Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummer: 10/183409-18 Datum uitspraak: 22 januari 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , raadsman mr. J.K.T. Schoffelen. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 januari 2021. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 6 december 2018 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd: bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 281 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis; onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen telefoons, op de beslaglijst aangeduid met nummers 1 en 4 en teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen telefoons, op de beslaglijst aangeduid met nummers 2 en 3. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Bewijswaardering ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit 4.1.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij acht de verklaring van de verdachte dat hij medeverdachte [naam medeverdachte] hielp met het verplaatsen van de vaten zonder te weten wat daar in zat, niet geloofwaardig. De officier van justitie is van mening dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van de vaten en dat hij met zijn handelen de stoffen waarmee drugs kunnen worden vervaardigd voorhanden heeft gehad. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet. 4.1.2. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdachte heeft enkel jerrycans overgeladen en daarmee de ten laste gelegde stoffen niet voorhanden gehad. De verdachte had hierover ookgeen beschikkingsmacht. Daarnaast beschikte hij niet over de wetenschap dat het hier stoffen betrof bestemd voor de voorbereiding van drugs en dat hij met zijn handelen de productie van harddrugs bevorderde. 4.1.3. Beoordeling De aangetroffen stoffen Op 27 augustus 2018 is bij het Operationeel Centrum van de politie een melding binnengekomen. Door de melder werd gezien dat er door personen jerrycans uit een bestelbus werden gehaald en in een kelderbox aan het IJsvogelplein te Zwijndrecht werden gezet. Naar aanleiding van deze melding heeft de politie de bestelbus gevolgd, waarna de bestuurder samen met een ander in dit voertuig is aangehouden. In het voertuig werden - evenals in de kelderbox - meerdere jerrycans aangetroffen. Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat het gaat om jerrycans met zwavelzuur en jerrycans met zoutzuur. De totale hoeveelheid aangetroffen chemicaliën betreft 1.340 liter zwavelzuur en 1.600 liter zoutzuur. Volgens de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen kunnen zoutzuur en zwavelzuur in combinatie met elkaar worden gebruikt voor de productie van benzylmethylketon (BMK = precursor voor (met)amfetamine), amfetamine en extractieomzetting van cocaïne. Daarnaast kunnen ze, los van elkaar, worden gebruikt voor de productie van een groot aantal andere (synthetische) drugs. De rechtbank gaat ervan uit dat deze chemicaliën, gelet op de grote hoeveelheden die daarvan zijn aangetroffen, alsmede op de wijze waarop het vervoer daarvan door de betrokkenen is georganiseerd, bestemd waren voor de productie van (synthetische) drugs. Een legale toepassing van die middelen is niet aannemelijk geworden. Juridisch kader Artikel 10a van de Opiumwet betreft een zelfstandig delict met een eigen karakter. Dat komt tot uiting in de subjectieve bestanddelen van de delictsomschrijving. De dader moet niet alleen weten of ernstige reden hebben om te vermoeden dat de goederen die hij voorhanden heeft, bestemd zijn voor het plegen van een delict als bedoeld in artikel 10, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet, hij moet de goederen ook voorhanden hebben om een dergelijk delict voor te bereiden of te bevorderen. Alleen wetenschap hebben van de criminele bestemming van de goederen is niet steeds voldoende. Daarnaast moet er ook opzet op voorbereiden of bevorderen zijn. Voorwaardelijk opzet is in dat verband voldoende. Voorhanden hebben De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat de verdachte de jerrycans met zoutzuur en zwavelzuur met behulp van een heftruck heeft verplaatst vanuit een vrachtwagen naar voornoemde bestelbus waarin later een deel van de jerrycans met chemicaliën is aangetroffen. Dit overladen van de jerrycans vond plaats op het erf van de verdachte. Met zijn handelen heeft de verdachte op enig moment aldus de jerrycans met de chemicaliën voorhanden gehad, alsook de beschikkingsmacht over deze chemicaliën gehad. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze voorhanden heeft gehad. De wetenschap van de verdachte De verdachte heeft verklaard dat hij medeverdachte [naam medeverdachte] hielp bij het overladen van pallets met rode en blauwe jerrycans zonder te weten of het ernstige vermoeden te hebben dat deze bestemd waren voor de productie van (synthetische) drugs. