Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/600157-09 (ontneming) Datum uitspraak: 17 september 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde: [naam veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats veroordeelde 1] op [geboortedatum veroordeelde] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] in de Verenigde Arabische Emiraten, gemachtigd raadsman mr. R. van ‘t Land, advocaat te Breda. Inhoudsopgave 1 ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING 3 2 VOORAFGAANDE VEROORDELING 3 3 VORDERING 3 4 WETTELIJK KADER 3 5 UITGANGSPUNTEN VOOR DE BEREKENING VAN HET WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL 4 5.1 Vermogensvergelijking 4 5.2 Aannemelijkheid voordeel uit andere strafbare feiten / periode 5 5.3 Bewijslastverdeling / zwijgrecht 6 5.4 Horen getuigen 7 5.5 Procesrecht 8 5.6 Economische eenheid met (ex-)vriendin 9 6 BEOORDELING EN BEREKENING OP BASIS VAN EEN VERMOGENSVERGELIJKING 9 6.1 Beginvermogen 9 6.2 Legale ontvangsten 10 6.3 Eindvermogen 11 6.3.1 Rekening in Dubai 11 6.3.2 Investering in de bouw van een hotel in Nicaraqua 11 6.3.3 Aankoop onroerend goed in Spanje 13 6.3.4 Aankoop [adres 1] te Scheveningen 14 6.3.5 Aankoop [adres 2] te Vinkeveen 14 6.3.6 Bankrekening in Zwitserland 15 6.3.7 Lening aan [naam persoon 1] en [naam persoon 2] 16 6.3.8 Investering [naam vakantiepark] te Vinkeveen 17 6.3.9 Investering [naam horecagelegenheid 1] te Lelystad 18 6.3.10 Investering [adres 3] te Lelystad woning [adres 3] 19 6.3.11 Investering [adres 4] te Lelystad woning [naam persoon 3] 20 6.3.12 [naam bedrijf 1] te Dubai 21 6.3.13 [naam bedrijf 2] te Dubai 22 6.3.14 Overige bedragen op Dubai-lijsten 23 6.3.15 Resumé totaal eindvermogen 24 6.4 Feitelijke uitgaven aan verbruiksgoederen 24 6.4.1 Investering in inbeslaggenomen partij van 135 kilogram cocaïne 24 6.4.2 Afpersing van de veroordeelde 25 6.4.3 Verduistering door [naam persoon 7] 26 6.4.4 Sweet sixteen party’s ten behoeve van twee kinderen van de veroordeelde 28 6.4.5 Uitgaven voor advocaten en familieleden van medeverdachten 29 6.4.6 Autobezit in Nederland/Spanje/Dubai 35 6.4.7 Uitgaven volgens telecommunicatie in de periode 25 juni 2010 tot en met 13 juli 2010 36 6.4.8 Verjaardagfeest van [naam persoon 4] op 16 april 2011 37 6.4.9 Keuken van [naam (
(10)ruggen, tienduizend (10.000) dollar hebben. Geregeld . S: Vandaag? F: Vandaag. F: En uhh... die uhh.. die is bij hem geweest al. Ze hebben best wel een zware zaak tegen NTV en ze hebben uhh.. S: Wat hebben ze bij hem, alleen bezit of uh... F: Ze hebben hem helemaal gevolgd vanaf uhh... S: Vanaf Sydney.” Op 8 maart 2012 is [naam persoon 26] (zus van [naam persoon 24] ) als getuige gehoord. Zij verklaarde: “U hebt mij tijdens het vorige verhoor een foto laten zien van een man. Ik heb u toen gezegd dat ik hem wellicht wel eens gezien heb maar hem verder nog nooit echt ontmoet had. U vertelt mij dat hij [naam medeveroordeelde] heet, dat wist ik niet. Ik heb deze man wel eens ontmoet. Hij stond op of rond 9 mei 2011, in ieder geval voor 10 mei 2011, voor mijn deur. (…) Hij vroeg aan mij of wij als familie geld hadden voor een advocaat voor [naam persoon 24] . Ik gaf hem aan dat we dit niet hadden. Hierop pakte hij een pak geld uit zijn zak en legde dit op tafel. (…) Hij gaf aan dat dit geld was bedoeld om de advocaat van [naam persoon 24] te betalen. Hij zei tegen mij dat het 5.500 euro was . Hij zei tegen mij dat de familie de advocaat moest betalen met het geld dat ik van hem kreeg. Vrijwel meteen nadat ik het geld had gekregen is hij vertrokken. Toen hij weg was heb ik gelijk het geld geteld. Ik ben bijna honderd procent zeker dat het 110 briefjes van 50 euro waren.” Gezien het vorenstaande is het aannemelijk dat een bedrag van 10.000,00 Australische dollars is overgemaakt door of in opdracht van de veroordeelde. Tegen de toenmalige koers van € 1,00 = AUD 1,34 was dat omgerekend en afgerond € 7.400,00. Kennelijk is ook door [naam medeveroordeelde] € 5.500,00 in contanten overhandigd aan [naam persoon 26] , als