beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/588385 / JE RK 19-3843 datum uitspraak: 20 januari 2020 beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] , [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de GI van 11 december 2019, ingekomen bij de griffie op 20 december 2019, - de brief met bijlagen van de moeder van 31 december 2019, ingekomen bij de griffie op 2 januari 2020, - de brief van de moeder, overgelegd ter zitting. - [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, - de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr D.G.M. van den Hoogen, - de vader,- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] en mw. [naam vertegenwoordigster 2] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] woont bij de vader. Bij beschikking van 21 januari 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 5 februari
- Het verzoek De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] heeft een stabiele basis bij haar vader gevonden. Direct na de zitting zal een intake voor Multi Systeem Therapie (MST) plaatsvinden. De MST zal zich in eerste instantie richten op de vader. Het is de bedoeling dat de MST op termijn ook wordt uitgebreid naar de moeder. Dat is ook de wens van [voornaam minderjarige] . Het is nog onduidelijk of de moeder hiervoor openstaat, omdat het niet is gelukt om in contact met de moeder te komen. De moeder en [voornaam minderjarige] zijn meermalen gestimuleerd om met elkaar in contact te gaan. De moeder heeft erg de behoefte om het verleden met [voornaam minderjarige] te delen en belast haar hierdoor met volwassen zaken. [voornaam minderjarige] heeft hier geen behoefte aan. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om te bezien wat er nodig is om het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder in goede banen te leiden. Het is daarvoor van groot belang dat de moeder openstaat voor MST en contact opneemt met de jeugdbeschermer. De standpunten Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek. De moeder is niet bereid mee te werken aan MST, omdat dit voor [voornaam minderjarige] geen oplossing is. Het belang van [voornaam minderjarige] staat voorop. De GI kan [voornaam minderjarige] niet helpen. De enige die [voornaam minderjarige] kan helpen is haar moeder. Het verzoek van de GI moet worden afgewezen, omdat een verlenging van de ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde heeft en omdat aan de gronden niet is voldaan. De GI heeft sinds 2013 niets gedaan en dat zal de komende zes maanden niet anders zijn, zeker omdat er een nieuwe jeugdbeschermer komt die zich opnieuw moet verdiepen in de casus. [voornaam minderjarige] vindt het niet fijn bij haar vader, ze is vaak bij haar vriendje. De moeder maakt zich zorgen om de relatie van [voornaam minderjarige] met haar Antilliaanse vriendje. [voornaam minderjarige] zit opgesloten in de Molukse cultuur. Hulpverlening kan pas verder als [voornaam minderjarige] uit haar omgeving wordt gehaald. De vader is het eens met het verzoek. Zonder ondertoezichtstelling wordt [voornaam minderjarige] aan haar lot overgelaten. Er zijn door de vader en door de GI tevergeefs meerdere pogingen tot contactherstel tussen de moeder en [voornaam minderjarige] gedaan, omdat het in het belang van [voornaam minderjarige] is dat zij goed contact met haar moeder heeft. Omdat het belang van [voornaam minderjarige] vooropstaat, wil de vader meewerken aan MST. De moeder geeft aan ook in het belang van [voornaam minderjarige] te denken, maar wil aan geen enkele therapie meewerken. Dat is tegenstrijdig. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] nog ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [voornaam minderjarige] heeft last van de moeizame relatie met haar moeder, omdat de moeder telkens het verleden oproept en nare dingen zegt. Desondanks heeft [voornaam minderjarige] wel behoefte aan contact met de moeder. Ondanks meerdere pogingen door de vader en door de GI is contactherstel nog niet van de grond gekomen. Dit komt met name doordat de moeder contact met de GI afhoudt, het vertrouwen in de vader en in de GI kwijt is en geen inzicht heeft in haar eigen aandeel in de problematiek. Om het contact tussen [voornaam minderjarige] en haar moeder op constructieve wijze tot stand te brengen is het cruciaal dat de moeder meewerkt met de GI en open gaat staan voor MST. Gebleken is dat het in het vrijwillig kader niet is gelukt om tot contactherstel te komen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om het contactherstel en de MST te begeleiden. Het is voor [voornaam minderjarige] van belang dat er een einde komt aan de strijd tussen de ouders, of meer nog de weerstand en negatieve grondhouding bij moeder, zodat zij zich onbezorgd kan bezighouden met haar ontwikkeling en vrij contact kan hebben met beide ouders. De kinderrechter doet een dringend beroep op de moeder om te proberen - in het belang van [voornaam minderjarige] – de blik op de toekomst te houden en die zodanig vorm te geven dat zij en [voornaam minderjarige] prettig contact hebben en blijven houden. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden. De beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 5 augustus 2020; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2020 door mr. E.J. Stalenberg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.