Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/701012-20 Datum uitspraak: 9 oktober 2020 Tegenspraak (art. 279 Sv) Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] , gemachtigd raadsvrouw mr. K.C. van de Wijngaart, advocaat te Rotterdam.
- Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 september
- Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
- Eis officier van justitie De officier van justitie mr. M.L.M. Kuiper heeft gevorderd: - vrijspraak van het ten laste gelegde.
- Waardering van het bewijs 4.
- Vrijspraak zonder nadere motivering Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
- In beslag genomen voorwerpen 5.
- Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen voertuig te onttrekken aan het verkeer. 5.
- Standpunt verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het voertuig moet worden teruggegeven aan de rechthebbende, zodat de verdachte niet meer door de tenaamgestelde van het voertuig wordt aangesproken. 5.
- Beoordeling Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn onder meer goederen die ter gelegenheid van een onderzoek naar strafbare feiten in beslag zijn genomen, waarmee het feit is gepleegd en waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met de wet of het algemeen belang. Een vrijspraak van een verdachte staat aan een onttrekking niet in de weg, mits vaststaat dat een strafbaar feit is gepleegd. In dit verband merkt de rechtbank het volgende op. In de auto waarin verdachte reed en die onder hem in beslag is genomen is een verboden vuurwapen aangetroffen. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat een strafbaar feit is gepleegd. Het vuurwapen werd aangetroffen in een zogenaamde “verborgen ruimte” in dat voertuig, te weten een speciaal geconstrueerde bergplaats, die origineel niet thuishoort in een auto van dit merk en type en die (de naam impliceert het al) enkel tot doel kan hebben voorwerpen aan het oog van controlerende of met de opsporing van strafbare feiten belaste instanties te onttrekken. Bij teruggave van deze auto zou deze (opnieuw) kunnen worden gebruikt voor het vervoer van verboden wapens of andere verboden goederen, en de belemmering van de opsporing daarvan. Dat maakt dat het ongecontroleerd bezit van een voertuig met een “verborgen ruimte” in ieder geval in strijd is met het algemeen belang. Dat dit voertuig aan een ander dan verdachte toebehoort en dat het voertuig een zekere waarde heeft, waarvoor verdachte – naar zeggen van zijn raadsvrouw – door de eigenaar van het voertuig verantwoordelijk wordt gehouden, is voor de beoordeling van de vraag of het voertuig aan het verkeer dient te worden onttrokken niet relevant. 5.
- Conclusie Het in beslag genomen voertuig zal worden onttrokken aan het verkeer.
- Toepasselijke wettelijke voorschriften Gelet is op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.
- Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
- Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt: - verklaart onttrokken aan het verkeer:
- STK personenauto ( [kentekennummer] ) – Seat Leon 2018 (zwart) heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door: mr. W.H.J. Stemker Köster, voorzitter, en mrs. G.A. Bouter-Rijksen en P.E. van Althuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.C. Wennekes, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 21 januari 2020 te Rotterdam een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3° van die wet in de vorm van een pistool van het merk Clock, type 19, kaliber 9mm en/of munitie in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet van de Categorie III, te weten 16 kogelpatronen, kaliber 9mm voorhanden heeft gehad.