betaling voor de advocaten van [naam persoon 24] . Aannemelijk is ook dat dit geld afkomstig is van de veroordeelde. Aannemelijk is dus dat in totaal een bedrag van € 12.900,00 door de veroordeelde is betaald ten behoeve van [naam persoon 24] . Betalingen aan de advocaat van [naam persoon 9] (en/of [naam persoon 10]) via [naam persoon 27] In een OVC-gesprek van 29 juni 2011, tussen de veroordeelde en [naam persoon 28] , wordt gezegd: “(…) E: te bellen ? F: te contacten ja, het is eindelijk geregeld met die (slecht te verstaan), die advocaten, jongen wat een gevecht jongen E: wat F: ja die gozer daar, die zou die 40 ruggen afgeven , maar dat is nog steeds niet gebeurd weet je, (ntv) lastig weet je nou heb ik contact gehad met die gozer en die heeft voor 100 procent beloofd, dat hij het zaterdag eh regelt. (ntv) E: heeft hij het er heen gebracht? Of niet? F: nee, het ligt er allemaal al E: Waarom brengt ie het niet dan F: Ja die man moest nog (ntv) ...een buurman /buurland (fon), E: Maar heb hij het geld al F: Ja het geld is daar al E: Maar heb hij dat geld al? F: ja die man, maar de advocaat nog niet, maar die advocaat begint lastig te worden, ik had [naam persoon 27] zijn vrouw had ik al aan de deur met een briefje, dat de advocaat niet geregeld was en eh... (…) F: Dus (ntv) weet ik niet, dat komt van die telefoon van de Rooie, ze wisten dat een afspraak met advocaat, advocaat ..ntv..had afgelegd tijd en plek en alles had hij over de telefoon gezegd. Dus eh...ja net weer bij de vrouw van [naam persoon 27] geweest want die was ook weer aan de deur geweest...die advocaat... E: Zijn eigen vrouw? F: Zijn eigen vrouw. Alles is geregeld woensdag ...ntv wordt het allemaal betaald, ..in principe moet alles geregeld zijn.” Gelet op dit OVC-gesprek is het aannemelijk dat de veroordeelde een bedrag van 40.000,00 heeft uitgegeven en verstuurd naar Zuid-Amerika (Peru), bedoeld als betaling voor de advocaten van [naam persoon 10] en/of [naam persoon 9] . Onbekend is om welke valuta het gaat. Aangezien de veroordeelde over een betaling die hij op 23 februari 2012 deed sprak over 10 ruggen (hier over 40 ruggen en een rug = 1000) waarvan bleek dat dit US$ waren en er in Peru ook met US$ kan worden betaald, is het aannemelijk dat het hier ook om US$ gaat. Tegen de toen geldende koers is dit een bedrag van € 30.000,00. Betalingen aan de advocaat van [naam persoon 10] Kort na de aanhouding van [naam persoon 10] en [naam persoon 9] op 18 februari 2011 in Peru, wordt hierover tussen 22 februari 2011 en 25 februari 2011 uitgebreid gecommuniceerd. Over en weer wordt tussen diverse partijen gesproken over diverse bedragen (400, 5000, 1000) waarvan wordt getracht deze over te boeken naar Peru voor [naam persoon 10] . Het lukt kennelijk niet om in één keer het beoogde bedrag van 10.000,00 te betalen. In onderstaand OVC-gesprek van 24 februari 2011 tussen [naam persoon 28] en de veroordeelde, wordt het volgende gezegd: “E:.. goh wat erg zeg voor die Rooie F: NTV drie dagen ...geen oog dicht gedaan, helemaal aangeslagen E: Als je hem er nou niet uit krijgt F:Als ik hem daar niet uit krijg weet ik niet of we hem ooit weer terugzien E: dat we hem nooit meer terug zien F: Dat overleeft ie toch niet, hoe moet je nou overleven daar, het eerste wat ze daar kopen is van hun laatste geld een mes, heb je dat wel eens gezien die lik daar in Lima, ik ben nou in een heel ver stadium, op het mensen rechterlijke kunnen we hem er uit trekken E: ja F: kost wel wat maar dat komt wel goed Daar ben ik nu druk mee bezig ...Ben ook blij dat ik nu mook hier ben Ben volop met de advocaat bezig ,... tis het slechtste wat je in je leven kan overkomen, daar dan, erger bestaat niet E: en die broer ook F: ja E: die krijg je er ook uit? F: ja, maar hoofdzaak is [naam persoon 13] natuurlijk , schijt aan die broer, als ik hem mee kan pakken, dan pak ik hem mee, maar weg komt ie dan nooit E: Jij kan er niet meer heen? F: nee (…) F: ik heb gisteren nog 10 ruggen moeten overboeken naar een advocaat .” Dat het om dollars gaat