beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/594621 / JE RK 20-966 datum uitspraak: 15 mei 2020 beschikking verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 7 april 2020, ingekomen bij de griffie op 8 april
- Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De partijen zijn in de gelegenheid gesteld om door de kinderrechter telefonisch te worden gehoord. Op 15 mei 2020 heeft de kinderrechter, in het bijzijn van de griffier, telefonisch gehoord: - [voornaam minderjarige] , die apart is gehoord, - de moeder, - een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [voornaam minderjarige] verblijft bij Stichting Jeugdformaat. Bij beschikking van 23 september 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 23 september 2020 De kinderrechter heeft bij beschikking van 25 november 2019 een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 25 mei
- Het verzoek De GI heeft verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een open instelling te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De standpunten De GI heeft het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] wil graag weer thuis wonen en ook de moeder wil dat [voornaam minderjarige] uiteindelijk weer thuis komt wonen, maar er moet nog veel gebeuren om dit mogelijk te maken. [voornaam minderjarige] geeft zelf aan dat hij wil werken aan het verbeteren van de communicatie tussen hem en zijn moeder. Ook moet hij beter leren omgaan met zijn boosheid. [voornaam minderjarige] kan zelfbepalend gedrag vertonen. Hij houdt zich niet altijd aan de regels thuis en op de groep. Er is Multi Systeem Therapie (MST) aangevraagd om aan bepaalde doelen te werken, maar er is sprake van een wachtlijst. Er wordt daarom ook gekeken naar de mogelijkheden om MultiDimensionele FamilieTherapie (MDFT) in te zetten. Het is van belang dat er zo spoedig mogelijk hulp kan starten. De GI heeft twijfels of Stichting Jeugdformaat de juiste plek is voor [voornaam minderjarige] . Hij heeft duidelijkheid, structuur en regels nodig. De GI wil afwachten wat de effecten zijn van MST voordat een beslissing wordt genomen over een vervolgplek. De moeder heeft ingestemd met het verzoek van de GI. Zij heeft naar voren gebracht dat zij niet tevreden is met de groep waar [voornaam minderjarige] momenteel verblijft. Het ontbreekt aan communicatie en [voornaam minderjarige] krijgt geen regels geboden op de groep. Op 20 mei 2020 zal er een evaluatie plaatsvinden. De moeder wil graag horen wat de groep hun te bieden heeft en wat de mogelijkheden zijn om toe te werken naar huis. Een volledige thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] is op dit moment niet mogelijk, omdat het ontbreekt aan school en dagbesteding. [voornaam minderjarige] heeft wel stappen gemaakt. De communicatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder is verbeterd. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en wat door partijen telefonisch naar voren is gebracht, volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). [voornaam minderjarige] verblijft sinds november 2019 bij Stichting Jeugdformaat. Er bestaan tot op heden zorgen over het zelfbepalende gedrag van [voornaam minderjarige] . Hij houdt zich niet altijd aan de afspraken, zowel thuis bij de moeder als op de groep waar hij verblijft. Voordat er toegewerkt kan worden naar een thuisplaatsing zal er gewerkt moeten worden aan de ouder-kindrelatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. In de komende periode zal er daarom systeemtherapie worden ingezet, in de vorm van MST of MDFT. Er dient onder meer aandacht te zijn voor de communicatie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Ook is het van belang dat [voornaam minderjarige] leert omgaan met zijn boosheid en dat hij leert om gezag te accepteren. De moeder heeft haar zorgen geuit over de groep waar [voornaam minderjarige] momenteel verblijft. Ook vanuit de GI zijn er twijfels of Stichting Jeugdformaat een passende plek is voor [voornaam minderjarige] . Afhankelijk van de resultaten van de in te zetten hulpverlening moet bezien worden of een thuisplaatsing tot de mogelijkheden behoort of dat er wellicht gezocht moet worden naar een andere passende vervolgplek voor [voornaam minderjarige] . Nu een thuisplaatsing op dit moment niet aan de orde is, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De beslissing De kinderrechter: verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 23 september 2020; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 mei
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 juni
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.