beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/590341 / JE RK 20-246 datum uitspraak: 26 mei 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 31 maart 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken. Vanwege het beleid van de Raad voor de Rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. Gelet hierop heeft de kinderrechter de betrokkenen op 26 mei 2020 telefonisch gehoord. Gehoord zijn: - de moeder, - de vader, - een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] . Hoewel het telefoongesprek ernstig bemoeilijkt werd door hoogoplopende emoties bij de moeder, is de kinderrechter toch van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen, zonder verdere mondelinge behandeling. De feiten Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind] woont bij de moeder, maar verblijft al enige tijd bij de vader. Bij beschikking van 31 maart 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 4 juni
- Het verzoek is voor het overige aangehouden. Het aangehouden verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van één jaar. De GI heeft het aangehouden deel van het verzoek, dat een periode van tien maanden behelst, gehandhaafd en als volgt toegelicht. Zonder ondertoezichtstelling is gebleken dat het voor de ouders lastig is om praktische zaken voor [naam kind] te regelen, waaronder de aanmelding voor een passende school. Ondanks langdurig verzet van de ouders, gaat [naam kind] inmiddels naar speciaal basisonderwijs. Dit heeft haar goed gedaan. Binnenkort moet een schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs gemaakt worden. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer die keuze in goede banen leidt. De verstandhouding tussen de ouders is iets verbeterd. Omdat de moeder veel moet werken verblijft [naam kind] op dit moment bij de vader. De standpunten De moeder is het eens met het verzoek van de GI. De vader is het eveneens eens met het verzoek van de GI. Sinds [naam kind] bij de vader verblijft gaat het volgens hem beter met [naam kind] . De vader heeft twijfels of de jeugdbeschermer voldoende aandacht heeft voor de opvoedsituatie van [naam kind] en wat [naam kind] nodig heeft. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling van het verzoek tijdens het telefoongesprek is gebleken dat [naam kind] nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het lukt de ouders onvoldoende om gezamenlijk beslissingen te nemen die in het belang van [naam kind] zijn en de noodzakelijke hulpverlening te accepteren. Ondanks dat hierin een lichte verbetering zichtbaar is, zijn de ouders nog onvoldoende in staat om hun onderlinge conflicten naast zich neer te leggen, zo is ook tijdens het telefoongsprek gebleken. Het is positief dat [naam kind] inmiddels naar speciaal onderwijs gaat, maar dit is niet zonder slag of stoot gegaan. Binnenkort zal een nieuwe schoolkeuze gemaakt moeten worden voor het voortgezet onderwijs. Het is van belang dat de jeugdbeschermer dit traject begeleidt. Daarnaast is van belang dat de ouders zich meer open stellen voor hulpverlening en de hulpverlening gaan accepteren. De kinderrechter benadrukt dat een goede verstandhouding tussen ouders onderling en tussen de ouders en de jeugdbeschermer voor [naam kind] van groot belang is. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de resterende duur van tien maanden. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 4 april 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2020 door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.