blijkt uit het gesprek van 22 februari 2011 tussen de veroordeelde en [naam persoon 29] (broer van [naam persoon 13] ) waarin de veroordeelde zegt: “geef alles maar even aan [naam medeveroordeelde] door. [naam persoon 29] gaat [naam medeveroordeelde] een sms sturen. sms met naam van de advocaat western union lima en dan 10.000 us dollar dat ie dat regelt.” Omgerekend met de toen geldende koers was dit een bedrag van afgerond 7.500 euro. Blijkens onderstaand telefoongesprek van 13 maart 2011 maakt [naam persoon 29] op of rond 13 maart 2011 een bedrag van € 11.250,00 (US$ 15.000,00) over naar de advocaat van [naam persoon 10] . Gezien het feit dat de veroordeelde wil dat [naam persoon 29] laat weten of het gelukt is, is aannemelijk dat dit geld feitelijk afkomstig is van de veroordeelde. Van de rekening ( [rekeningnummer 2] ) van [naam persoon 29] komt het bedrag in ieder geval niet. Telefoongesprek 13 maart 2011: [naam medeveroordeelde] vraagt of [naam persoon 29] die overboeking heeft gedaan. [naam persoon 29] vraagt welke [naam medeveroordeelde] bedoelt, naar die advocaat? [naam medeveroordeelde] vraagt het bij iemand bij hem op de achtergrond, hij vraagt hoeveel dat was. De persoon op de achtergrond bij [naam medeveroordeelde] is niet te verstaan. [naam medeveroordeelde] zegt vervolgens: van die 20. [naam persoon 29] zegt dat hij 15.000,= dollar over heeft gemaakt naar die advocaat. [naam medeveroordeelde] zegt dat [naam persoon 29] even moet wachten. Vervolgens wordt de telefoon over gegeven aan 023 [naam veroordeelde] en heeft [naam veroordeelde] een gesprek met [naam persoon 29] . [naam veroordeelde] vraagt of [naam persoon 29] “hem” nog gesproken heeft. [naam persoon 29] zegt dat “hij” drie keer heeft gebeld. [naam persoon 29] zegt dat de nieuwe advocaat het over gaat nemen, die Engels talige. (…) [naam veroordeelde] zegt dat hij van de week bij de advocaat was en er moest nog een overboeking gebeuren...van 20. [naam persoon 29] zegt dat hij er niks van weet, maar hij zal contact opnemen met [naam 2] / [naam 3] (fon). [naam persoon 29] zegt dat het geen probleem is, ze kunnen gewoon overmaken. [naam persoon 29] zegt dat zijn vader ook een eigen dollarrekening heeft dus... [naam veroordeelde] zegt een paar keer asl je dat wil doen... [naam veroordeelde] zegt dat hij dan morgen met [naam 4] (fon) Als [naam persoon 29] hem dan dan even wil laten weten als dat gelukt is. Dat is goed. [naam veroordeelde] zegt dat zij gewoon zorgen voor eten/drinken en van alles. En dan hij daar comfortabel zit. [naam veroordeelde] zegt dat het verder allemaal prima verloopt. [naam persoon 29] zegt dat ze het bespreken als hij terug is. Blijkens onderstaand OVC-gesprek van 12 september 2011 is in de eerste week van september 2011 nogmaals een bedrag van 40.000,00 door de veroordeelde verstuurd naar Zuid-Amerika (Peru) ten behoeve van de advocaten van [naam persoon 10] c.q. de omkoping van een rechter. Ook hierbij wordt ervan uitgegaan dat het een betaling van US$ is geweest en dat dit omgerekend € 30.000,00 betreft. In een OVC-gesprek van 12 september 2011, waaraan onder andere de veroordeelde en [naam persoon 30] deelnemen, praat de veroordeelde over betalingen die hij heeft gedaan ten behoeve van [naam persoon 10] als volgt: “D: Rechter is omgekocht? F: ja die rechter is omgekocht en belangrijke papieren weg vorige week zijn er weer 40 ruggen die kant op gegaan , het is niet zo dat je ze een paar miljoen moet betalen, het is te overzien maar anders doe je ook dan, D: ja (…)” Conclusie Na de aanhouding van [naam persoon 10] zorgt de veroordeelde er voor dat zijn advocaten in Peru worden betaald. In februari 2011 heeft hij € 7.500,00 (US$ 10.000,00) over laten maken. In maart 2011 wordt er € 11.250,00 (US$ 15.000,00) overgemaakt. In september 2011 is er nogmaals € 30.000,00 (US$ 40.000,00) overgemaakt voor [naam persoon 10] (en/of [naam persoon 9] ). Het is dus aannemelijk dat in totaal een bedrag van € 48.750,00,00 door de veroordeelde is uitgegeven ten behoeve van het betalen van kosten van rechtsbijstand voor [naam persoon 10] (en/of [naam persoon 9] ). 