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. Hiertoe overweegt zij als volgt. Ten eerste is tussen [naam medeverdachte] en de verdachte via een beveiligde telefonische communicatiedienst de afspraak gemaakt om een lading van een vrachtwagen op het erf van de verdachte over te laden naar een bestelbus met gebruikmaking van de heftruck van de verdachte. Tijdens het overladen heeft [naam medeverdachte] een jerrycan laten vallen. Hierbij kwam een bruisende damp vrij, die ook een beetje invrat. Zowel de verdachte als [naam medeverdachte] verklaart dat de verdachte daarop heeft gezegd dat [naam medeverdachte] moest uitkijken met ‘dat spul’. Vervolgens hebben zij elkaar bij de parkeerplaats bij McDonalds en Subway weer getroffen. [naam medeverdachte] had hier de bestelbus geparkeerd en de verdachte was er zelf met de scooter heen gereden. Zij zijn hier gedurende tenminste 50 minuten met elkaar verbleven. [naam medeverdachte] heeft verklaard dat hij de chemicaliën op de parkeerplaats bij McDonalds zou overdragen, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. De verdachte en [naam medeverdachte] waren bij elkaar totdat [naam medeverdachte] vertrok met de chemicaliën. Ten tweede staat vast dat op de aangetroffen rode en blauwe jerrycans opschriften stonden met daarop de vermelding van de inhoud van die jerrycans (“Hydrochloric Acid” en “Sulfuric Acid”, respectievelijk zoutzuur en zwavelzuur). Ten derde is gebleken dat de jerrycans afkomstig waren uit Litouwen, zoals blijkt uit het adres op het etiket op de jerrycans (“Supplier: UAB “Ekochema”, Europos pr. 124, LT-46315 Kaunas, Lietuva”). In de huurauto van de verdachte zijn diverse bonnen en documenten aangetroffen waaruit blijkt dat de verdachte (via Polen) in Litouwen is geweest, evenals een notitie in het Engels over het omkopen van een ‘inspector’ met ‘€ 350’ ernaast, alsmede de notitie ‘transportation to NL-650 €’. Verdachte verklaart ook zelf in Litouwen te zijn geweest. Ten vierde en tot slot zijn op een van de onder de verdachte in beslag genomen telefoons contacten aangetroffen met namen van bedrijven en contactpersonen die werkzaam zijn in de chemische of farmaceutische industrie in verschillende landen, waaronder Litouwen. Bij enkele van deze contacten stonden opmerkingen: “formamide”, “zoutzuur” en “BMK”. Zoals reeds aangegeven, staat BMK voor benzylmethylketon. Formamide, zoutzuur en BMK worden alle gebruikt bij de productie van amfetamine. Geconfronteerd met deze omstandigheden heeft de verdachte verklaard dat hij in Litouwen bij zijn vriendin op bezoek ging en dat de contacten in zijn telefoon er al in stonden toen hij hem tweedehands verkreeg. De verdachte heeft – kortom – gesteld dat het allemaal toeval is. Doordat de verdachte de achternaam van zijn vriendin niet weet, haar adres niet heeft doorgegeven en de telefoon via de internetsite ‘marktplaats’ contant is betaald, is deze verklaring op geen enkele wijze verifieerbaar. Deze verklaring komt de rechtbank ook niet aannemelijk voor. Uiteraard bestaat toeval, maar de mate van toeval in de door de verdachte gegeven verklaring over hoe [naam medeverdachte] op zijn erf met 1340 liter zwavelzuur en 1600 liter zoutzuur is gekomen, zijn bezoek aan Litouwen, het in zijn auto aangetroffen briefje over omkoping en vervoer naar Nederland en de contactgegevens in zijn telefoon, maken dat deze mate van toeval grenst aan het onwaarschijnlijke. De rechtbank is van oordeel dat de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, voldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren voor de conclusie dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van de jerrycans. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte stoffen voorhanden heeft gehad, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat die stoffen bestemd waren voor de productie van (synthetische) drugs. Daarmee heeft de verdachte voorwaardelijk opzet gehad op de voorbereiding en/of bevordering van de productie van (synthetische) drugs. Medeplegen Tussen de verdachte en - in ieder geval - de medeverdachte [naam medeverdachte] met wie hij samen de jerrycans in de bestelbus heeft geladen, bestond een nauwe en bewuste samenwerking. Die samenwerking bestond er naast het gezamenlijke inladen onder andere uit dat hij ook na het inladen van de chemicaliën nauw contact had met [naam medeverdachte] . De verdachte heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan de voorbereidingshandelingen die hem ten laste zijn gelegd, zodat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het primair bewezen verklaarde feit tezamen en in vereniging met één of meer anderen heeft gepleegd. 4.1.4. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte tezamen en in vereniging met één of meer anderen het primair ten laste gelegde feit heeft begaan. 4.2. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat: hij op 27 augustus 2018 te Nederweert en Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken van amfetamine en/of methamfetamine en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde amfetamine en/of methamfetamine en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA), (een) middel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.