Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/741031-20 Datum uitspraak: 9 juni 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel, locatie Krimpen aan den IJssel, raadsvrouw mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching, advocaat te Rotterdam. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 juni 2020. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. E.M. Blanken heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 14 maart 2020 te Rotterdam, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 2º en onder 3º van de Wet wapens en munitie, te weten, een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om automatisch te vuren en dat zodanig is vervaardigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is, te weten, een opvouwbaar vuurwapen van het merk IMI, type Uzi met kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad; en voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4º Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de Categorie III te weten, 51 kogelpatronen, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 5. Strafbaarheid feiten Het bewezen verklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6. Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7. Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft in het openbaar een automatisch, opvouwbaar vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Hij bewaarde deze goederen in een boodschappentas en liep daarmee over straat. Naar eigen zeggen werd de verdachte bedreigd en staat hij op een zogenoemde ‘dodenlijst’. Hij droeg het wapen bij zich om degene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.