6.4.6 Autobezit in Nederland/Spanje/Dubai Hierna worden 19 auto’s beschreven waarvan bekend is geworden dat deze door de veroordeelde zijn aangeschaft voor eigen gebruik, door hem zijn betaald maar bij anderen dan bij hem in gebruik zijn of op naam van anderen staan in Nederland, Spanje en/of Dubai. Het is aannemelijk dat de uitgaven voor deze auto's contant zijn gedaan dan wel per bank, maar dat daar een contante uitgave door de veroordeelde aan ten grondslag lag. Eerder genoemde [naam persoon 16] heeft twee auto’s van het merk Mercedes gekocht bij ‘ [naam autobedrijf 3] ’ in Nederland en deze vermoedelijk uitgevoerd naar Spanje. Deze twee auto’s zijn vervolgens bij de veroordeelde in Spanje aangetroffen en inbeslaggenomen. Deze twee auto’s zijn in deze paragraaf in de berekening meegenomen en niet in paragraaf 6.3.12 ‘ [naam bedrijf 1] te Dubai’. Er is dus geen sprake van een dubbeltelling. [ afbeeelding document met auto's en kentekennummers] Bij aanvulling op de conclusie van antwoord stelt de verdediging dat zij doende is geweest en zal blijven om nadere informatie c.q. stukken te verzamelen ter onderbouwing van haar verweren, maar deze stukken zijn nooit overgelegd. Gelet op vorenstaande gegevens, waarover de veroordeelde geen uitleg heeft willen geven, is het aannemelijk dat de veroordeelde een uitgave van in totaal € 776.051,63 heeft gedaan ter zake van de aanschaf van auto’s. 6.4.7 Uitgaven volgens telecommunicatie in de periode 25 juni 2010 tot en met 13 juli 2010 In genoemde periode zijn onderstaande telefoongesprekken over uitgaven gevoerd. [afbeelding lijst met namen van personen en telefoongesprekken] In verband met het risico van dubbeltelling zijn, in het voordeel van de veroordeelde, de rood gekleurde bedragen niet meegenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het totaalbedrag van € 422.302,00 wordt als onvoldoende gemotiveerd betwist opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.8 Verjaardagfeest van [naam persoon 4] op 16 april 2011 Het bedrag van € 4.300,00 voor het verjaardagfeest van [naam persoon 4] is door de verdediging in het geheel niet betwist en wordt dus opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.9 Keuken van [naam (
- ex)vriendin veroordeelde] aan de [adres 5] te Amstelveen Het bedrag van € 13.641,50 voor genoemde keuken is door de verdediging evenmin betwist en wordt dus opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.10 Uitgaven opleiding ten behoeve van de drie kinderen van de veroordeelde in de periode 16 juni 2009 tot en met 5 juli 2011 Uit opgenomen en afgeluisterde (tele)communicatie alsmede uit in Dubai aangetroffen stukken tijdens een doorzoeking op 15 november 2011, is gebleken dat de uitgaven voor de opleidingen van drie kinderen van de veroordeelde - aan de [naam school 1] en aan het [naam school 2] te Hilversum - ook door hem werden gedaan vanaf bankrekeningen op zijn eigen naam bij de Dubai Bank. Deze bankrekeningen werden gevoed door contanten van de veroordeelde die door zijn zus [adres 3] en anderen werden meegenomen naar Dubai om daar op diverse rekeningen te worden gestort. Het totaalbedrag van € 101.058,66 wordt als onvoldoende gemotiveerd betwist opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.11 Minimale kosten van levensonderhoud volgens het NIBUD vanaf 1 januari 2006 tot en met 15 november 2011 Het totaalbedrag van € 80.096,92 is door de verdediging in het geheel niet betwist en wordt dus opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.12 Loungestoelen appartement in gebruik bij de ouders van de veroordeelde Tijdens een doorzoeking in het appartement van de veroordeelde in appartementencomplex [naam appartementencomplex] in Torremolinos werd een bestelformulier van 2 mei 2007 aangetroffen voor levering van twee loungestoelen voor een bedrag van € 2.264,00 op naam van [naam persoon 31] (de vader van de veroordeelde). Aan dit bestelformulier zat een ontvangstbewijs voor een bedrag van € 