← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2020:8579

RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/599802 / FA RK 20-4944 Betrokkenenummer: [nummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 juli 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , Suriname, hierna: betrokkene, wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] , advocaat mr. K. Lammers-Roselaar te Rotterdam.

  1. Procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 6 juli
  3. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 8 mei 2020; de zorgkaart van 2 april 2020; het zorgplan van 21 februari 2020; de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene. 1.
  4. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juli
  5. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via geluidverbinding gehoord: betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; [naam 2] , verpleegkundige, verbonden aan Antes; [naam 3] , mentor van betrokkene, verbonden aan Budget Solutions. Allen zijn akkoord met deze wijze van horen. 1.
  6. De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
  7. Beoordeling 2.
  8. Het uitgangspunt van de Wvggz is dat het stellen van verplichte zorg het ultimum remedium is. Hoewel vaststaat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis en dat daaruit ernstig nadeel voortvloeit, ter zitting is niet vast komen te staan dat het ernstig nadeel uitsluitend met een zorgmachtiging kan worden afgewend. Er is op dit moment een alternatief om het ernstig nadeel af te wenden. Dat alternatief is gelegen in het voort kunnen zetten van de behandeling met behulp van goede begeleiding in de beschermde woonvorm waar betrokkene verblijft. De toestand van betrokkene is alweer enige maanden redelijk stabiel, aldus de behandelaar, sinds de dosering van zijn medicatie wat is opgehoogd en betrokkene zijn medicatie onder leiding van de aanwezige begeleiding ook adequaat inneemt. Te verwachten is dat betrokkene ook hierdoor minder snel zal decompenseren. Dat leidt tot het oordeel dat op dit moment het ernstige nadeel kan worden afgewend zonder verplichte vormen van zorg. 2.
  9. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.
  10. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af: Deze beschikking is op 15 juli 2020 mondeling gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 24 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.