RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/596706 / FA RK 20-3503 Betrokkenenummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 19 mei 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam bettrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , hierna: betrokkene, wonende te [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] , thans verblijvende in GGZ Delfland, locatie Dr. Noletstraat te Schiedam, advocaat mr. M.H. de Lange te Vlaardingen.
- Procesverloop 1.
- Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 mei 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 17 mei 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 17 mei 2020; de medische verklaring opgesteld door drs. A. Mirza, psychiater, van 17 mei 2020; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens; 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 mei
- Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was: betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat; [naam psychiater] , psychiater, en [naam arts assistent] , arts assistent, beiden verbonden aan GGZ Delfland. 1.
- De officier is niet telefonisch ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
- Beoordeling 2.
- Criteria crisismachtiging 2.1.
- Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen. 2.1.
- Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaan dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt en met de crisismaatregel het ernstige nadeel kan worden weggenomen. Daarnaast is de crisissituatie dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en is er verzet als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz tegen de zorg. 2.1.
- Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van klachten die passen bij de ziekte van Parkinson en dementie. Volgens de psychiater wordt betrokkene vandaag opnieuw beoordeeld voor een plaatsing in een verpleeghuis. Juridisch gezien is daardoor onderhavig verzoek niet juist. De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang passender is. Gelet daarop wijst de rechtbank het verzoek af.
- Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 19 mei 2020 mondeling gegeven door mr. G.P. van de Beek, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 27 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.