1.000,00 als aanbetaling op de bestelling van de loungestoelen. Volgens een aantekening op de order lijkt de levering te zijn gedaan op 4 juni 2007. De aantekening luidt: “100% bet. 04/06/’07 geen bet bew.ontv.” met een paraaf van de letters H en J. Gezien de aantekening is er kennelijk voor de restbetaling van € 1.264,00 bij aflevering geen ontvangstbewijs verkregen. Gezien het feit dat het bestelformulier voor de loungestoelen zich in het appartement bevond waar de veroordeelde zelf verbleef, terwijl de stoelen zich in één van zijn andere appartementen bevonden, is het aannemelijk dat de veroordeelde ook voor deze loungestoelen heeft betaald. Voor de uitgaven gemoeid met de aankoop van de loungestoelen wordt dan ook een bedrag van € 2.264,00, als onvoldoende gemotiveerd betwist, opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.13 Uitgaven reizen via reisbureau [naam reisbureau] Wanneer door de veroordeelde, zijn gezin, familieleden en/of vrienden moest worden gereisd, dan werden de tickets hiervoor vrijwel altijd door eerder genoemde [naam medeveroordeelde] geregeld. Uit opgenomen en afgeluisterde (tele)communicatie bleek dat hij deze tickets sinds 2009 boekte bij [naam reisbureau] reisbureau in Amsterdam. In 2007 had de veroordeelde zelf ook weleens een ticket bij [naam reisbureau] geboekt. Zonder uitzondering werden de reiskosten contant voldaan. Het gaat om de volgende bedragen: Op 17 januari 2011 werd [naam medeveroordeelde] aangehouden ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie en witwassen. Naast diverse vuurwapens werd tijdens de doorzoeking van zijn woning een factuur van 27 mei 2009 van reisbureau [naam reisbureau] aangetroffen. Deze factuur was gericht aan de veroordeelde. De factuur vermeldt een boeking voor in totaal 18 met name genoemde personen in het [naam hotel/resort] in Monaco, rondom de 39ste verjaardag van de veroordeelde. De personen die in de boeking worden genoemd betreffen gezins- en familieleden en vrienden van de veroordeelde. Het merendeel van het gezelschap maakt ook deel uit van zijn criminele organisatie. Het totaalbedrag van de factuur is € 14.094,00. Uit bij [naam reisbureau] in beslaggenomen gegevens komt naar voren dat door [naam medeveroordeelde] op twee manieren tickets bij [naam reisbureau] zijn gekocht. a. bij diverse luchtvaartmaatschappijen die fysiek worden uitgedraaid en b. via internet bij met name luchtvaartmaatschappij Transavia. Met het boeken van genoemde tickets was een totaalbedrag van € 196.525,39 gemoeid. In totaal wordt voor de reizen een bedrag van € 210.619,39 (€ 196.525,39 + € 14.094,00) als onvoldoende gemotiveerd betwist opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit bedrag betreft een minimumpositie aangezien reizen die, blijkens diverse opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken, door de veroordeelde en anderen zijn gemaakt naar bijvoorbeeld Aruba, Suriname, Thailand, Venezuela en Ibiza en waarvan de kosten door de veroordeelde zijn betaald, niet zijn meegenomen. 6.4.14 Vakantiereis van [naam persoon 6] en partner naar de Malediven en Dubai Eind 2009 en met de jaarwisseling 2009/2010 is de ex-vrouw van de veroordeelde, eerder genoemde [naam persoon 6] , met haar partner op vakantie geweest naar de Malediven en naar Dubai. Deze reis en hotels zijn door de veroordeelde betaald. Het was een verjaardagscadeau aan [naam persoon 6] en haar partner mocht op kosten van de veroordeelde mee, aldus de verklaring van de partner van [naam persoon 6] bij de politie. Datum Omschrijving Bedrag 23 t/m 29 dec. 2009 Hotelovernachting 6 x US$ 1.000,00 € 4.200,00 29 dec. 2009 t/m 1 jan. 2010 Hotelovernachting Burj Al Arab 3 x € 1.176,00 € 3.528,00 Tickets € 2.416,26 Totaal € 10.144,26 Het totaalbedrag van € 10.144,26 wordt als onvoldoende gemotiveerd betwist opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.15 Vakantiereis van de veroordeelde, zijn partner en kinderen naar de Malediven… In een telefoongesprek van 8 november 2010, om 08.28 uur, tussen de veroordeelde en eerder genoemde [naam medeveroordeelde] wordt onder andere over de aanstaande reis naar de Malediven gezegd: “(…) C: Ik ben bezig voor die NTV Malediven. Je zal wel zeker moeten zijn of je l of 2 kamers moet hebben en om hoeveel personen dat het gaat. J: Het gaat om twee huisjes, waterhuisjes, watervilla’s. En het gaat om [naam (
