ECLI:NL:RBROT:2020:6538
RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8453486 VZ VERZ 20-7316 uitspraak: 20 juli 2020 beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , gemeente [gemeente] , verzoeker, gemachtigde: mr. B. Laurman, tegen de stichting Stichting Leonidas facilitair Rotterdam, gevestigd te Rotterdam, verweerster, die niet is verschenen.
Verzoeker wordt hierna aangeduid als ‘ [verzoeker] ’. Verweerster wordt aangeduid als ‘Leonidas’.
1.2 Op 23 juni 2020 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden via een beeld- en geluidverbinding met het programma Skype voor bedrijven (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid). Leonidas is tijdens die zitting niet verschenen. De kantonrechter heeft een nieuwe datum voor de mondelinge behandeling bepaald op 13 juli 2020 en bepaald dat Leonidas hiervoor per deurwaardersexploot diende te worden opgeroepen. Ook bij de mondelinge behandeling op 13 juli 2020 is Leonidas niet verschenen. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. De gemachtigde van [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling de verzoeken toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.
1.3 De datum voor de uitspraak van deze beschikking is (vervroegd) bepaald op heden.
2.1 [verzoeker] is op 1 augustus 2019 voor bepaalde tijd, voor de duur van 10 maanden, bij Leonidas in dienst getreden in de functie van jeugdcoördinator -onderbouw. Het overeengekomen salaris bedraagt € 250,00 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. De arbeidsduur bedraagt 11 uur per week.
2.2 Omdat salarisbetaling uitbleef heeft [verzoeker] bij brief van 24 januari 2020 Leonidas gesommeerd tot betaling van het salaris en de overige emolumenten over de maanden augustus 2019 tot en met januari 2020.
2.3 Bij brief van 13 februari 2020 heeft de gemachtigde van [verzoeker] naast het reeds gevorderde loon en overige emolumenten, - Leonidas tevens gesommeerd tot betaling van 50% wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente. Daarnaast heeft de gemachtigde van [verzoeker] de arbeidsovereenkomst per direct opgezegd vanwege een dringende reden, te weten het niet voldoen van het salaris aan [verzoeker] door Leonidas.
2.4 Leonidas heeft op de brieven van (de gemachtigde van) [verzoeker] niet gereageerd en is ook niet tot betaling overgegaan.
3.2 Aan zijn verzoeken heeft [verzoeker] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat Leonidas gehouden is tot nakoming van haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft dit wel gedaan door de bedongen arbeid te verrichten. Omdat de verschuldigde bedragen niet (tijdig) zijn voldaan, heeft [verzoeker] recht op de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW. Omdat Leonidas [verzoeker] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen, maakt [verzoeker] aanspraak op een vergoeding als bedoeld in artikel 7:677 lid 2 en lid 3 sub BW.
4.2 Door niet te verschijnen op de zitting heeft Leonidas geen vragen van de kantonrechter kunnen beantwoorden en geen inlichtingen kunnen geven. Dat betekent ook dat Leonidas de stellingen van [verzoeker] en de tijdens de mondelinge behandeling gegeven nadere toelichting van [verzoeker] niet heeft weersproken. De kantonrechter verbindt daaraan het gevolg dat Leonidas de stellingen van [verzoeker] niet heeft betwist, zodat die stellingen voor juist worden gehouden.
4.3 De kantonrechter neemt daarom als vaststaand aan dat Leonidas op grond van de per 1 augustus 2019 tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst gehouden is tot betaling van het door [verzoeker] verzochte loon van € 250,00 bruto per maand. [verzoeker] heeft daarnaast recht op een vakantietoeslag van 8 % (artikel 15 lid 1 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag) en op de wettelijke vakantie-uren als bedoeld in artikel 7:634 BW. Als niet weersproken staat verder vast dat de arbeidsovereenkomst als gevolg van de opzegging door [verzoeker] op 13 februari 2020 is geëindigd.
