ECLI:NL:RBROT:2020:9470
RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8607115 VZ VERZ 20-12770 uitspraak: 21 oktober 2020 beschikking van de rechtbank, zitting houdende te Rotterdam op de verzoeken van: [verzoeker 1] en [verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats verzoekers] , verzoekers.
Verzoekers worden hierna ‘ [verzoeker 1] ’ en ‘ [verzoeker 2] ’ genoemd.
De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 21 oktober 2020 (via Skype for business). [verzoeker 1] , [verzoeker 2] en de moeder van [verzoeker 1] ([naam 2]) waren daarbij aanwezig.
2.1 Op 1 mei 2020 overleed in Rotterdam [erflater] (hierna: ‘erflater’).
2.2 Erflater heeft op 24 februari 2012 een testament laten opmaken. In dit testament staat, voor zover nu van belang:
Erfstelling Ik benoem (…) tot mijn enig erfgenaam, mijn zoon [verzoeker 1] , geboren te [geboorteplaats verzoeker 1] op [geboortedatum verzoeker 1] . (…) Minderjarigenbewind/testamentair beschermingsbewind 1. Instelling bewind.
Ik stel een bewind in over de door mij nagelaten of vermaakte goederen aan mijn afstammelingen, hierna ieder te noemen: de rechthebbende, onder de hierna volgende bepalingen.
2.3 De twee in het testament beoogde testamentair beschermingsbewindvoerders (de oom van [verzoeker 1] en de medewerkers van het notariskantoor) hebben hun benoeming niet aanvaard.
3.2 [verzoeker 1] verzoekt primair het testamentaire bewind op te heffen. Dit verzoek kan niet toegewezen worden. Het testament bepaalt immers, en het staat ook in de wet, dat [verzoeker 1] als rechthebbende een dergelijk verzoek op zijn vroegst vijf jaar na het overlijden van erflater kan doen. De rechtbank wijst dit verzoek af. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter deze beslissing al mondeling gegeven.
3.3 [verzoeker 1] verzoekt subsidiair een derde persoon tot testamentair bewindvoerder te benoemen, in de eerste plaats zijn moeder en als dit niet kan zijn partner ( [verzoeker 2] ). Omdat geoordeeld zou kunnen worden dat de tekst van het testament aan de benoeming van de moeder van [verzoeker 1] tot testamentair bewindvoerder in de weg staat, benoemt de kantonrechter [verzoeker 2] met onmiddellijke ingang tot testamentair bewindvoerder. [verzoeker 2] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard hiertoe bereid te zijn en de kantonrechter heeft de indruk gekregen dat [verzoeker 2] hiertoe in staat is. Van beletselen is niet gebleken. Voor het geval de aanvaarding van de benoeming tot testamentair bewindvoerder op grond van het testament zou betekenen dat [verzoeker 2] ook tot afwikkelingsbewindvoerder wordt benoemd, heeft zij te kennen gegeven die benoeming uitdrukkelijk niet te aanvaarden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter de beslissing al mondeling gegeven.
3.4 Het testament bepaalt, en het staat ook in de wet, dat de bewindvoerder (en op dit punt in de beoordeling van de zaak is dat inmiddels [verzoeker 2] ) de rechtbank kan verzoeken het bewind op te heffen als aannemelijk is dat de rechthebbende ( [verzoeker 1] ) de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. [verzoeker 2] heeft een dergelijk verzoek gedaan tijdens de mondelinge behandeling van de zaak. De rechtbank wijst dit verzoek van de bewindvoerder toe. Het is de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling van de zaak namelijk gebleken dat [verzoeker 1] zelfstandig in staat moet worden geacht dat hij de onder bewind staande goederen (het gaat naar de rechter begrijpt met name om een huis in Ooltgensplaat) zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter deze beslissing al mondeling gegeven.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
686