- ex)vriendin veroordeelde] en voor mijn 2 kinderen en voor [naam kind 1] en [naam kind 2] . De kinderen zijn vanaf de 18de vrij. Het gaat dan om 18 tot 23. De veroordeelde zegt het liefst met Business Class en hij wil het verschil weten met economisch. (...)” Op 15 december 2010 is de veroordeelde met vakantie vertrokken naar Dubai en aansluitend naar de Malediven. Tijdens deze reis wordt hij vergezeld door zijn partner [naam (
- ex)vriendin veroordeelde] en hun twee kinderen. In afgeluisterde tapgespreken wordt er over gesproken om op 2 januari weer terug te zijn in Nederland. Datum Omschrijving Bedrag 15 dec. 2010 t/m 23 dec. 2010 Hotelovernachting Burj Al Arab 8 nachten x 2 à € 1.176,00 € 18.816,00 23 dec. 2010 t/m 2 jan. 2011 Hotelovernachting 10 x US$ 1.000,00 x 2 € 14.000,00 Tickets € 8.499,36 Totaal € 41.315,36 Het totaalbedrag van € 41.315,36 wordt als onvoldoende gemotiveerd betwist opgenomen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. 6.4.16 Resumé totale feitelijke uitgaven aan verbruiksgoederen In onderstaande tabel zijn alle bedragen die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven opgesomd: Omschrijving Bedrag Investering in een partij van 135 kilogram cocaïne uit Peru € 48.937,00 Afpersing van de veroordeelde € 7.500.000,00 Verduistering door [naam persoon 7] € 7.000.000,00 Uitgaven voor sweet sixteen party’s tbv twee kinderen van de veroordeelde € 51.364,05 Uitgaven voor advocaten en familieleden medeverdachten € 174.150,00 Uitgaven voor autobezit in Nederland/Spanje/Dubai € 776.051,63 Uitgaven genoemd in telecommunicatie van 25/06/2010 - 13/07/2010 € 422.302,00 Uitgaven voor verjaardag [naam persoon 4] € 4.300,00 Uitgaven voor keuken tbv [naam (
- ex)vriendin veroordeelde] [adres 5] te Amstelveen € 13.641,50 Uitgaven voor opleidingen van de drie kinderen van de veroordeelde € 101.058,66 Uitgaven voor levensonderhoud volgens het NIBUD 2006-2011 € 80.096,92 Uitgaven voor loungestoelen voor de ouders van de veroordeelde € 2.264,00 Uitgaven voor reizen via [naam reisbureau] € 210.619,39 Uitgaven voor vakantie Malediven en Dubai tbv [naam persoon 6] en partner € 10.144,26 Uitgaven voor vakantie Malediven van de veroordeelde en zijn gezin € 41.315,36 Totaal € 16.436.244,77 7. SCHATTING WEDERRECHTELIJK VERKREGEN VOORDEEL Gezien het voorgaande kan het door de veroordeelde in de periode van 18 december 2000 tot 15 november 2011 geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel naar het oordeel van de rechtbank als volgt worden berekend: Beginvermogen (6.1) € 0,00 Legale ontvangsten [naam (
- ex)vriendin veroordeelde] (6.2) € 101.900,00 Eindvermogen (6.3.15) € 33.821.426,36 - Beschikbaar voor het doen van uitgaven aan verbruiksgoederen (negatief) € 33.719.526,36 Uitgaven aan verbruiksgoederen (6.4.16) € 16.436.244,77 + Wederrechtelijk verkregen voordeel € 50.155.771,13 8. VASTSTELLING VAN HET TE BETALEN BEDRAG 8.1 Overschrijding van de redelijke termijn Standpunt verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat de redelijke termijn ex artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in aanzienlijke mate is overschreden en dat dit dient te leiden tot een compensatie van 10% op het vast te stellen ontnemingsbedrag. Beoordeling De Hoge Raad heeft in zijn standaardarrest van 17 juni 2008 overwogen dat de redelijke termijn in ontnemingszaken begint op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aanhangig zal worden gemaakt. Dat moment zal in de regel niet samenvallen met dat waarop de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn in de met de ontnemingsvordering samenhangende strafzaak begint. Het is aan de feitenrechter om, gelet op de omstandigheden van het geval, dit moment vast