RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 8242540 CV EXPL 19-54602 uitspraak: 6 november 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van: de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., gevestigd te Utrecht, eiseres, gemachtigde: GGN Mastering Credit, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde] , gedaagde, die procedeert in persoon. Partijen worden hierna aangeduid als ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde] ’.
- Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 augustus 2020 en de daarin genoemde stukken. Het vonnis is nader bepaald op heden.
- De verdere beoordeling 2.1 Bij tussenvonnis van 21 augustus 2020 is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om betaalbewijzen van de door haar gestelde betalingen in het geding te brengen. [gedaagde] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt en niets meer van zich laten horen. 2.2 [gedaagde] heeft geen gedetailleerde betaalbewijzen in het geding gebracht waaruit blijkt naar welk ontvangend rekeningnummer de betalingen zijn gedaan. Ook is onduidelijk welk kenmerk bij de betaling is gebruikt. Zilveren Kruis betwist dat zij de betalingen heeft ontvangen en wijst hiervoor naar het door haar bij repliek overgelegde overzicht met ontvangen betalingen. Vanwege het ontbreken van nadere onderbouwing door [gedaagde] van de door haar gestelde betalingen – door middel van gedetailleerde betaalbewijzen – kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] een gedeelte van het door Zilveren Kruis gevorderde bedrag al heeft betaald. De kantonrechter verwerpt daarom het verweer van [gedaagde] en wijst de vordering toe. 2.3 De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd. 2.4 Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten heeft zij reeds in mindering gebracht op betalingen van [gedaagde] . Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat Zilveren Kruis ook aanspraak kan maken op de gevorderde buitengerechtelijke kosten. De resterende vordering van € 947,03 bestaat uit hoofdsom. 2.5 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 947,03, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 vanaf 10 december 2019 tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 103,07 aan dagvaardingskosten en € 300,- (2,5 punt à € 120,-) aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 41645