RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/589153 / FA RK 20-22 Patiëntnummer: [nummer] Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 januari 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , Joegoslavië, hierna: betrokkene, wonende aan de [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] , thans verblijvende te Parnassia Groep, locatie Nieuwe Binnenweg te Rotterdam, advocaat mr. S.R. Kwee te Rotterdam. 1Procesverloop 1.
- Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 januari 2020, heeft de officier verzocht om verlenging van de op 2 januari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 2 januari 2020; de medische verklaring van C. Tuijl, psychiater, van 2 januari
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 januari 2020, in voornoemde verblijfplaats van betrokkene. Bij die gelegenheid zijn verschenen: betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat; [naam] , psychiater, verbonden aan Parnassia Groep, locatie Nieuwe Binnenweg te Rotterdam; de zoon van betrokkene. 1.
- Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht, is de officier niet ter zitting verschenen. 2Beoordeling 2.
- Criteria crisismachtiging 2.1.
- Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen. 2.1.
- Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in de ernstige verwaarlozing alsmede de situatie dat de algemene veiligheid van personen dan wel goederen in gevaar is. De huidige opname heeft plaatsgevonden nadat bij betrokkene sprake was van toenemende alcoholgebruik en zelfverwaarlozing, in de zin van slecht eten en drinken. Tevens nam betrokkene haar medicatie niet goed in. Betrokkene werd boos en fysiek agressief jegens de zorgverleners, waarna een last tot crisismaatregel is aangevraagd, aldus de psychiater ter zitting. 2.1.
- Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis, misbruik in het gebruik van middelen alsmede een niet-aangeboren hersenletsel (NAH). 2.1.
- De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 2.1.
- Hoewel betrokkene ter zitting aangeeft vrijwillig in de accommodatie te willen verblijven, bestaan er twijfels of betrokkene zich aan de (behandel)afspraken zal houden. De huidige opname heeft als voornaamste doel om detoxificatie te bewerkstellingen, hetgeen alleen lukt als betrokkene minstens zes weken geen alcohol nuttigt. De kans is aanzienlijk dat betrokkene naar de alcohol zal grijpen als betrokkene buiten de accommodatie verblijft, wat maakt dat het (ernstig) nadeel enkel door het verlenen van verplichte zorg kan worden afgewend. 2.
- Verplichte zorg 2.2.
- De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden, te weten het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; beperken van de bewegingsvrijheid; controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; onderzoek aan kleding of lichaam; onderzoek aan de woon- of verblijfruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; opnemen in een accommodatie; uitoefenen van toezicht op betrokkene. Betrokkene betwist dit niet en de rechtbank heeft geen aanleiding voor een ander oordeel. De rechtbank merkt hierbij op dat sommige maatregelen ook via de huisregels kunnen worden opgelegd. 2.2.
- Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 2.2.
- De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief (artikel 3:3 Wvggz). Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. 2.
- Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden. 3Beslissing De rechtbank: 3.
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd; 3.
- bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.
- kunnen worden getroffen; 3.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 januari
- Deze beschikking is op 6 januari 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van M. Mesiha, griffier, en op 10 januari 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.