vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/602991 / HA ZA 20-822 Vonnis van 24 november 2021 in de zaak van 1. [naam eiser 1] , wonende te [woonplaats eiser 1] , 2. [naam eiser 2], wonende te [woonplaats eiser 2] , 3. [naam eiser 3], tevens h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [woonplaats eiser 3] , 4. [naam eiser 4], wonende te [woonplaats eiser 4] , 5. de stichting STICHTING ERFPACHTSCHADE SCHIEDAM, gevestigd te Schiedam, eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. M. van Weeren LLM. te Amsterdam, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE SCHIEDAM, zetelend te Schiedam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.C.G. Franken te Rotterdam. Eisers in conventie/verweerders in reconventie zullen hierna gezamenlijk “de erfpachters” worden genoemd. Daarnaast worden zij afzonderlijk aangeduid als “ [naam eiser 1] ”, “ [naam eiser 2] ”, “ [naam eiser 3] ”, “ [naam eiser 4] ” en “de stichting”. Gedaagde in conventie/eiseres in reconventie wordt aangeduid als “de gemeente”. Onder 3.1 en 4.2 van dit vonnis worden de benamingen gebruikt die de erfpachters hanteren in het petitum van de dagvaarding. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 augustus 2020, met producties; de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties; het verbeterde proces-verbaal van de op 12 februari 2021 gehouden regiezitting; de akte overlegging producties van de erfpachters, met één productie; de akte uitlaten eisers, tevens akte overlegging producties van de erfpachters, met één productie; de conclusie van repliek, tevens houdende verzoek tot bevel ex artikel 22 Rv, tevens conclusie van antwoord in reconventie (alleen) zijdens eisers sub 1 en 2 ( [naam eiser 1] en [naam eiser 2] ), met producties; de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, met producties; de akte overlegging productie van de erfpachters, met één productie; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 28 mei 2021; de brief van de erfpachters met een reactie op het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Het bedrijventerrein Spaanse Polder ligt gedeeltelijk in de gemeente Schiedam en is in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw ingericht voor handel en lichte industrie (hierna: de Spaanse Polder). 2.2. De erfpachters hebben grond in de Spaanse Polder in erfpacht (gehad) van de gemeente. 2.3. Op 17 november 2005 heeft de gemeenteraad van Schiedam het bestemmingsplan Spaanse Polder en ’s-Gravenland 2004 (hierna Bestemmingsplan 2004) vastgesteld. 2.4. In 2008 heeft de gemeente de ontwikkeling van een toekomstvisie voor de Spaanse Polder in gang gezet. Deze visie is uiteindelijk vastgelegd in de Beeldkwaliteitstrategie 2009 (hierna: BKS 2009). Op 3 november 2009 heeft de gemeente aan alle toenmalige erfpachters in de Spaanse Polder een brief gestuurd over de herstructurering van het gebied en daarbij de BKS 2009 meegestuurd. De inhoud van deze brief luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “Wat betekent het voor u als erfpachter? Op 23 juni 2009 hebben alle erfpachters bij wie het recht expireert binnen 20 jaar in ’sGraveland Zuid en Spaanse Polder van de gemeente een brief ontvangen over de afloop van hun erfpachtrecht. In de brief wordt u uitgelegd dat voor een heruitgifte van uw perceel u moet voldoen aan het bestemmingsplan én aan de Beeldkwaliteitstrategie. Dit kan betekenen dat investeringen in het vastgoed nodig zijn en dat hierover met de gemeente tijdig overeenstemming moet zijn bereikt." 