Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 20/1442 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2021 als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [naam verzoekster], te [vestigingsplaats verzoekster], verzoekster, gemachtigde: mr. F.Th.M. Peters, en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 24 maart 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster een boete opgelegd van € 2.500,- vanwege een overtreding van de Wet dieren. Bij besluit van 6 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een vergoeding van de proceskosten in bezwaar afgewezen. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 16 augustus 2021 heeft verweerder schriftelijk te kennen gegeven dat het bestreden besluit moet worden herzien en dat er een nieuwe beslissing op bezwaar zal volgen. Daarbij heeft verweerder de rechtbank verzocht om verweerder na de herziene beslissing op bezwaar te veroordelen in de proceskosten. Bij brief van 17 augustus 2021 heeft verzoekster het beroep ingetrokken en de rechtbank op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht verweerder bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten. Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij het bezwaar van verzoekster gegrond is verklaard. Tevens heeft verweerder het verzoek om een vergoeding van de proceskosten in bezwaar tot een bedrag van € 1068,- toegewezen. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.