beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/588761 / JE RK 19-3901 en C/10/593278 / JE RK 20-730 datum uitspraak: 23 maart 2020 beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2019 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 7 januari 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken; - het verzoek met bijlagen van de Raad van 16 maart 2020, ingekomen bij de griffie op 17 maart 2020. De zaak zou worden behandeld ter terechtzitting van 23 maart 2020. Omdat in verband met het COVID-19 virus de rechtbanken gesloten zijn, zijn betrokkenen in de gelegenheid gesteld om telefonisch te worden gehoord. Op 23 maart 2020 heeft de kinderrechter telefonisch (achtereenvolgens) gehoord: - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] , - een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] , - namens de moeder, haar advocaat mr. M. Verschoor, - de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. R.L.I. Jansen. De kinderrechter heeft na het horen van voornoemde partijen, de beslissing telefonisch aan hen medegedeeld (wederom achtereenvolgens, maar op een andere volgorde dan voornoemd). De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] verblijft bij zijn grootmoeder moederszijde. Bij beschikking van 27 december 2019 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 27 maart 2020. De kinderrechter heeft bij beschikking van 7 januari 2020 de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de oma moederszijde, verleend voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. Het verzoek is voor het overige aangehouden. Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Tevens is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij oma mz, verzocht voor de duur van vier maanden. De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De ouders zijn, ondanks een contactverbod, mogelijk weer bij elkaar. Het is moeilijk om met de moeder afspraken te maken. De moeder zou op termijn begeleid kunnen gaan wonen bij Firmitas, maar hiervoor heeft zij de belangen van [voornaam minderjarige] nog onvoldoende in beeld en heeft zij zich nog niet gemotiveerd opgesteld. De communicatie met de vader verloopt eveneens moeizaam. De vader geeft de oma mz alle schuld van de problematiek. Tussen de oma mz, de vader en de moeder zijn geregeld conflicten. De vader heeft aangegeven dat hij zou willen dat [voornaam minderjarige] bij hem geplaatst wordt. Vooralsnog is er onvoldoende zicht op de opvoedkwaliteiten van de vader en zijn er zorgen over zijn emotieregulatie. Een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader zou ervoor kunnen zorgen dat oma mz negatief wordt bejegend. Dit is niet in het belang van [voornaam minderjarige] . De vader zal worden meegenomen in het perspectiefonderzoek dat de komende vier maanden zal plaatsvinden. De standpunten De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. De situatie tussen de ouders is instabiel. Dit maakt dat er weinig zicht is op hun relatie waardoor het moeilijk is onderlinge afspraken te maken. De komende maanden zal het perspectief van [voornaam minderjarige] moeten worden bepaald. Er zijn geen zorgen over [voornaam minderjarige] bij oma mz. Ondanks dat de moeder ook bij de oma mz in huis woont, neemt de oma mz alle zorg over [voornaam minderjarige] op zich. De moeder kijkt nauwelijks naar [voornaam minderjarige] om. [voornaam minderjarige] heeft één keer per week een begeleid omgangsmoment met de vader. De GI heeft haar twijfels over een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader. De vader kan erg agressief reageren met huiselijk geweld als gevolg. De vader gebruikt softdrugs als medicatie voor zijn ADHD. Het perspectiefonderzoek zal moeten uitwijzen of een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader tot de mogelijkheden behoort. Op dit moment is de plaatsing bij oma mz de beste plek voor [voornaam minderjarige] , maar gelet op de onderlinge conflicten en de aanwezigheid van de moeder in de woning is de vraag of dit op de lange termijn ook nog het geval is. De moeder staat op de wachtlijst van Firmitas voor begeleid wonen, samen met [voornaam minderjarige] . Het is nog onduidelijk wanneer de moeder daar terecht kan. De advocaat van de moeder heeft verklaard dat de moeder geen verweer voert tegen de verzochte uithuisplaatsing van vier maanden, maar dat de moeder het wenselijk vindt dat zij na die periode zelf weer voor [voornaam minderjarige] zorgt. De moeder kan zich erin vinden dat de aankomende vier maanden worden benut voor het uitvoeren van een perspectiefonderzoek. De (advocaat van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.