2.5. Op 13 december 2012 heeft de gemeente een nieuwe Beeldkwaliteitstrategie vastgesteld. Deze “Revitalisatie Spaanse Polder en ’s-Graveland-Zuid stedenbouwkundige randvoorwaarden” (hierna: BKS 2012) is door de gemeente vastgesteld als beleidskader. De BKS 2012 luidt, voor zover thans relevant, als volgt: “Aanleiding Er zijn veel positieve aspecten aan het bedrijventerrein Spaanse Polder en 's-Graveland-Zuid: er is weinig leegstand, veel werkgelegenheid en de ligging is bijzonder gunstig. Minder gunstig zijn de veroudering van de bebouwing en inrichting van het openbaar gebied. Dit heeft een negatieve invloed op de waardeontwikkeling. Het bijna collectief verlopen van de erfpacht in zowel de Spaanse Polder als 's-Graveland-Zuid biedt een kans om de kwaliteit van de inrichting en gebouwen sterk te verbeteren. Hiervan kunnen zowel de ondernemers als de gemeente profiteren. Eerdere plannen tot verbetering moesten door de veranderde economische tijden worden bijgesteld. De eis om alleen op eigen terrein te parkeren, is komen te vervallen. De huidige functie van het terrein - een regulier bedrijventerrein voor handel en industrie - blijft ongewijzigd. Een verschuiving naar zakelijke dienstverlening wordt niet meer nagestreefd. Het plan voor revitalisatie bestaat uit twee hoofdonderdelen: het opnieuw inrichten van de openbare ruimte door de gemeente (hfdst 6) en het verbeteren van de gebouwen door de ondernemers. Om in aanmerking te komen voor een nieuw erfpachtcontract moet worden voldaan aan de randvoorwaarden voor de bebouwing.(…) Randvoorwaarden deelgebieden Alle gebieden Toelichting In de komende jaren zal de erfpachttermijn van de meeste kavels verlopen. Om in aanmerking te komen voor een nieuw erfpachtcontract moeten ondernemers aan de eisen (…) voldoen die in dit hoofdstuk zijn beschreven. Zoals in eerdere hoofdstukken is beschreven zijn de eisen bedoeld om de kwaliteit van het gehele industrieterrein Spaanse Polder en ’s-Graveland-Zuid te verbeteren en daarmee de waarde van afzonderlijke terreinen en gebouwen te verhogen. (…) Voorwaarden • Bij deze voorwaarden hoort een kaart waarop de verschillende gebieden met aanvullende voorwaarden staan aangegeven. • Er zijn drie soorten kavels: kavels langs de A20, kavels langs de randen, en kavels in het binnengebied. Voor deze drie soorten kavels gelden verschillende voorwaarden die in dit hoofdstuk apart zijn beschreven. • Gebouwen en terreinen moeten een vooraf overeengekomen (getaxeerde) waarde hebben. • Er worden geen kavels kleiner dan 1250 m² uitgegeven tenzij de huidige bebouwing voldoet aan de gestelde waarde eis. • Binnen deze kavels worden gebouwen als eenheid ontwikkeld, in één plan, met één bouwsysteem en met één bouwdoos. • Indien ondernemers minder oppervlak willen afnemen zullen ze in gezamenlijkheid moeten ontwikkelen. • Een aantal kavels wordt beschikbaar gesteld voor bedrijven met weinig bebouwing en veel open terrein (aangegeven op kaart). Voor deze kavels gelden afwijkende voorwaarden. Ligging langs de A20 (…) Voorwaarden: • Bebouwingshoogte minimaal drie lagen of 12 meter. Gebouwdelen van minder dan drie lagen zijn nooit langer dan 30 % van de totale gevellengte. (…) • Sterk georiënteerd op A20 met etalageachtige uitstraling op het niveau van 1e en of 2e verdieping (min[i]maal 50 % glas) (…) Contracten Om in aanmerking te komen voor een erfpachtcontract moet de bebouwing voldoen aan de randvoorwaarden. Indien bebouwing nog niet voldoet kan verlenging van erfpacht voor 5 of 10 jaar worden overeengekomen met een bijgevoegd bouwplan (dat voldoet aan de randvoorwaarden) dat binnen een bepaalde termijn moet worden uitgevoerd. Na uitvoering kan een erfpacht worden afgesloten