vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/626411 / KG ZA 21-854 Vonnis in kort geding van 18 november 2021 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. M.S. van Dijk te Rotterdam, tegen
(2)door [eiser] ; IV. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000, -, dan wel een bedrag dat de rechtbank redelijk acht, voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van het door de rechtbank bij het in dezen te wijzen vonnis bepaalde voor zover het hen betreft naar aanleiding van het onder I. gevorderde; V. De [naam van de volkstuindersvereniging] veroordeelt op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000, -, dan wel een bedrag dat uw rechtbank redelijk acht, voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van het door de rechtbank bij vonnis bepaalde voor zover het hen betreft naar aanleiding van het onder I. , II. en III. gevorderde; VI. De [naam van de volkstuindersvereniging] veroordeelt in de proceskosten. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [eiser] zijn eis vermeerderd en gevorderd dat de voor 27 november 2021 aangekondigde ALV wordt geannuleerd, met nevenvorderingen. 3.2. Hieraan legt [eiser] – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag: de afgelopen jaren hebben zich allerlei ongeregeldheden voorgedaan tussen leden van de [naam van de volkstuindersvereniging] ; ook leden van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] , althans de voorzitter, hebben/heeft daar hun/zijn aandeel in gehad; er is door (voormalige) bestuursleden gestolen en/of gefraudeerd; het bestuur (en met name voorzitter [gedaagde 2] ) handelt in strijd met de statuten, reglementen en besluiten van de [naam van de volkstuindersvereniging] ; het bestuur heeft diverse malen blijk gegeven van een onbehoorlijke vervulling van haar taak (ongeschiktheid en/of nalatigheid); de ernst van deze overtredingen en de mate waarin de belangen van de [naam van de volkstuindersvereniging] of haar leden door het bestuur worden geschaad is zodanig dat van de leden niet kan worden verlangd dat zij de bestuurders in functie lat dan wel herkiezen; het bestuur weigert een ALV bijeen te roepen, zodat het bestuur niet volgens de statuten van de [naam van de volkstuindersvereniging] kan worden ontslagen; machtigingen zijn op voorhand door het bestuur als niet rechtsgeldig afgewezen; het bestuur wenst het ontslag van haar voorzitter niet te agenderen; een groot deel van de leden heeft geen uitnodiging voor de ALV ontvangen; door andere leden voorgestelde nieuwe bestuursleden worden vanwege drogredenen op voorhand niet door het bestuur aanvaard; de bestuurstermijnen van de voorzitter, [gedaagde 2] , en het derde bestuurslid, [gedaagde 3] , zijn in ieder geval per 6 juli 2021 verstreken; het bestuur bevindt zich momenteel voor één bestuurslid, de penningmeester, mevrouw [persoon A] , in een demissionaire periode; [gedaagde 2] heeft aangegeven niet te zullen aftreden; hij is niet herkozen en de statuten voorzien niet in een automatische herverkiezing; [gedaagde 2] en [gedaagde 3] gedragen zich ten onrechte nog steeds als rechtsgeldig benoemd bestuur; het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] heeft in strijd met artikel 17 lid 2 van de statuten geen jaarverslag uitgebracht over de jaren 2019 en 2020; er is nog steeds geen verantwoording afgelegd door het bestuur over 2019 en 2020; er is geen enkel toezicht op het bestuur en het bestuur heeft dit tot nu toe ook niet toegelaten; er is geen enkele financiële openheid; er is geen functionerende kascommissie; leden van de kascommissie van de [naam van de volkstuindersvereniging] hebben een geheimhoudingsverklaring moeten tekenen; penningmeesters en kascommissieleden zijn voortijdig afgetreden; financiële stukken worden niet verstrekt; ingevolge artikel 17 lid 3 van de statuten kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte nakoming vorderen rekening en verantwoording te doen, indien het bestuur daartoe niet volgens artikel 17 van de statuten overgaat; [eiser] wenst nakoming van de statuten, reglementen en