RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/595496 / FA RK 20-2907 Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 7 mei 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd) op verzoek van: het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ, met betrekking tot: [naam cliënt] , geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] , hierna: cliënt, wonende en thans verblijvende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] , advocaat mr. C.E. Willemsen te Gorinchem.
- Procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 23 april
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 20 december 2019; de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, van 17 april 2020; de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 22 april
- 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 mei
- Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was: cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat; [naam casemanager] , casemanager, verbonden aan de Swinhove Groep; [naam zoon] en [naam dochter] , zoon en dochter van cliënt.
- Beoordeling 2.
- De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 2.
- Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie (mogelijk de ziekte van Alzheimer). 2.
- Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang en ernstige psychische schade bij een ander. Er zijn geheugenstoornissen bij cliënt geconstateerd en hij is gedesoriënteerd in tijd, plaats en persoon. De echtgenote van cliënt is ook gediagnosticeerd met dementie. Zij dwalen regelmatig samen over straat en kunnen vervolgens de weg naar huis niet meer terugvinden. Soms gebeurt dit laat in de avond of ’s nachts. Zij worden dan in verwarde toestand aangetroffen, waarna zij door (één van) hun kinderen of de politie thuis worden gebracht. Ook heeft cliënt hulp nodig bij zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals wassen en aankleden. Verder is cliënt voor het binnenkrijgen van vocht en voeding afhankelijk van zijn kinderen, die boodschappen doen en eten en drinken voor hem klaarzetten. Hij is de afgelopen periode veel afgevallen. Cliënt heeft geen ziektebesef en -inzicht. 2.
- De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt kan niet meer thuis wonen. Hij heeft 24-uurs zorg en toezicht nodig. 2.
- Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt en zijn echtgenote zijn zorgmijdend. Zij weigeren aanvullende dagbesteding. Verder is er thuiszorg ingezet om cliënt te ondersteunen bij zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen. De thuiszorg wordt echter regelmatig niet binnengelaten door cliënt of thuiszorg kan geen hulp bieden omdat cliënt overdag weg is (hij wandelt veel met zijn echtgenote). Tot slot dreigen de mantelzorgers overbelast te raken vanwege de hoge zorgbehoefte van hun ouders. 2.
- Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij duidelijk verteld het niet eens te zijn met een opname in een verpleeghuis. 2.
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. 2.
- Door en namens cliënt is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het zijn uitdrukkelijke wens is om niet gescheiden te worden van zijn echtgenote. De rechtbank onderschrijft het belang dat cliënt en zijn echtgenote samen blijven. De casemanager heeft toegezegd zich in te spannen een plaatsing in hetzelfde verpleeghuis mogelijk te maken en heeft aangegeven dat er ook uitzicht lijkt te zijn op een zodanige plaatsing. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat er aan de wens van cliënt tegemoet zal worden gekomen.
- Beslissing De rechtbank: 3.
- verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd; 3.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 november
- Deze beschikking is op 7 mei 2020 mondeling gegeven door mr. D.I. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 11 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.