4.4 Het voorgaande brengt mee dat de onder A tot en met C verzochte bedragen als niet weersproken toewijsbaar zijn. Aan [verzoeker] wordt derhalve toegewezen € 1.615,38 aan loon over de periode 1 augustus 2019 tot 13 februari 2020, € 124,97 bruto aan vergoeding voor opgebouwde maar niet genoten vakantie-uren over de periode 1 augustus 2019 tot 13 februari 2020 en € 139,23 bruto aan vakantietoeslag over het hiervoor genoemde loon en de vergoeding voor niet genoten vakantie-uren. Het verzoek tot het verstrekken van een deugdelijke bruto-nettospecificatie van deze bedragen is ook toewijsbaar.
4.5 [verzoeker] verzoekt voorts een vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 en lid 3 sub b BW omdat Leonidas, door het loon niet te betalen, [verzoeker] een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen als bedoeld in artikel 7:677 BW.
Naar het oordeel van de kantonrechter levert het feit dat Leonidas vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst, ondanks herhaalde verzoeken en sommaties van [verzoeker] , geen loon heeft betaald een dringende reden op als bedoeld in artikel 7:679 lid 2 BW. [verzoeker] heeft dus op grond van artikel 7:677 BW op 13 februari 2020 terecht ontslag op staande voet genomen. Nu er geen verweer van Leonidas bekend is, moet eveneens worden aangenomen dat het niet betalen van loon is te wijten aan de schuld van Leonidas, zodat zij door haar schuld aan [verzoeker] een dringende reden heeft gegeven voor ontslag. Leonidas is daardoor op grond van artikel 7:677 lid 2 BW schadeplichtig. [verzoeker] heeft op grond van lid 3 van artikel 7:677 BW recht op een bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd, derhalve over de periode van 13 februari 2020 tot en met 31 mei 2020. De kantonrechter overweegt dat de waarde van gemiddeld per maand op te bouwen vakantie-uren niet als in geld vastgesteld loon gekwalificeerd kan worden. Dat volgt a contrario uit de toelichting bij sub a van het eerste lid van artikel 7:617 BW. De vakantietoeslag wordt wel meegenomen bij de berekening van de hoogte van de schade. Het in geld vastgestelde loon bestaat derhalve uit het bruto loon op het tijdstip van het eindigen van de arbeidsovereenkomst en de vakantietoeslag, zodat de vergoeding wordt vastgesteld op € 955,39 bruto. Dit bedrag zal worden toegewezen.
4.6 [verzoeker] verzoekt om toekenning van de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW. Naar het oordeel van de kantonrechter is het, ondanks herhaalde verzoeken en sommaties structureel niet voldoen van loon, tevens aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:673 lid 1 sub b, onder 1 BW. Aan [verzoeker] die als gevolg van die ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Leonidas de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zal daarom op grond van dit artikel een transitievergoeding worden toegekend. Het door [verzoeker] verzochte bedrag van € 75,00 bruto zal, als niet weersproken, worden toegewezen.
4.7 De wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW wordt toegewezen over de gevorderde (en toegewezen) bedragen aan loon, vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren en vakantietoeslag. Er bestaat geen grondslag voor toewijzing van de wettelijke verhoging over de op grond van artikel 7:677 lid 2 en lid 3 sub b BW aan [verzoeker] toegekende vergoeding nu dit een vergoeding vanwege schadeplichtigheid is en geen in geld vastgesteld loon betreft. De hoogte van het in geld vastgestelde loon is slechts als grondslag gebruikt voor de berekening van de hoogte van de vergoeding. De kantonrechter ziet in de gegeven omstandigheden geen aanleiding tot matiging van de wettelijke verhoging, zodat wordt uitgegaan van een wettelijke verhoging van 50 procent. Dit komt neer op € 939,79 bruto, welk bedrag wordt toegewezen.
4.8 De gevorderde wettelijke rente over de toegewezen bedragen wordt, als niet weersproken en op de wet gegrond, toegewezen, op de wijze zoals hierna bepaald.
4.9 De proceskosten komen voor rekening van Leonidas omdat zij ongelijk krijgt. De proceskosten van [verzoeker] worden vastgesteld op € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde van [verzoeker] . Omdat [verzoeker] procedeert op basis van een toevoeging blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht. De apart gevorderde nakosten zijn eveneens toewijsbaar.
Uitvoerbaar bij voorraad 4.10 Deze beschikking wordt, zoals [verzoeker] vordert, ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat Leonidas aan de veroordeling moet voldoen, ook als, in hoger beroep wordt gegaan tegen deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
34650