← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:11015

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10-135474-20 Datum uitspraak: 21 oktober 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , niet ingeschreven in de basisregistratie personen, zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats, raadsvrouw mr. C.G.Th. van de Weerd, advocaat te Dordrecht. 1.Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 oktober

  1. 2.Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3.Eis officier van justitie De officier van justitie mr. E.J. de Groot heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest. 4.Waardering van het bewijs 4.
  2. Vrijspraak 4.1.
  3. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan. Zij baseert zich daarbij om te beginnen op de melding van de moeder van de verdachte, naar aanleiding waarvan de politie de verdachte daadwerkelijk in de door de moeder genoemde Volkswagen Golf ziet rijden. Nadat de politie hem in beeld kreeg, is de verdachte hard weggereden waarop de politie hem heeft achtervolgd. Op de route van de achtervolging, op de Schenkelsedreef, is later die dag door de politie een tas gevonden met daarin het vuurwapen, waar het DNA van de toenmalige vriendin van de verdachte op werd aangetroffen. Deze vriendin heeft bovendien verklaard dat de verdachte over het vuurwapen beschikte, waarbij zij het merk Smith & Wesson heeft genoemd. Tot slot weegt de officier van justitie mee dat door de politie is gehoord dat de verdachte, kort nadat deze bezweet en hijgend na de achtervolging thuis kwam, zou hebben gezegd: “Nee, het is al weg.” 4.1.
  4. Beoordeling Uit het dossier volgt dat de moeder van de verdachte om ongeveer 12:00 uur melding deed dat haar zoon een vuurwapen zou gaan halen in Krimpen aan den IJssel. De verdachte werd om 12:42 uur in Krimpen aan den IJssel gezien door de politie, waarna een achtervolging plaatsvond en de verdachte om omstreeks 13:00 uur werd aangehouden in de [straatnaam] in Capelle aan den IJssel. Het vuurwapen werd om ongeveer 14:20 uur gevonden aan de Schenkelsedreef in Capelle aan den IJssel, anderhalf uur nadat de verdachte daar had gereden. Naast de tas waarin het wapen zat, zijn in het gras in de berm bandensporen aangetroffen. De tas werd rechtopstaand in de berm aangetroffen en de bandensporen vertoonden (blijkens de foto’s in het dossier) geen beeld van hard remmen of slippen. De rechtbank kan deze omstandigheid niet goed plaatsen in de door de politie geschetste achtervolging op hoge snelheid, waarbij de verdachte niet of nauwelijks uit het zicht verloren is en de politie bovendien langs de plaats is gereden waar de tas werd aangetroffen en de tas niet heeft opgemerkt. Op het vuurwapen of de tas is geen DNA van de verdachte aangetroffen. Het voorgaande maakt, samen met het tijdsverloop tussen de achtervolging en het vinden van de tas met het wapen, dat er bij de rechtbank gerede twijfel bestaat dat het de verdachte is geweest die de tas met het vuurwapen daar heeft neergezet. Dat de inmiddels ex-vriendin van de verdachte een klein half jaar later over het wapen heeft verklaard dat de verdachte het in zijn bezit heeft gehad, maakt dit niet anders, evenmin als het gegeven dat haar DNA op het wapen is aangetroffen. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. 5.Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6.Beslissing De rechtbank verklaart niet bewezen dat de verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door: mr. J. de Lange, voorzitter, en mrs. L.J.M. Janssen en P.C. Tuinenburg, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld. De griffier en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 25 september 2018te Capelle aan den IJssel en/of Krimpen aan den IJssel, althans in Nederlandeen wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens enmunitie,te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm vaneen revolver van het merk Smith & Wesson, type 686-1, kaliber .357 Magnum,enmunitie in de zin van art. 1 onder 4º van de Wet wapens en munitie, te wetenmunitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III, te weten acht,althans één of meer, kogelpatro(o)n(en), kaliber .357 Magnum,voorhanden heeft gehad.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.