voorlopige voorzieningen totdat volgens de statuten een nieuw bestuur zal zijn benoemd of op de ALV anders zal zijn beslist dan wel totdat in de bodemprocedure andersluidend zal zijn beslist; [eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen; op 27 november a.s. een ALV is bijeengeroepen waarbij het bestuur volgens de agenda wederom zal trachten de statuten niet te volgen; daarnaast heeft het er alle schijn van dat een nieuw bestuur benoemd zal worden dat zal bestaan uit ‘vrienden’ van het huidige bestuur en dat [gedaagde 2] gewoon zijn voorzitterschap zal vervolgen; ook zal worden getracht, in strijd met de statuten, een zogenaamde boekencontrole te laten leiden tot décharge van het bestuur; aan die ALV kleven veel strijdigheden met de statuten; dat doorgaan van de ALV op 27 november 2021 moet in het belang van De [naam van de volkstuindersvereniging] en haar leden worden gestopt. 3.3. De [naam van de volkstuindersvereniging] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis. 3.4. Op de argumenten van de [naam van de volkstuindersvereniging] wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4.De beoordeling Inleiding 4.1. [eiser] heeft als lid van de vereniging gezien de door hem gestelde onregelmatigheden voldoende spoedeisend belang bij zijn vorderingen. De voorzieningenrechter stelt verder voorop dat vooral [eiser] een groot aantal feitelijkheden heeft gesteld die terug te leiden zijn tot kennelijk allerlei incidenten uit het verleden en mede daardoor ontstane slechte verhoudingen tussen partijen. De vorderingen van [eiser] zien evenwel in essentie op een aantal bestuurlijke aangelegenheden die binnen de vereniging spelen. De voorzieningenrechter zal zich in het kader van dit kort geding beperken tot een oordeel over die vorderingen. Betreffende de vorderingen onder I (“Ten aanzien van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] ”) 4.2. Aangezien het tegenovergestelde gesteld noch gebleken is, gaat de voorzieningenrechter er vanuit dat op de momenten die van belang zijn in deze zaak de statuten niet anders luidden dan hierboven in 2.5 is weergegeven. 4.3. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn op de algemene ledenvergadering van de [naam van de volkstuindersvereniging] van 6 juli 2017 benoemd tot voorzitter respectievelijk lid van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] . Op grond van artikel 10 lid 3 van de statuten golden die benoemingen voor de duur van vier jaar en moet in dat verband onder “een jaar” worden verstaan “de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene vergaderingen”. 4.4. Na de ALV van 6 juli 2017, waarop [gedaagde 2] en [gedaagde 3] benoemd zijn tot voorzitter respectievelijk lid van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] , is er een ALV gehouden in 2018 en een ALV in 2019, op 26 oktober van dat jaar. Vorig jaar, 2020, is er, voor zover de voorzieningenrechter dat heeft kunnen nagaan, geen ALV gehouden. Tot op heden is er ook in het huidige jaar, 2021, geen ALV gehouden. De aangekondigde ALV van 2 oktober 2021 is namelijk niet doorgegaan. 4.5. [eiser] en de [naam van de volkstuindersvereniging] zijn het erover eens dat artikel 10 lid 3 van de statuten zo mag worden uitgelegd dat “een jaar” in de zin van die bepaling langer kan zijn dan een kalenderjaar. De voorzieningenrechter begrijpt deze bepaling aldus dat ingeval er tussen twee jaarlijkse ALV’s een periode langer dan een kalenderjaar zit, dit – voor een beperkte termijn – mogelijk is. 4.6. Volgens de [naam van de volkstuindersvereniging] c.s. is het volledige bestuur, dus ook [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , nog in functie. Primair vinden de [naam van de volkstuindersvereniging] c.s. dat het huidige vergaderjaar nog loopt. Subsidiair nemen zij het standpunt in dat de termijn van een vergaderjaar als bedoeld in artikel 10 lid 3 van de statuten met slechts een beperkte termijn is overschreden en dat die overschrijding hun niet verweten kan worden vanwege de uitbraak van Covid 19, de huidige Corona-problematiek. 