← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:551

vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/550637 / HA ZA 18-503 Vonnis van 22 januari 2020 in de zaak van 1 [naam eiser 1] , wonende te [woonplaats eiser] ,

  1. maatschap [naam eiser 2] gevestigd te [vestigingsplaats eiser 2] ,
  2. maatschap [naam eiser 3] , gevestigd te [vestigingsplaats eiser 3] ,
  3. maatschap [naam eiser 4] , gevestigd te [vestigingsplaats eiser 4] ,
  4. maatschap [naam eiser 5] , gevestigd te [vestigingsplaats eiser 5] , en de eisers 6 tot en met 313 als vermeld in bijlage I van het tussenvonnis van 7 augustus 2019, eisers, advocaat mr. G.D. te Biesebeek te Zwolle, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ROYAL BEL LEERDAMMER BV., gevestigd te Steenovenweg, gedaagde, advocaat mr. J. Fleming te Amsterdam. Partijen zullen hierna eisers en Royal Bel Leerdammer worden genoemd. 1De procedure 1.
  5. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 7 augustus 2019, de brief van 22 augustus 2019 van Royal Bel Leerdammer, de brief van 17 september 2019 van eisers, de brief van 23 september 2019 van Royal Bel Leerdammer, de brief van 25 september 2019 van eisers. 1.
  6. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
  7. Royal Bel Leerdammer verzoekt de rechtbank tussentijds hoger beroep toe te staan van het op 7 augustus 2019 gewezen tussenvonnis. Dit verzoek is binnen de beroepstermijn gedaan. Royal Bel Leerdammer voert onder meer aan dat het tussenvonnis op een onjuiste feitelijke grondslag berust en dat het openstellen van tussentijds hoger beroep doelmatig is. Ter zake dit laatste punt meent Royal Bel Leerdammer dat het opstellen van de benodigde berekeningen arbeidsintensief en kostbaar is terwijl het risico bestaat dat in hoger beroep anders wordt geoordeeld over de vraag of het ledengeld al dan niet onderdeel is van de referentieprijs. 2.
  8. Eisers zijn van oordeel dat onvoldoende grond bestaat voor het toestaan van tussentijds hoger beroep. Eisers voeren onder meer aan dat tussentijds hoger beroep het proces zal vertragen en betwisten dat het maken van berekeningen arbeidsintensief en kostbaar is. 2.
  9. De rechtbank oordeelt als volgt. 2.
  10. In het tussenvonnis is een aantal (eind)beslissingen genomen ter zake (de omvang en berekening van) de tussen partijen overeengekomen melkprijs. Deze beslissingen werken door in de beoordeling van de hoogte van het gevorderde bedrag. Onder meer vanwege het grote aantal eisers en de lange periode (6 jaar) waarop de vordering ziet, acht de rechtbank het aannemelijk dat het maken van concrete berekeningen van de melkprijs een mogelijk omvangrijke investering in tijd en kosten met zich brengt. De veelomvattende discussie tussen partijen over de melkprijs kan in dit geval beter ook in hoger beroep zijn uitgekristalliseerd voordat partijen deze berekeningen maken. 2.
  11. Of uiteindelijk sprake zal zijn van vertraging van het proces valt op voorhand niet te overzien, zodat hieraan geen doorslaggevende betekenis wordt toegekend. 2.
  12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank tussentijds hoger beroep van het vonnis van 7 augustus 2019 toestaan. 2.
  13. Het standpunt van Royal Bel Leerdammer dat het tussenvonnis op een onjuiste feitelijke grondslag berust behoeft thans geen bespreking, nu tussentijds hoger beroep van het vonnis wordt toegestaan. 2.
  14. De wettelijke termijn voor het instellen van het hoger beroep is inmiddels verstreken. Dit laat echter onverlet dat Royal Bel Leerdammer voorafgaand aan de beslissing op haar verzoek tot het toestaan van tussentijds hoger beroep, het rechtsmiddel heeft kunnen instellen. Of dit het geval is, is de rechtbank niet bekend. Royal Bel Leerdammer wordt derhalve verzocht de rechtbank schriftelijk mede te delen of zij hoger beroep heeft ingesteld tegen het tussenvonnis. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen. 3De beslissing De rechtbank 3.
  15. bepaalt dat van het vonnis 7 augustus 2019 hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen, 3.
  16. verwijst de zaak naar de rol van 5 februari 2020 voor uitlaten hoger beroep door Royal Bel Leerdammer, 3.
  17. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. den Hollander, mr. D. van Dooren en mr. W. van de Wetering en in het openbaar uitgesproken op 22 januari
  18. [2872/2457/2983] type: coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.