d[ie] voor de volledige 99 jaar geldt. (…)” 2.6. In november 2016 is de Roadmap Next Economy (hierna: RNE) gepubliceerd door Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De RNE “omvat een geïntegreerde evaluatie van de impact van relevante globale tendensen voor onze regio. Deze evaluatie leidt tot een langetermijnstrategie, handelsperspectieven en projecten die de transitie naar de nieuwe economie stimuleren en een aantrekkelijk klimaat creëren voor talenten, bedrijven en investeerders, nieuwe ondernemingen en banen”. De RNE omvat onderwerpen als circulaire economie en smart energy. 2.7. In opdracht van de gemeente is in oktober 2019 een ontwikkelperspectief voor onder meer de Spaanse Polder opgesteld (hierna: de reva). De reva luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “InstrumentenDe transities die in het kader van de RNE nodig zijn, vragen behalve om een duidelijke strategie, ook om een stevige inzet van instrumenten door de gemeente. Het gaat daarbij o.a. om het volgende. Een nieuw bestemmingsplan Dit bestemmingsplan vertaalt de visie op het gebied in kaders voor a. afwegingen over bestemmingen en voorzieningen b. ruimtelijke kwaliteit en uitstraling vastgoed (groen; openbare ruimte) c. gebiedsindeling; Spaanse Polder; ‘s-Gravelandsepolder Noord en Zuid; A20 - etalage (…) Gronduitgifte; erfpacht Het erfpachtinstrument biedt, zeker nu in de komende 4 jaar zo’n 120 contracten aflopen, de mogelijkheden om bij nieuwe uitgiften te sturen op het creëren van schuifruimte, de gewenste circulaire economische ontwikkeling en de verduurzaming van het vastgoed (bouwmaterialen; energie; flexibiliteit van functies). Een toetsingskader voor duurzaamheid gebouwen ondersteunt dit. Erfpachters worden actief benaderd om met hen in gesprek te gaan over de condities waaronder nieuwe gronduitgifte kan plaats vinden. Belangrijke onderdelen daarbij zijn een minimale kavelgrootte van 1.250 m2, investeringen in duurzaamheid, een bonafide levenswandel en voldoende solvabiliteit. Toetsingskader Duurzaamheid Gebouwen Om de ambities van duurzaamheid uit de 5 RNE-transitiepaden (digitalisering, energietransitie, circulariteit, innovatie/samenwerking en inclusiviteit) concreet handen en voeten te geven is een ‘Toetsingskader Duurzaamheid Gebouwen’ ontwikkeld. (…)” 2.8. In februari 2019 heeft de gemeente aan de erfpachters de folder “Veelgestelde vragen over erfpacht op Spaanse Polder en ’s-Gravelandsepolder” (hierna: de Erfpachtfolder) verstrekt. In de Erfpachtfolder is onder meer het volgende opgenomen: “Uw recht op erfpacht van grond op het bedrijventerrein Spaanse Polder (…) is afgelopen of loopt af, wat nu? Er gaan nieuwe gronduitgiften plaatsvinden en dat betekent dat er nieuwe afspraken moeten worden gemaakt. Samen met u wil het gemeentelijk team van de gebiedsontwikkeling A20zone Schiedam bekijken of en hoe we tot een nieuwe gronduitgifte kunnen komen. Wat houdt de nieuwe regeling voor gronduitgifte voor u in? (…) B. U wilt een nieuwe gronduitgifte in erfpacht De gemeente en de ondernemer wensen beiden een nieuwe gronduitgifte. Voldoet u aan de voorwaarden, zoals hieronder vermeld? In dat geval wordt onderhandeld over een nieuwe gronduitgifte. De looptijd van de erfpacht is 99 jaar. Wat zijn de voorwaarden voor een nieuwe gronduitgifte? Er zijn voorwaarden voor de gronduitgifte in erfpacht. De gemeente geeft de grond uit in erfpacht voor een periode van 99 jaar. Het gaat voor de Spaanse Polder en ’s-Gravelandsepolder om vaste grondprijzen. Door vaste grondprijzen te hanteren, wil de gemeente u duidelijkheid geven. Aan een gronduitgifte zijn de onderstaande