4.7. Volgens artikel 15 lid 1 van de statuten moet er jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een ALV worden gehouden. Het had dus voor de hand gelegen dat er voor juli van dit jaar, 2021, een ALV was gehouden. Inmiddels zijn ruim vier maanden verstreken sinds dat moment en kan dus, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, niet meer gezegd worden dat er slechts een beperkte termijn is overschreden sinds dat moment. Een beroep op artikel 10 lid 3 van de statuten kan de [naam van de volkstuindersvereniging] c.s. niet baten omdat er in 2020 geen ALV heeft plaatsgevonden zodat, gelet op hetgeen onder 4.5 is overwogen, het artikel in zoverre toepassing mist. Er is dus sprake van een aanzienlijke termijnoverschrijding. Dat brengt de voorzieningenrechter op de vraag of deze aanzienlijke termijnoverschrijding gerechtvaardigd is vanwege de huidige Corona-problematiek. 4.8. Voor de beantwoording van de vraag naar de legitimiteit van de besluitvorming in verband met de huidige Corona-problematiek is van belang dat op 22 april 2020 een wet is aangenomen houdende “tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in verband met de uitbraak van COVID-19” (Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid, Stb. 2020, nr. 124, hierna: de Wet Tijdelijke Voorzieningen). Deze wet is van kracht geworden op 24 april 2020 en bevat (onder meer) voorzieningen met betrekking tot (besluitvorming
- in)algemene vergaderingen van rechtspersonen. De Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 434, nr. 3) vermeldt dat de (hier relevante) onderdelen van het voorstel zijn ingegeven door de wens om de continuïteit van het rechtsverkeer te waarborgen door waar nodig maatregelen te kunnen nemen die noodzakelijk zijn in verband met de COVID-19-uitbraak. 4.9. Artikel 6 van de Wet Tijdelijke Voorzieningen voorziet erin dat het bestuur van een vereniging, in afwijking van artikel 2:38 lid 1 BW, kan bepalen dat leden geen fysieke toegang hebben tot de algemene (leden)vergadering, onder de voorwaarden dat (
- a)de algemene vergadering langs elektronische weg voor leden is te volgen en (
- b)de leden tot uiterlijk 72 uur voorafgaand aan de vergadering in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk of elektronisch vragen te stellen over de onderwerpen die bij de oproeping zijn vermeld. Het artikel bepaalt verder dat het bestuur zich ervoor inspant dat tijdens de vergadering langs elektronische weg of anderszins nadere vragen kunnen gesteld, tenzij dit in het licht van de omstandigheden van dat moment in redelijkheid niet kan worden gevergd. Daarnaast kan het bestuur bepalen dat – voor zover de statuten dat niet bepalen – het stemrecht slechts kan worden uitgeoefend door middel van een elektronisch stemmiddel. 4.10. De Wet Tijdelijke Voorzieningen voorziet echter niet in enige basis voor verenigingen om wegens de Corona-problematiek een jaarlijks bijeen te roepen algemene ledenvergadering achterwege te laten. Ook andere wetten voorzien niet in die mogelijkheid. Voor het nalaten van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] om tijdig een ALV bijeen te roepen kan de Corona-problematiek dan ook geen rechtvaardiging vormen. Dat geldt temeer, omdat niet gebleken is dat het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] toen al het mogelijke heeft gedaan om (het stemmen
- op)een ALV plaats te laten vinden via de elektronische (digitale) en/of schriftelijke weg. 4.11. Omdat er dus niet op tijd een ALV is gehouden in 2021, zijn [gedaagde 2] en [gedaagde 3] van rechtswege geen bestuurslid meer, want ten aanzien van hen is de vierjaarstermijn van artikel 10 lid 3 van de statuten inmiddels verstreken. Mevrouw [persoon A] is momenteel dus nog de enige bestuurder van de [naam van de volkstuindersvereniging] . Uit de procestukken en de toelichtingen ter zitting is gebleken dat de vergadering die op 27 november 2021 geagendeerd staat (mede) is voorbereid door thans niet langer in functie zijnde bestuursleden. De agenda zal ook door hen zijn opgesteld. Dat maakt die agenda ondeugdelijk om op 27 november 2027 behandeld te worden. Dat maakt ook dat deze ALV niet door kan gaan, en er te zijner tijd opnieuw een ALV bijeen moet worden geroepen. Er bestaat dus thans geen basis meer voor de voor 27 november 2021 bijeengeroepen ALV. Het treffen van een ordemaatregel waarbij het bestuur gelast wordt deze vergadering te annuleren ligt daarom in de rede. Om die reden is de vermeerdering van eis toelaatbaar. Dat gedaagden bij hun verweer tegen die vermeerdering van eis in dit verband in relevante mate in hun belangen zijn geschaad, is niet gebleken, zodat aan dat verweer voorbijgegaan wordt. 