beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/590054 / JE RK 20-194 datum uitspraak: 14 april 2020 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikkingen van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 januari 2020 en 10 februari 2020 en de aan die beschikkingen ten grondslag liggende stukken; - de brief met bijlagen van de Raad van 10 april 2020, ingekomen bij de griffie op 10 april
- De mondelinge behandeling van de zaak stond gepland op 14 april
- Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De kinderrechter heeft de betrokkenen telefonisch, in een zogenoemde conference call, in aanwezigheid van de griffier gehoord. Gehoord zijn: - de minderjarige [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting telefonisch is gehoord, bijgestaan door mr. W.R. Arema, haar advocaat in het kader van haar plaatsing in de gesloten jeugdhulp, - de moeder, - de vader, - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] , - een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), mw. [naam vertegenwoordigster 2] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling Hestia. Bij beschikking van 21 januari 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 april 2020 en is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken. Bij beschikking van 10 februari 2020 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 18 februari 2020 tot 21 april
- Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van zes maanden. De Raad heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] is heel impulsief. Er zijn zorgen over haar beperkte inzicht in haar seksueel grensoverschrijdende gedrag. Er is een veiligheidsplan opgesteld. Er is een aanmelding gedaan bij MST (multisysteemtherapie), waarvoor een wachttijd geldt van twee maanden. Binnen de ondertoezichtstelling kan zicht worden gehouden op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] en het verloop van de MST. De Raad verwacht dat daarna de hulpverlening voortgezet kan worden binnen het vrijwillig kader. Het standpunt van de GI De GI heeft zich aangesloten bij het verzoek van de Raad. De GI is zeer positief over de vooruitgang die [voornaam minderjarige] heeft laten zien. [voornaam minderjarige] heeft ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, maar is zich nu bewust van de gevaren en van de betrokkenheid van haar ouders. Het standpunt van belanghebbenden De ouders hebben ingestemd met de ondertoezichtstelling. De ouders zijn blij dat [voornaam minderjarige] naar huis komt en staan open voor de hulpverlening die nodig is. De beoordeling De kinderrechter is van oordeel dat in deze zaak telefonisch horen voldoende is om tot een goed oordeel te komen over het verzoek en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] heeft zeer zorgelijk en seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond. Zij is beïnvloedbaar en impulsief en zag de gevolgen van haar gedrag onvoldoende in. Daarom is [voornaam minderjarige] op 21 januari 2020 voorlopig onder toezicht gesteld en binnen de gesloten jeugdhulp geplaatst. Hier heeft [voornaam minderjarige] veel geleerd op het gebied van autonomie, emotieregulatie en intimiteit, waardoor een thuisplaatsing, na een relatief korte tijd, mogelijk is. Er is een veiligheidsplan opgesteld om te zorgen dat [voornaam minderjarige] haar positieve ontwikkeling voortzet. Vanwege de zorgelijke situatie ten tijde van de voorlopige ondertoezichtstelling is de kinderrechter van oordeel dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] te waarborgen, de ouders te begeleiden en zicht te houden op de ontwikkeling en veiligheid van [voornaam minderjarige] . Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van zes maanden. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam tot 14 oktober 2020; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020 door mr. M.J.M. Marseille, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 april
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.