Rechtbank Rotterdam Team straf 1 Parketnummer: 10/811019-20 Datum uitspraak: 13 oktober 2020 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel, raadsman mr. Y. Özdemir, advocaat te Den Haag. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 september 2020. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. N. van der Meij heeft gevorderd: bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 24 maart 2020 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen a.
(42)maanden; beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; beslist ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het feit: - een zwart uitklapmes van het merk Mtech; - witkleurige tie-wraps; - drie zwartkleurige bivakmutsen; - verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven 81 gram hasj; veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, op die wijze dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 5.259,90 (zegge: vijfduizend en tweehonderdnegenenvijftig euro en negentig eurocent), bestaande uit € 259,90 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 10,36, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.259,90 (hoofdsom, zegge: vijfduizend en tweehonderdnegenenvijftig euro en negentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 5.259,90 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 61 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, op die wijze dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 4], te betalen een bedrag van € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.000,- (hoofdsom, zegge: tweeduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 30 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, op die wijze dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 5.064,10 (zegge: vijfduizend en vierenzestig euro en tien eurocent), bestaande uit € 64,10 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.064,10 (hoofdsom, zegge: vijfduizend en vierenzestig euro en tien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 5.064,10 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, op die wijze dat indien de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 3], te betalen een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,- (hoofdsom, zegge: vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 5.000,- niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op; verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door: mr. D.C.J. Peek, voorzitter, en mrs. C.E. Bos en R.H. Kroon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. Bijlage I Tekst gewijzigde tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 24 maart 2020 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen a.
- a)een playstation 4 en/of een laptop
- b)een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxi A5) en/of een rijbewijs en/of een of meer bankpas (sen)
- c)een laptop (merk/type Microsoft Surface) en/of een horloge (merk/type Tag Heuer Carrera), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan a.
- a)[naam slachtoffer 1]
- b)[naam slachtoffer 2]
- c)[naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(
- s)van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
- en)uit het: - aanbellen bij de woning van die [naam slachtoffer 1] en/of (vervolgens) bij de schouders paken en/of naar achteren duwen van die [naam slachtoffer 1] die in de deuropening stond en/of - betreden van/binnenstormen in de woning van die [naam slachtoffer 1] waarbij door verdachte en/of zijn mededader(
- s)een bivakmuts en/of gezichtsbedekkende kleding werd gedragen en/of - die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] toevoegen van de woorden: “ga op de grond liggen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - vragen om geld aan die [naam slachtoffer 1] en/of - ( vervolgens) tonen/voorhouden van een of meer mes(sen) en/of een honkbalknuppel aan die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] en/of - ( met kracht) open duwen van de slaapkamerdeur waar die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] zich schuil hielden en/of - tonen van een mes aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] en/of - ( vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] toevoegen van de woorden: “jullie moeten naar de woonkamer”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - vastbinden van de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] met tiewraps en/of - vastbinden van de benen van die [naam slachtoffer 3] met tiewraps en/of - plakken van tape op de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of - doorzoeken van de woning van die [naam slachtoffer 1] ; art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 24 maart 2020 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld heeft gedwongen tot afgifte van a.
- a)een playstation 4 en/of een laptop
- b)een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxi A5) en/of een rijbewijs en/of een of meer bankpas (sen)
- c)een laptop (merk/type Microsoft Surface) en/of een horloge (merk/type Tag Heuer Carrera), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan a.
- a)[naam slachtoffer 1]
- b)[naam slachtoffer 2]
- c)[naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)door: - het aanbellen bij de woning van die [naam slachtoffer 1] en/of (vervolgens) bij de schouders te pakken en/of naar achteren te duwen van die [naam slachtoffer 1] die in de deuropening stond, en/of - de woning van die [naam slachtoffer 1] te betreden/binnenstormen waarbij door verdachte en/of zijn mededader(
- s)een bivakmuts en/of gezichtsbedekkende kleding werd gedragen en/of - die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toe te voegen: “ga op de grond liggen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - door die [naam slachtoffer 1] te vragen om geld en/of - ( vervolgens) die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 3] een of meer mes(sen) en/of een honkbalknuppel te tonen/voor te houden en/of - ( met kracht) de slaapkamer door waar die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] zich schuil hielden open te duwen en/of - die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] een mes te tonen en/of - ( vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 4] de woorden toe te voegen: “jullie moeten naar de woonkamer”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - de handen/polsen van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] met tiewraps vast te binden en/of - de benen van die [naam slachtoffer 3] met tiewraps vast te binden en/of - tape te plakken op de mond van die [naam slachtoffer 1] , en/of - de woning van die [naam slachtoffer 1] te doorzoeken;