te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank is de redelijke termijn aangevangen op 27 oktober 2015, omdat op die datum de ontnemingsvordering aan de veroordeelde is betekend. In deze zaak is sprake van bijzondere omstandigheden, nu het rapport op 8 oktober 2015 is afgerond waarna op 31 mei 2017 een tussenvonnis is gewezen. Vervolgens is op 21 september 2017 een aanvullend rapport uitgebracht waarna op 20 april 2018 wederom een tussenvonnis is gewezen. Daarop zijn in oktober en november 2018 op verzoek van de verdediging getuigen bij de rechter-commissaris gehoord. Vervolgens werd de inhoudelijke behandeling van de ontnemingsvordering op 13 december 2019 aangehouden in verband met ziekte van de raadsman. Gelet op de aanvangsdatum en genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn in aanzienlijke mate is overschreden en dat deze overschrijding matiging van het vast te stellen ontnemingsbedrag tot gevolg moet hebben. De rechtbank zal daarom de verplichting tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet opleggen gelijk aan het hiervoor vermelde bedrag waarop het als wederrechtelijk verkregen voordeel (tenminste) is geschat, maar dat bedrag verminderen met 1%, welk bedrag vervolgens wordt afgerond op € 501.558,00 Het bovenstaande heeft tot gevolg dat de rechtbank aan de veroordeelde de verplichting zal opleggen om een bedrag van afgerond € 49.654.213,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat te betalen. Bij deze beslissing zijn de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde in aanmerking genomen. 9. GIJZELING Met ingang van 1 januari 2020 is het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. De rechtbank zal daarom bij het opleggen van de maatregel ook de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd. 10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN Deze beslissing is gegrond op artikel 36e (oud) van het Wetboek van Strafrecht. 11. BESLISSING De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op afgerond € 50.155.771,00 (zegge: vijftig miljoen honderdvijfenvijftig duizend zevenhonderdéénenzeventig euro); - legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van € 49.654.213,00 (zegge: negenveertig miljoen zeshonderdvierenvijftig duizend tweehonderddertien euro); - bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 (zegge: duizendtachtig) dagen. Dit vonnis is gewezen door: mr. J. van der Groen voorzitter, en mrs. V.F. Milders en K.A. Baggerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A.N. Maat, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 september 2020. Vgl. Hoge Raad 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:414 r.o. 2.4.2. Vgl. Hoge Raad 28 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1182 (Charles Zwolsman). De veroordeelde is bij vonnis van 22 november 2013 vrijgesproken van de investering in een partij van 451 kilo cocaïne en van een investering in een partij van 230 kilo methamfetamine alsmede van het medeplegen van voorbereidingshandelingen (dossier Venezuela). Aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 3. Aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 4 bovenaan. Vgl. Hoge Raad 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3193 r.o. 2.3.3 en 2.3.4. Deeldossier 5.2.7, bijlage 2, pagina 15. Vgl. Hoge Raad 25 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8950. Vgl. Hoge Raad 24 april 2007, NJ 2007, 265. Zie Hoge Raad 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 8 oktober 2015, pagina 13. Proces-verbaal 5de (financieel) verhoor [naam veroordeelde] d.d. 2 oktober 2015, pagina 156. Aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 5. Deeldossier 5.2.5, pagina 3 onderaan. Deeldossier 5.2.13, pagina’s 18 en 19 en bijlage op pagina 420. € 105.150,00 verminderd met € 750,00 van [naam horecagelegenheid 2] op 26-7-2012 en met € 1.000,00 op 12-6-2012, € 750,00 op 2-7-2012 en € 750,00 op 1-8-2012 van [naam horecagelegenheid 3] . Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 8 oktober 2015, pagina 8. Deeldossier 5.2.7, pagina 15, en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 6. [naam persoon 7] is op 3 juli 2011 onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden wegens fraude en witwassen. Deeldossier 5.2.8 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 6. Deeldossier 5.2.9 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 7. Deeldossier 5.2.10 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 7. Deeldossier 5.2.11 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina’s 7 en 8. [naam persoon 12] werd in juni 2010 voor witwassen veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. In juli 2014 werd hij wederom aangehouden ter zake witwassen binnen een Belgisch opsporingsonderzoek. OVC-gesprek van 2 september 2011 tussen 11.09 en 13.19. Deeldossier 5.2.12 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 8. Deeldossier 5.2.13. Deeldossier 5.2.15. Deeldossier 5.2.16 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 9. Deeldossier 5.2.17 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina’s 9 en 10. Deeldossier 5.2.19 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 10. Deeldossier 5.2.20 en aanvullend rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 11. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 15 t/m 31. UNDOC staat voor United Nations Office on Drugs and Crime. Voor dit rapport zie: https://www.undoc.org/documents/data-and-analysis/WDR2012/WDR_2012_web_small.pdf. Deeldossier 5.2.2 en aanvullend rapport wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina’s 12 en 13. Deeldossier 5.2.5 en aanvullend rapport wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 13. Deeldossier 5.2.6, bijlage 9. PINGen is een vorm van mobiele communicatie via mobiele telefoons, oorspronkelijk alleen van het merk BlackBerry, via BlackBerry Messenger. Anders dan bij sms gaat adressering niet met het gewone telefoonnummer, maar met een speciaal nummer, de BlackBerry PIN. Met ultras worden waarschijnlijk kilo's cocaïne bedoeld zoals blijkt uit een bericht van 25 februari 2011: “Red met 150 ultra's ... gepakt”. Op 18 februari 2011 is [naam persoon 10] (bijnaam Rooie of Red) namelijk aangehouden in Peru met 135 kilo cocaïne. Dit betreft [naam persoon 7] . Deeldossier 5.2.6 en aanvullend rapport wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina’s 13 en 14. Op pagina’s 9 en 10 van deeldossier 5.2.14 is in het rapport uitgegaan van € 2.350,00 als minimaal bedrag voor optredens, maar de optelsom bedraagt € 2.150,00 (Beense € 200,00 + Replay € 200,00 en Lange Frans € 1.750,00). Deeldossier 5.2.14 en aanvullend rapport wederrechtelijk verkregen voordeel d.d. 21 september 2017, pagina 14. Deeldossier 5.2.21, pagina’s 2 t/m 5 en bijlagen. Deeldossier 5.2.21, pagina’s 6 en 7 en bijlagen. [naam persoon 24] is in Australië onder observatie geweest terwijl hij met een camper, met daarin methamfetamine, van Sydney naar Perth reed. Deeldossier 5.2.21, pagina 9 t/m 13 en bijlagen. [naam persoon 10] en [naam persoon 9] zijn vanwege de 135 kilogram cocaïne die in Peru in beslag is genomen, op 18 februari 2011 in Peru aangehouden en ieder tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Deeldossier 5.2.21, pagina 14 en bijlage. Deeldossier 5.2.21 pagina’s 21 t/m 33 en bijlagen. Deeldossier 5.2.22. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 6 en 7. Deeldossier 5.2.24, pagina 7. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 7 t/m 10. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 10 t/m 12. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 12 en 13. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 13 en 14. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 31 en 32. De wisselkoers van de US$ ten opzichte van de euro bedroeg op 23 dec. 2009 1 USD = € 0.7001. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 32 t/m 34. De wisselkoers van de US$ ten opzichte van de euro bedroeg op 15 dec. 2010 1 USD = € 0.7458. Deeldossier 5.2.24, pagina’s 34 en 35. ECLI:NL:HR:2008:BD2578, r.o. 3.12.2.