Rechtbank ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 20/6743 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2021 in de zaak tussen [naam eiseres], te [woonplaats eiseres], eiseres, gemachtigde: mr. G. Grijs, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder, gemachtigde: M. Molenaar. Procesverloop Met het besluit van 13 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat eiseres vanaf 15 april 2020 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW). Met het besluit van 8 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft bij brief van 15 oktober 2021 aanvullende gronden ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen 1.1. Eiseres is werkzaam geweest als zorg assistent voor gemiddeld 23,91 uur per week en heeft zich voor dit werk ziekgemeld op 16 maart 2019. In het kader van een Eerstejaars Ziektewet-beoordeling heeft de verzekeringsarts onderzoek verricht dat is opgenomen in een verslag van 4 maart 2020. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat eiseres werkzaamheden kan verrichten die voldoen aan de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 4 maart 2020, geldig per 3 maart 2020. In de FML zijn beperkingen opgenomen in de rubrieken 1. Persoonlijk functioneren, 2. Sociaal functioneren en 6. Werktijden. Er is een urenbeperking van 8 uur per dag en 30 uur per week vastgesteld. 1.2. Op basis van de FML heeft de arbeidsdeskundige in de rapportage van 13 maart 2020 geconcludeerd dat eiseres haar eigen arbeid niet meer kan verrichten en er is een aantal functies geselecteerd waarvoor eiseres nog geschikt wordt geacht, namelijk Machinebediende inpak-/verpakkingsmachine (SBC-code 271093), Administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en Productiemedewerker textiel, geen kleding (SBC-code 272043). Aanvullend zijn de functies Medewerker tuinbouw (SBC-code 111010) en Productiemedewerker confectie, kleermaken (SBC-code 272042) geduid. Gelet op deze functies heeft de arbeidsdeskundige vastgesteld dat eiseres nog meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd (het maatmanloon), namelijk 81,86%. 1.3. Verweerder heeft vervolgens het primaire besluit genomen onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. 2.1. Tijdens de heroverweging in bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 26 november 2020 aanleiding gezien om de FML aan te passen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat bij Persoonlijk functioneren en de duurbelasting aanvullende beperkingen moeten worden aangenomen, zoals een beperking voor voorspelbare werksituaties en werk zonder verhoogd persoonlijk risico. Vanwege de PTSS-klachten van eiseres heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook een aanvullende urenbeperking opgenomen, zodat een urenbeperking van 6 uur per dag geldt. De nieuwe FML is vastgesteld op 26 november 2020, geldig per 3 maart 2020. 2.2. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 3 december 2020 op basis van de nieuwe FML toegelicht dat de eerder geduide functies niet meer passend zijn en er zijn nieuwe functies geduid, te weten die van Samensteller kunststof- en rubberproducten (SBC-code 271130), Medewerker kleding- en textielreiniging (SBC-code 111161), Machinaal medewerker (excl. bankwerk) (SBC-code 264122), Productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180) en Papierwarenmaker, dozenmaker, kartonnagewerker (SBC-code 268040). Gelet op deze functies heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geconcludeerd dat eiseres nog steeds meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen, namelijk 81,95%. 2.3. Verweerder heeft vervolgens het bestreden besluit genomen onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. 3. In beroep voert eiseres aan dat haar lichamelijke en psychische klachten door verweerder zijn onderschat, dat zij zwaarder beperkt is en dat daarom de nieuwe FML dient te worden aangepast. Eiseres voert verder aan dat zij de geduide functies niet kan verrichten. Bij aanvullend beroepschrift betoogt eiseres dat te weinig aandacht is besteed aan de anamnese en zijn haar klachten als gevolg van depressie en PTSS beperkt verwerkt. Er zou een hogere urenbeperking moeten worden aangenomen. Op basis van de richtlijn Duurbelastbaarheid in arbeid had de verzekeringsarts bezwaar en beroep meer aandacht moeten besteden aan het dagverhaal en de claim van eiseres dat zij niet in staat is om te werken. Verweerder heeft globaal naar algemene criteria verwezen. 4. Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW, voor zover hier van belang, heeft de verzekerde die geen werkgever heeft, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld indien de verzekerde (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.