beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd zaakgegevens: C/10/626217 / JE RK 21-2582 datum uitspraak: 3 november 2021 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam, betreffende [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2010 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] , [naam stiefvader] , hierna te noemen de stiefvader, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 29 september 2021, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum. Op 3 november 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, - de vader, - de stiefvader, - een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] , - een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] . De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [voornaam minderjarige] woont bij de moeder. Het verzoek De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van zes maanden. De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De ouders zijn niet in staat om neutraal met elkaar te communiceren over [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft daar al sinds de echtscheiding last van. De ouders belasten [voornaam minderjarige] onbedoeld en ongewild met hun volwassenenproblematiek. De Raad heeft onder andere zorgen over de sociaal emotionele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] kan tegen de ene ouder niet open en eerlijk zijn over de andere ouder. Hij zet daarbij zijn eigen behoeften opzij. Er is wel sprake van een lichte positieve ontwikkeling. [voornaam minderjarige] volgt PMT om zijn gevoelens te leren herkennen en te uiten. De situatie bij de vader is inmiddels ook stabieler. Het vrijwillig kader heeft aangegeven niet verder te kunnen. De Raad acht een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden noodzakelijk om te bezien hoe de communicatie tussen de ouders verbeterd kan worden. De standpunten De GI kan zich niet vinden in het verzoek van de Raad. Aan de hand van het raadsonderzoek heeft de GI met een gedragswetenschapper een codering gemaakt. De acute veiligheid van [voornaam minderjarige] is voldoende bevonden. Er zijn geen grote zorgen. De vader is inmiddels verhuisd en er lijkt rust te zijn. De problematiek kan worden gemonitord door hulpverlening in het vrijwillig kader. De ouders krijgen momenteel ook hulpverlening in het vrijwillig kader en dit loopt goed. De moeder is het eens met het verzoek van de Raad. De moeder probeert al 8 jaar de juiste hulp te krijgen, maar dit heeft nog niet tot iets concreets geleid. De situatie sleept zich maar voort. Het vrijwillig kader, het jeugdteam heeft recent aangegeven dat het niet zo langer werkt. Het is daarom verbazingwekkend dat de GI aangeeft dat een ondertoezichtstelling niet nodig is. De situatie bij de vader is nog onvoldoende stabiel. [voornaam minderjarige] ervaart hierdoor onrust. [voornaam minderjarige] heeft in zijn leven veel wisselingen en instabiliteit gekend. Dit heeft zeker invloed op hem gehad en nog steeds. De vader is het niet eens met het verzoek van de Raad. De meeste informatie uit het raadsrapport is gebaseerd op wat er een aantal jaren geleden is gebeurd. De laatste twee jaar gaat het goed. De contacten en afspraken zijn helder. De omgang gaat ook goed. De stiefvader heeft zich aangesloten bij het standpunt van de moeder. De beoordeling Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er al jarenlang sprake is van instabiliteit in de gezinssituatie van [voornaam minderjarige] . De ouders zijn al jaren uit elkaar, maar zij zijn, ondanks de lange inzet van hulpverlening in het vrijwillig kader, nog onvoldoende in staat om in het belang van [voornaam minderjarige] met elkaar te communiceren. [voornaam minderjarige] lijkt hierdoor te verkeren in een loyaliteitsconflict. In het verleden is sprake geweest van huiselijk geweld en meerdere VeiligThuis meldingen. Hoewel een zodanig zorgelijke situatie nu niet meer aan de orde is, zijn er nog wel zorgen over de sociaal emotionele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Hij heeft moeite met het uiten van zijn emoties en vindt het zichtbaar moeilijk om om te gaan met de relatie tussen de ouders. [voornaam minderjarige] maakt zich zorgen om zaken die niet leeftijdsadequaat zijn. Wanneer [voornaam minderjarige] onrust en stress ervaart uit zich dit in tics/zenuwtrekken. Op grond van deze feiten en omstandigheden moet worden geconcludeerd dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Aangezien hulpverlening in het vrijwillig kader onvoldoende resultaat heeft geboekt, is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de communicatie tussen de ouders te verbeteren en daarmee de zorgen over [voornaam minderjarige] weg te nemen. Gelet op de positieve ontwikkeling die inmiddels gaande is, is de hoop dat een periode van zes maanden voldoende is om de ouders constructief op weg te helpen. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van zes maanden. De beslissing De kinderrechter: stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Dordrecht, met ingang van 3 november 2021 tot 3 mei 2022; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2021 door mr. R.H. de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 november 2021. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.