van de vader De vader heeft zich niet verzet tegen het verzoek van de GI. Als [voornaam minderjarige] naar de vader in België komt, heeft zij ook een identiteitskaart nodig. De beoordeling Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter [voornaam minderjarige] , de vader en de vertegenwoordigster van de GI telefonisch gehoord. De kinderrechter heeft telefonisch contact gezocht met de moeder, waarna de partner van de moeder de kinderrechter telefonisch heeft meegedeeld dat de moeder verhinderd was om de kinderrechter te woord te staan. De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling. Op grond van artikel 36, eerste lid, Paspoortwet kan bij de aanvraag voor een reisdocument ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Blijkens het tweede lid van artikel 36 Paspoortwet kan een verklaring van toestemming worden afgegeven op verzoek van een gecertificeerde instelling, als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De kinderrechter heeft geen vergelijk tussen partijen kunnen bewerkstelligen, nu de moeder niet telefonisch bereikbaar was. Ondanks meerdere verzoeken van de jeugdbeschermer daartoe en een schriftelijke aanwijzing van de GI aan de moeder, heeft de moeder geen toestemming verleend voor de aanvraag van een reisdocument voor [voornaam minderjarige] . Hiermee handelt de moeder niet in het belang van [voornaam minderjarige] . Zij belemmert het regelen van belangrijke zaken, zoals het inschrijven van [voornaam minderjarige] bij de tante vaderszijde, het inschrijven op een middelbare school en het regelen van benodigde zorg voor [voornaam minderjarige] . Het is voor [voornaam minderjarige] noodzakelijk dat deze zaken spoedig geregeld worden. De kinderrechter is daarom van oordeel dat het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat zij over een geldig eigen reisdocument beschikt. Gelet op het vorenstaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen in die zin dat vervangende toestemming zal worden verleend voor het aanvragen van een Nederlands reisdocument ten behoeve van [voornaam minderjarige] . De beslissing De kinderrechter: verleent toestemming – welke toestemming die van de moeder vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument, voor de minderjarige [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] ; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 april
  2. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 april
  3. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.