RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8185656 CV EXPL 19-50896 uitspraak: 29 mei 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., gevestigd te Utrecht, eiseres, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V. te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, procederend in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.
- Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het tussenvonnis van 13 maart 2020 en de daarin genoemde processtukken; de akte uitlating van 1 april 2020 aan de zijde van [gedaagde] ; de rolbeslissing van 17 april 2020; de antwoordakte uitlating van 29 april 2020 aan de zijde van Zilveren Kruis. 1.2 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
- De verdere beoordeling 2.1 In het tussenvonnis van 13 maart 2020 heeft de kantonrechter [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om toe te lichten op welke wijze zij de door haar gestelde opzegging van de aanvullende zorgverzekering heeft verricht. Hierop heeft [gedaagde] bij akte uitlating een nadere toelichting gegeven en één productie ingediend. Zilveren Kruis heeft bij antwoordakte op de nadere toelichting van [gedaagde] gereageerd. 2.2 De door [gedaagde] overgelegde productie bevat een e-mailbericht van 19 maart 2020 tussen [naam 1] en [naam 2] van de Expert Polisadministratie van Cluster Verrassend Gemakkelijke Basis, Divisie Klant en Merkpartners waarin het volgende wordt geschreven: “U verzocht ons een bewijs in te sturen waaruit blijkt dat mevrouw [gedaagde] gebruik heeft gemaakt van de opzegservice. Helaas ik geen bewijzen sturen uit VECOZO. Dit bestaat uit codes dat mogelijk niet genoeg zeggen. Ik heb gezien dat bij ons in het systeem aangevinkt is om de basisverzekering en aanvullende verzekeringen p te zeggen via de opzegservice. In het landelijk systeem Vecozo zie ik alleen een opzegging voor de Basisverzekering. Dus ik neem aan dat iets systeemtechnisch mis is gegaan. Het spijt me u niet meer te kunnen helpen.” 2.3 [gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de premie voor de aanvullende verzekering over de periode van 1 januari 2019 tot 1 juli 2019, omdat zij zowel de basis- als aanvullende verzekering zou hebben opgezegd en bij een andere zorgverzekering een basis- en aanvullende verzekering zou hebben afgesloten. Zilveren Kruis heeft betwist dat er sprake is van een opzegging van de aanvullende verzekering. Volgens Zilveren Kruis valt het haar niet te verwijten dat er bij de opzegging van de aanvullende verzekering iets systeemtechnisch niet goed is gegaan. Daarnaast is [gedaagde] volgens Zilveren Kruis in de brieven van 13 december 2018 en 7 januari 2019 op de mogelijkheid gewezen om alsnog de aanvullende verzekering op te zeggen. Hiervan heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. Hoewel uit het e-mailbericht van 19 maart 2020 blijkt dat [gedaagde] heeft verzocht om ook de aanvullende verzekering op te zeggen, is de kantonrechter van oordeel dat uit het e-mailbericht vervolgens niet kan worden afgeleid dat de aanvullende verzekering bij Zilveren Kruis ook is opgezegd en beëindigd. Uit het bericht blijkt dat er kennelijk iets niet goed is gegaan, waardoor de aanvullende verzekering niet is opgezegd en door is blijven lopen. Dat dit niet goed is gegaan, is een omstandigheid die tegengeworpen kan worden aan degene aan wie de opdracht is gegeven de aanvullende verzekering op te zeggen, maar niet aan Zilveren Kruis die hier geen invloed op uit kon oefenen. Daarnaast heeft Zilveren Kruis ook aan [gedaagde] laten weten dat de aanvullende verzekering niet beëindigd was (de brieven van 13 december 2018 en 7 januari 2019) en hoewel [gedaagde] er vanuit ging en wellicht ook vanuit mocht gaan dat de aanvullende verzekering wel geëindigd was omdat zij gebruik had gemaakt van de opzegservice, had zij toch navraag moeten doen en moeten controleren of één en ander wel goed is gegaan. Nu zij dat niet heeft gedaan is de aanvullende verzekering bij Zilveren Kruis blijven doorlopen en komen de gevolgen van het niet (tijdig) opzeggen van de aanvullende verzekering voor rekening en risico van [gedaagde] . Naast de facturen die zien op het eigen risico voor 2018 zijn dus ook de facturen die zien op de aanvullende verzekering verschuldigd. De gevorderde hoofdsom wordt om daarom geheel toegewezen. 2.4 Zilveren Kruis maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In de door Zilveren Kruis op 31 mei 2019 aan [gedaagde] verzonden aanmaning, die overigens voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Wetboek gestelde eisen, wordt een lager bedrag aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten genoemd dan thans wordt gevorderd. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 48,40 (incl. BTW). 2.5 De gevorderde wettelijke rente tot de dag van dagvaarding van € 2,87 is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar. De rente zal verder worden toegewezen over een bedrag van € 270,13 vanaf de dag van dagvaarding, omdat voor toewijzing van een hoger bedrag geen deugdelijke grondslag is gesteld. 2.6 Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] in de proceskosten van Zilveren Kruis veroordeeld.
- De Beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen kwijting te betalen € 321,40 aan hoofdsom, vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en vervallen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 270,13 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 224,07 aan verschotten en € 144,00 aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk en ondertekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting door mr. A.J.L.M. van der Wildt 44485