4.12. Het primair gevorderde onder 1 zal derhalve aldus worden toegewezen dat het [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zal worden verboden met onmiddellijke ingang zich voor te doen als waren zij nog voorzitter en bestuurslid van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] , totdat er een nieuw bestuur is benoemd en zij daarvan als voorzitter respectievelijk lid deel uitmaken. 4.13. Het primair gevorderde onder 3 (uitschrijving KvK), onder 4 (medewerking intrekking bankmachtigingen) en onder 8 (bevel intrekken bankmachtigingen) zal derhalve eveneens integraal worden toegewezen. 4.14. Voordat er een nieuwe reguliere ALV in de zin van artikel 15 van de statuten kan worden gehouden, moet er eerst een nieuwe aparte ALV plaatsvinden waarop een nieuwe voorzitter en een nieuw bestuurslid worden benoemd. Dan moet er vervolgens op die vergadering ook een kascommissie worden benoemd. Een kascommissie is namelijk in ieder geval nodig om de statutair vereiste kascontrole uit te voeren, Het door de [naam van de volkstuindersvereniging] c.s. in het geding gebrachte rapport van een accountant (prod. 11a [naam van de volkstuindersvereniging] c.s.) kan niet in de plaats treden van het statutair geregelde onderzoek van uit leden van de vereniging gekozen leden van de kascommissie. Deze kascommissie moet dan vervolgens op een reguliere ALV verslag van haar bevindingen uitbrengen. Zonder deze kascontrole kan er geen décharge plaatsvinden van het bestuur op de reguliere ALV. Zie artikel 17 en artikel 15 lid 6 onder d van de statuten. 4.15. De hierboven genoemde nieuwe aparte ALV waarop twee nieuwe bestuurders zullen moeten worden benoemd en een nieuwe kascommissie zal, naar het zich thans laat aanzien, moeten worden voorgezeten door een neutrale voorzitter van/via het AVVN, het Algemeen Verbond van Volkstuinders Verenigingen in Nederland. In afwachting van deze nieuwe aparte ALV is een standstill-termijn noodzakelijk en is er geen reden voor het treffen van verdere maatregelen. Nadat er weer een deugdelijk gekozen bestuur functioneert, is het in eerste instantie aan dat bestuur om orde op zaken te stellen. Het primair gevorderde onder 2, onder 5, onder 6 en onder 7 zal daarom worden afgewezen. Dat geldt ook voor al het subsidiair gevorderde. Betreffende de vorderingen onder II (“Ten aanzien van de kascontrole”) 4.16. Zoals hierboven is overwogen, moet er eerst een (nieuwe) kascommissie zijn benoemd voordat er een kascontrole kan worden uitgevoerd. Voor de benoeming door de rechtbank van een onafhankelijke kascontroleur bestaat momenteel dus geen aanleiding. Alle vorderingen onder II zullen dan ook worden afgewezen. Betreffende de vorderingen onder III (“Ten aanzien van de bijeen te roepen ALV”) 4.17. Wegens bovengenoemde noodzaak van een standstill-termijn zal vordering 1 worden afgewezen. 4.18. Zoals hierboven is overwogen, moet er eerst een aparte ALV bijeen worden geroepen voor de benoeming van twee bestuurders en de kascommissie, die zal worden voorgezeten door een neutrale voorzitter. Vordering 2 zal dan ook aldus worden toegewezen dat het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] wordt veroordeeld om binnen vier weken na dit vonnis deze aparte ALV bijeen te roepen en de AVVN te verzoeken haar behulpzaam te zijn met het leveren van een neutrale voorzitter als bedoeld in punt 79 van de dagvaarding. 