ECLI:NL:RBROT:2020:7163
Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/651006-20 Datum uitspraak: 14 augustus 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
NN zich noemende [naam] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in: de Penitentiaire Inrichting Ter Apel, raadsman T.J.F. Wassenaar, advocaat te ‘s-Hertogenbosch.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering van het onder 1 ten laste gelegde feit Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit 4.2.1.
Standpunt officier van justitie Aangevoerd is dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben en het vervoeren van een koffer met 6.800 valse bankbiljetten van 50 Engelse ponden. De verdachte wist dat deze koffer op de achterbank lag van de auto die hij bestuurde en hij had het oogmerk om de valse biljetten als echt en onvervalst uit te geven.
4.2.2.
Beoordeling De rechtbank is van oordeel dat het overduidelijk is dat de in de koffer aangetroffen bankbiljetten niet echt zijn. Dit is in één oogopslag waar te nemen, omdat op de achterzijde van elk biljet in grote grijze letters “FACSIMILE” staat gedrukt en alle biljetten zijn voorzien van hetzelfde serienummer. De biljetten zijn daarmee ongeschikt om door te gaan voor echt geld. Dit betekent dat niet kan worden bewezen dat de verdachte het oogmerk had de biljetten als echt en onvervalst uit te geven.
Wellicht zijn de biljetten aan te merken als drukwerken in een vorm van bankbiljetten zoals bedoeld in artikel 440 van het Wetboek van Strafrecht of is de koffer met geld geschikt als oplichtingsmiddel. Maar dat is niet aan de verdachte ten laste gelegd, zodat de rechtbank daarover niet kan oordelen.
In nieuwe(re) vormen van criminaliteit, zoals beschreven in het proces-verbaal van bevindingen nr. 41 , kan wellicht aanleiding worden gezien om bestaande wetgeving aan te passen. Dit is echter aan de wetgever en niet aan de rechter.
4.2.3.
Conclusie Het onder 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.3.
Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 28 april 2020 te Rotterdam opzettelijk een vals reisdocument en identiteitsbewijs zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
De verdachte is dus strafbaar.
De verdachte had een vals Kroatisch rijbewijs en een valse Kroatische identiteitskaart in zijn bezit en heeft zich daarmee gelegitimeerd toen hij werd staande gehouden door de politie.
Hierdoor heeft de verdachte het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer en in het maatschappelijk verkeer in het algemeen in identiteitspapieren en reisdocumenten dient te kunnen worden gesteld. Door te frauderen met dergelijke documenten wordt het vertrouwen dat burgers en overheidsinstanties in het maatschappelijke verkeer in officiële documenten moeten kunnen stellen, ondermijnd. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.
In strafverzwarende zin neemt de rechtbank bij de strafoplegging mee dat de verdachte onder zeer bedenkelijke omstandigheden is aangehouden. In de auto die de verdachte bestuurde, is namelijk een koffer met een grote hoeveelheid vals geld aangetroffen, waarvan uit de politierapportage volgt dat dergelijke valse biljetten, zeker in de hoeveelheid waarin deze zijn aangetroffen en de wijze waarop deze biljetten in de koffer waren gedaan, bij verschillende andere vormen van strafbare feiten, zoals oplichting, blijken te worden gebruikt.
De rechtbank heeft in een uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 mei 2020, gezien dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Uit het strafdossier volgt echter wel dat de verdachte internationaal (ook onder andere aliassen) bekend is met valsheid in geschrift. De rechtbank neemt dit ten nadele van de verdachte mee in de strafoplegging.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gelet op de LOVS-oriëntatiepunten en de straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.
De rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring en zal mede daarom een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend en geboden.
Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen zwarte iPhone 7, zwarte iPhone 11 en het horloge van het merk Rolex terug te geven aan de verdachte. Ten aanzien van de witte iPhone 6 dient de bewaring ten behoeve van de rechthebbende te worden gelast.
8.2.
Standpunt verdediging De raadsman heeft teruggave van de zwarte iPhone 7, zwarte iPhone 11 en het horloge van het merk Rolex aan de verdachte bepleit.
8.3.
Beoordeling Ten aanzien van de in beslag genomen zwarte iPhone 7, zwarte iPhone 11 en het horloge van het merk Rolex zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
Ten aanzien van de in beslag genomen witte iPhone 6 zal de bewaring worden gelast ten behoeve van de rechthebbende, omdat op dit moment niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.
Dit vonnis is gewezen door: mr. W.A.F. Damen, voorzitter, en mrs. M. Smit en M.J.M. van Beckhoven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Vrind, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 28 april 2020 te Rotterdam opzettelijk een of meer vals(e) en/of vervalst(e) reisdocument(en) en/of identiteitsbewijs/identiteitsbewijs zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten