RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8535402 \ CV EXPL 20-16442 uitspraak: 28 augustus 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de stichting Stichting Woonbron, voorheen genaamd Stichting Volkhuisvestingsgroep Woonbron-Maasoevers, gevestigd te Rotterdam, eiseres bij exploot van dagvaarding van 29 april 2020, gemachtigde: mw. Z. da Luz Almeida namens Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, verschenen in persoon.
- Het verloop van de procedure Eiseres heeft, na schriftelijke eisvermindering, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] , [postcode] te Rotterdam, te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling aan eiseres van de door eiseres genoemde bedragen, waarin begrepen € 2.397,37 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand juli
- Gedaagde heeft op de eis geantwoord. Bij tussenvonnis van 8 juni 2020 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald, die op 15 juli 2020 heeft plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier. De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
- De beoordeling Gedaagde heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist. De vordering is op de wet gegrond en de hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde. De vordering wordt dan ook toegewezen, met inachtneming van het volgende. Op initiatief van eiseres is gedaagde aangemeld bij het Meldpunt Preventie Huisuitzettingen en bij de kredietbank. Eiseres heeft ter zitting medegedeeld dat zij onderhavig vonnis niet zal executeren zolang gedaagde hulp zoekt en haar afspraken nakomt. Onder die omstandigheden is eiseres ook bereid onder verband van vonnis met gedaagde een betalingsregeling overeen te komen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na datum van deze uitspraak. Eiseres heeft gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt en heeft als onderdeel van de hoofdsom een bedrag van € 343,66 gevorderd, reeds vermeerderd met de omzetbelasting (btw). Dit betreft een lager bedrag dan overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten gevorderd had kunnen worden. Nu de gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 343,66 niet worden betwist, is het gevorderde bedrag toewijsbaar. Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, bestaande uit verschotten en gemachtigdensalaris. De verschotten worden vastgesteld op € 102,96 aan explootkosten inclusief btw en € 499,00 aan griffierecht. Aan gemachtigdensalaris wordt in totaal tweeënhalve punt à € 210,00 toegekend.
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 2.397,37 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand juli 2020 en € 343,66 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het saldo vanaf de dag der dagvaarding dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag der algehele voldoening; ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt gedaagde om binnen veertien dagen na datum van deze uitspraak het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagde daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen; veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 677,95 met ingang van de maand augustus 2020 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt; veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 601,96 aan verschotten en € 525,00 aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 46009