vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/615400 / HA ZA 21-260 Vonnis van 13 oktober 2021 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M.H.J. Doornink te Utrecht, tegen VERENIGING VAN EIGENAREN [naam VvE], gevestigd te Maassluis , gedaagde, advocaat mr. R.J.A.M. Besselink te Arnhem. Partijen zullen hierna [eiser] en de VvE genoemd worden. 1.De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 15 maart 2021, met 19 producties; de conclusie van antwoord, met 3 producties; het B8-formulier van [eiser] , met producties 20 tot en met 22; het B8-formulier van de VvE, met producties 4 tot en met 6; de spreekaantekeningen van beide partijen voor de mondelinge behandeling op 4 oktober 2021, waarvan geen proces-verbaal is opgemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.De feiten 2.1. Bij notariële akte van 10 december 2009 (hierna: de splitsingsakte) is het flatgebouw aan de [straatnaam] [huisnummer A] tot en met [huisnummer B] in Maassluis (oneven nummers) gesplitst in 216 appartementsrechten (108 woningen en 108 bergingen) en is de VvE opgericht. 2.2. Artikel 17 van de splitsingsakte luidt voor zover hier van belang als volgt. “1. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en zaken worden onder meer gerekend voor zover aanwezig:(…)f. de installaties met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken, van:- de lift(en); - de hydrofoor/-foren; - de (stads)verwarming dan wel (gecombineerde) blokverwarming en/of warmwater voorziening, met inbegrip van radiatoren, radiatorkranen en warmtemeters in een privé gedeelte (voor zover geen eigendom van derden);- de luchtbehandeling en de ventilatie; - de rook- en branddetectie en de brandbestrijding; - de bliksembeveiliging of andersoortige centrale aarding; - de algemene beveiliging; - de gemeenschappelijke verlichting; die niet bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt door de eigenaar of gebruiker van - of niet uitsluitend dienstbaar zijn aan - één privé gedeelte;(…) 2. Tot de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken worden niet gerekend: (…) b. de installaties met de daarbij behorende leidingen, voorzieningen en overige werken voor de zelfstandige verwarming en koeling van een privé gedeelte; c. al die zaken die bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt door de eigenaar of gebruiker van - of uitsluitend dienstbaar zijn aan - één privé gedeelte, voor zover niet anders in het reglement vermeld of met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 als zodanig gekwalificeerd. De in het tweede lid bedoelde zaken maken deel uit van het desbetreffende privégedeelte. 2.3. Sinds 17 juli 2017 woont [eiser] op het adres [adres] te Maassluis en is hij lid van de VvE. 2.4. De notulen van de vergadering van 1 december 2020 van de VvE vermelden onder meer het volgende. “De heer [eiser] verzoekt de vergadering om een be[s]luit te nemen over de radiatoren, radiatorkranen en warmtemeters en aan te geven of deze onderdelen tot de gemeenschappelijke delen behoren en wel of niet door de VvE moeten worden onderhouden [en] worden vervangen. Het bestuur heeft naar aanleiding van de diverse correspondentie gevoerd met de heer [eiser] advies ingewonnen bij Rijssenbeek advocaten. Dit schrijven van Rijssenbeek is gevoegd bij de vergaderstukken. 1.030 van de stemmen volgt het advies van Rijssenbeek. 50 van de stemmen volgt dit advies niet. Naar mening van Rijssenbeek advocaten zijn de plaatradiatoren in de appartementen dienstbaar aan het betreffende privé gedeelte en worden daarom niet tot de gemeenschappelijke gedeelten gerekend.” 3.Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1) voor recht verklaart dat het besluit van de vergadering van eigenaars van de VvE van 1 december 2020, inhoudende dat de radiatoren, radiatorkranen en warmtemeters in een privé gedeelte niet tot de gemeenschappelijke gedeelten en/of zaken behoren, nietig is; en 2) de VvE, met uitzondering van [eiser] , veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen veertien dagen na het vonnis worden voldaan. 3.2. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het besluit van 1 december 2020 van de VvE in strijd is met artikel 17 van de splitsingsakte en daarmee nietig (artikel 2:14 lid 1 BW, gelezen in samenhang met artikel 5:129 lid 1 BW). 3.3. De VvE betwist dat het besluit van 1 december 2020 in strijd is met de splitsingsakte. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn vorderingen althans tot afwijzing van die vorderingen, met veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van [eiser] in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen zeven dagen na het vonnis worden voldaan. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna verder ingegaan voor zover dat relevant is voor de beoordeling van de vorderingen. 4.De beoordeling 4.1. Bij de uitleg van de splitsingsakte komt het aan op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot de splitsing is overgegaan. Deze bedoeling moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving in de akte, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte. Gelet op de rechtszekerheid mag bij de uitleg van de akte slechts acht worden geslagen op gegevens die voor derden kenbaar zijn uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven stukken. Indien de akte voor meerdere uitleg vatbaar is, moet de rechter vaststellen welke uitleg van de akte naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is (vergelijk HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:337). 4.2. [eiser] baseert zijn vorderingen op artikel 17 lid 1, aanhef en onder f van de splitsingsakte. Tussen partijen staat vast dat de woningen in het flatgebouw worden verwarmd met blokverwarming. Artikel 17 lid 1, aanhef en onder f van de splitsingsakte bepaalt, voor zover hier van belang, dat blokverwarming, met inbegrip van radiatoren, radiatorkranen en warmtemeters in een privé gedeelte (voor zover geen eigendom van derden), tot de gemeenschappelijke zaken wordt gerekend. Tussen partijen staat vast dat de radiatoren, radiatorkranen en warmtemeter(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.