← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:5064

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/596850 / JE RK 20-1397 datum uitspraak: 29 mei 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 18 mei 2020, ingekomen bij de griffie op 20 mei

  1. Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het Covid 19-(corona)virus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De partijen zijn in de gelegenheid gesteld om door de kinderrechter telefonisch gehoord te worden. Op 29 mei 2020 heeft de kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, in een groepsgesprek telefonisch gehoord:- de moeder,- de vader, - een vertegenwoordiger van de GI, [naam vertegenwoordiger] . [naam kind] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De kinderrechter is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – op dit moment voldoende is om tot een goed oordeel te komen en een beslissing te kunnen nemen, zonder verdere mondelinge behandeling. De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders. [naam kind] woont bij de ouders. Bij beschikking van 25 november 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 3 juni
  2. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 3 juni
  3. Het verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van één jaar. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen maanden is toegewerkt naar een terugplaatsing van [naam kind] naar huis. [naam kind] verblijft sinds 15 maart 2020 weer bij de ouders. De komende periode moet hulpverlening worden ingezet voor beide ouders, zodat het in de thuissituatie goed blijft gaan. Er zal hulpverlening vanuit Pameijer worden ingezet. De standpunten De ouders zijn het eens met het verzoek. Het gaat goed met [naam kind] . Hij is heel erg gegroeid. De ouders hebben hulpverlening nodig om ervoor te zorgen dat [naam kind] in de maatschappij kan functioneren. Het is belangrijk dat [naam kind] naar school gaat en zijn diploma gaat halen. De ouders staan open voor de hulpverlening van Pameijer, maar vinden het vooral voor [naam kind] moeilijk dat er veel wisselingen van hulpverleners zijn. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en hetgeen de partijen telefonisch naar voren hebben gebracht, is gebleken dat [naam kind] sinds mei 2019 in een crisisopvang van Pameijer verbleef. Het afgelopen halfjaar heeft hij een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waardoor er toegewerkt kon worden naar een terugkeer naar huis. [naam kind] woont sinds 15 maart 2020 weer bij zijn ouders, waar het redelijk goed gaat. Er is echter nog een aantal zorgen. Het dag- en nachtritme van [naam kind] is omgedraaid en hij is vanwege de coronamaatregelen niet naar school geweest. Ook is [naam kind] nog beïnvloedbaar. Het is belangrijk dat [naam kind] de komende periode naar school toegaat, zodat hij een diploma kan halen. Het lukt de ouders onvoldoende om zelfstandig de zorgen weg te nemen. Daarom is de inzet van een jeugdbeschermer nog noodzakelijk om de ouders te ondersteunen in de opvoeding en om te bezien welke hulpverlening nodig is in het gezin. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [naam kind] daarom verlengen voor de duur van twaalf maanden. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 3 juni 2021; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 mei
  4. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 juni
  5. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.