Rechtbank Rotterdam Team insolventie Rekestnummer: [nummer] BESCHIKKING op het verzoek van: GREEN SUPERFOODS S.A.S gevestigd te Armenia, Quindio, Colombia en DE LOS ANGELES INVESTMENT S.A.S. gevestigd te Bucaramanga, Santander, Colombia, verzoeksters advocaat: mr. J. de Pijper strekkende tot faillietverklaring van: [bedrijf] gevestigd te [plaats] verweerster, advocaat: mr. J. Zijlstra. 1De procedure Ter terechtzitting van 14 april 2020 is de behandeling aangehouden naar 28 april 2020 en vervolgens op verzoek van partijen aangehouden naar 12 mei 2020. De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoeksters en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 12 mei april 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoeksters en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen. Van verzoeksters en verweerster zijn de voornoemde formulieren met bijlagen ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Ter zitting van 12 mei 2020 zijn, conform TARIC, telefonisch gehoord: mr. J. de Pijper, advocaat van verzoeksters; mr. J. Zijlstra en mr. H. Postma, advocaten van verweerster, Green Superfoods S.A.S en De Los Angeles Investment S.A.S. zullen gezamenlijk worden aangeduid als verzoekster, maar afzonderlijk van elkaar als GSF en DLA. De uitspraak is bepaald op heden. 2Standpunten Verzoeksters hebben het faillissement van verweerster aangevraagd stellende dat verweerster verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van verzoeksters, ad USD 57.302 (DLA) en USD 584.814 (GSF), als andere vorderingen onbetaald laat. Verweerster betwist de vorderingen ten dele. De onbetwiste delen van de vorderingen, zijnde USD 200.163 (GSF) en USD 17.173,61 (DLA) zijn na de behandeling op 14 april 2020 voldaan. De andere delen van de vorderingen wordt gemotiveerd betwist en partijen zijn daarover in onderhandeling. Als partijen daar niet uitkomen is de normale civiele procedure de juiste weg om te bewandelen, aldus verweerster. 3De beoordeling Ingevolge artikel 6, lid 3 van de Faillissementswet (hierna Fw) wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in een toestand dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers terwijl tenminste één vordering opeisbaar is. Tijdens de behandeling van het faillissementsverzoek had na een kort, eenvoudig onderzoek van de vordering van verzoeksters moeten blijken. Verweerster heeft de vorderingen deels betaald en het overige deel gemotiveerd en gedocumenteerd betwist. Verzoeksters zijn er niet in geslaagd aan te tonen dat deze betwisting aanstonds verworpen dient te worden. Op basis van summierlijk onderzoek kan thans niet worden geconcludeerd dat het verweer van verweerster in een bodemprocedure zonder redelijke kans van slagen is. Dit maakt dat de rechtbank thans niet kan uitgaan van een vorderingsrecht van verzoeksters, zodat het verzoek reeds op die grond wordt afgewezen en verder onderzoek achterwege kan blijven. 4De beslissing De rechtbank: - wijst af het verzoek tot faillietverklaring. Deze beschikking is op 19 mei 2020 gegeven door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J.P. van Wieringen, griffier.. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.