4.19. Vordering 3 zal aldus worden toegewezen dat het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] zal worden veroordeeld om vervolgens een reguliere ALV bijeen te roepen met reguliere agendapunten, zodra voldaan is aan alle vereisten voor het bijeenroepen van een reguliere ALV, zoals het vereiste dat de kascommissie heeft gerapporteerd. 4.20. Vordering 4 zal worden toegewezen op de wijze als in het dictum bepaald. 4.21. Het is aan het bestuur om vast te stellen op welke wijze – ‘fysiek’ of ‘digitaal’ – deze bijeen te roepen ALV’s zullen moeten plaatsvinden, hetgeen, naar het zich thans laat aanzien, mede afhankelijk is van de dan geldende omstandigheden. Voor toewijzing van vordering 5 bestaat derhalve onvoldoende aanleiding, zodat deze vordering zal worden afgewezen. 4.22. Uit artikel 4 lid 2 van de statuten volgt dat vordering 6 moet worden afgewezen. Het lidmaatschap van de vereniging is persoonlijk. Dat betekent dat een echtgenoot, partner of kind van een lid van de vereniging geen lid is en dus ook geen stemrecht heeft. 4.23. Voor een correct verloop van het tellen van de stemmen op de ALV vormt de aanwezigheid van een neutrale, dat wil zeggen: van de [naam van de volkstuindersvereniging] onafhankelijke, voorzitter een voldoende waarborg. Omdat er ook overigens geen reden is om nadere voorzieningen te treffen, zal vordering 7 dan ook worden afgewezen. Betreffende de vordering onder IV en V (dwangsom) 4.24. Voor het opleggen van deze dwangsommen ziet de voorzieningenrechter momenteel onvoldoende aanleiding, zeker omdat een eventuele executie van een dwangsom tot een verdere escalatie zou kunnen leiden van de spanningen die er al bestaan tussen sommige leden en (het bestuur van) de [naam van de volkstuindersvereniging] . Deze vorderingen worden afgewezen. Betreffende de vorderingen onder VI (proceskosten) 4.25. Aangezien beide partijen in aanzienlijke mate in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. 5.De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. verbiedt [gedaagde 2] en [gedaagde 3] met onmiddellijke ingang zich voor te doen als waren zij nog voorzitter en bestuurslid van het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] , totdat er een nieuw bestuur is benoemd en zij daarvan als voorzitter respectievelijk lid deel uitmaken; 5.2. beveelt [gedaagde 2] en [gedaagde 3] om zich binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis als bestuurslid van de [naam van de volkstuindersvereniging] bij de Kamer van Koophandel uit te schrijven; 5.3. beveelt [gedaagde 2] en [gedaagde 3] alle benodigde medewerking te verlenen aan het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle bankmachtigingen op naam van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in te trekken; 5.4. beveelt het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis alle bankmachtigingen van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in te trekken; 5.5. veroordeelt het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] om de voor 27 november 2021 uitgeroepen ALV te annuleren en om binnen vier weken na betekening van dit vonnis een aparte ALV bijeen te roepen waarop geagendeerd staan de agendapunten als hierboven in r.o. 4.14-4.15 benoemd, alsmede de AVVN te verzoeken haar behulpzaam te zijn met het leveren van een neutrale voorzitter als bedoeld in punt 79 van de dagvaarding; 5.6. veroordeelt het dan zittende bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] om vervolgens een reguliere ALV bijeen te roepen die moet plaatsvinden met reguliere agendapunten, zodra voldaan is aan alle vereisten voor het bijeenroepen van een reguliere ALV, zoals het vereiste dat de kascommissie heeft gerapporteerd; 5.7. gebiedt het bestuur van de [naam van de volkstuindersvereniging] om de financiële stukken ten minste twee weken voor de reguliere ALV ter inzage te leggen in het verenigingsgebouw en vervolgens de leden de mogelijkheid te geven tot uiterlijk één week voor de ALV om vragen met betrekking tot deze stukken aan het bestuur te sturen; 5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.9. wijst het meer of anders gevorderde af; 5.10. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2021. 901/676