Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/750190-19 Datum uitspraak: 2 september 2020 Verstek Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam vedachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( Bulgarije ) op [geboortedatum verdachte] wonende op het door de verdachte opgegeven adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , Bulgarije.
- Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 augustus
- Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
- Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde met uitzondering van het onderdeel uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.
- Waardering van het bewijs 4.
- Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
- hij, op 13 mei 2019 te Rotterdam, althans in Nederland, een ander, te weten een persoon met de Albanese nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst, - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en genoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door - bovengenoemd persoon te vervoeren in een personenauto (met Brits kenteken [kentekennnummer] ) door Nederland richting Europoort Rotterdam om vervolgens de veerboot naar Groot-Brittannië te nemen, en - een ticket aan te (laten) schaffen voor de ferry (P&O) van Europoort Rotterdam naar Groot-Brittannië en (aldus) de doorreis en het transport en toegang door/naar Nederland en Groot-Brittannië gefaciliteerd, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.
- Strafbaarheid feit Het bewezen feit levert op: mensenmokkel. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
- Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
- Motivering straf De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel van een persoon met een vals identiteitsbewijs, door hem in zijn auto als bijrijder te vervoeren met als bestemming Groot-Brittannië. Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist en ondermijnd, maar wordt ook bijgedragen aan een illegaal circuit. De verdachte is voorbij gegaan aan dit ontwrichtende karakter van mensensmokkel. De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 juli 2020, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
- Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht.
- Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
- Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht. Dit vonnis is gewezen door: mr. A. Hello, voorzitter, en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. den Haan, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
- hij, op of omstreeks 13 mei 2019 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten een persoon met de Albanese nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst, - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of - uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, te weten Groot-Brittannië en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door - bovengenoemd persoon te vervoeren in een personenauto (met Brits kenteken [kentekennnummer] ) door Nederland richting Europoort Rotterdam om vervolgens de veerboot naar Groot-Brittannië te nemen, en/of - een ticket aan te (laten) schaffen voor de ferry (P&O) van Europoort Rotterdam naar Groot-Brittannië en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het verblijf in Nederland en/of Groot-Brittannië georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis of dat verblijf wederrechtelijk was.