voorwaarden verbonden: - Passende locatie: Bevindt een onderneming zich op een passende locatie? Is de locatie geschikt voor het doel waarvoor het gebruikt wordt of gaat worden? Het terrein direct langs de snelweg vraagt bijvoorbeeld om bedrijven die graag gezien willen worden (hoogte van het gebouw speelt daarbij een rol). Natuurlijk geldt voor de bedrijventerreinen dat bedrijven moeten voldoen aan het bestemmingsplan. Daarnaast heeft de gemeente een DNA van deze gebieden voor ogen, een visie, waarbinnen bepaalde bedrijven wel of niet passen.- Geen kleine kavels: De kavel voor de gronduitgifte is minimaal 1.250 m² omdat een versnipperd bedrijventerrein niet wenselijk is. - Financieel solide: De onderneming moet financieel solide zijn omdat de gemeente enige zekerheid wil hebben ten aanzien van de toekomstige bedrijvigheid. De laatste vijf jaarrekeningen van de onderneming vormen daarbij het uitgangspunt. Het eigen vermogen bedraagt minimaal 25% van het totaal vermogen. - Het vastgoed: In uw erfpachtovereenkomst is opgenomen hoe om te gaan met uw vastgoed na beëindiging van het recht. Het uitgangspunt is dat het vastgoed moet worden gesloopt en de bodem gesaneerd. Tenzij na bouwkundig onderzoek komt vast te staan dat het vastgoed zodanig wordt aangepast dat het ‘functioneel nieuw’ is. Zowel bij vastgoed dat ‘functioneel nieuw’ is, als bij nieuwbouw is duurzaamheid een belangrijke factor bij de uitgifte van grond.” 2.9. De beleidsdoelen van de reva zijn door de gemeente uitgewerkt en vastgelegd in het “Toetsingskader Duurzaamheid Spaanse Polder en 's-Gravelandsepolder gemeente Schiedam” van 13 november 2019 (hierna: het Toetsingskader Duurzaamheid). Het Toetsingskader Duurzaamheid luidt, voor zover hier van belang, als volgt: “Het toetsingskader duurzaamheid is een middel speciaal ontwikkeld door specialisten om inzicht te geven in de manier waarop een ondernemer binnen het gebied Spaanse Polder en 'sGravelandsepolder zijn/haar gebouw of ontwikkelingsplan kan toetsen. (…) Middels het toetsingskader geeft de gemeente Schiedam invulling aan de heruitgifte van erfpacht aan gebouweigenaren en -gebruikers. Daarmee geeft de gemeente ook een aantal functioneel ruimtelijke, esthetische en duurzaamheidsimpulsen aan het totale bedrijventerrein in de Spaanse Polder en 'sGravelandsepolder. Het toetsingskader duurzaamheid stelt de randvoorwaarden waaraan (potentiële) ondernemers dienen te voldoen. Deze beknopte handleiding geeft toelichting op de verschillende prestatie-eisen uit het toetsingskader. Het toetsingskader waarover gesproken wordt heeft betrekking op de herontwikkeling van de opstallen binnen het bedrijventerrein.” 2.10. Op 15 november 2019 heeft de gemeente een brief met, voor zover thans van belang, de volgende inhoud aan de erfpachters gestuurd: “De gemeente Schiedam is met diverse ondernemers in gesprek over de uitgifte van grond in erfpacht op de bedrijventerreinen Spaanse Polder en ‘s-Gravelandsepolder. Bij nieuwe gronduitgiften is duurzaamheid een belangrijke factor. De ambitie is immers om hier duurzame, economisch sterke en toekomstbestendige bedrijventerreinen te realiseren. De gemeente heeft nu het Toetsingskader Duurzaamheid vastgesteld, waarmee u de duurzaamheid van uw gebouw, kantoor of plan kunt toetsen. Maar wat verstaat de gemeente onder duurzaam? Het Toetsingskader Duurzaamheid geeft een toelichting op de verschillende eisen die op het gebied van duurzaamheid aan een gebouw, kantoor of plan worden gesteld. Met deze schriftelijke toelichting kunt u vervolgens met behulp van een digitaal meetinstrument, het zogeheten GPR Gebouw, de toets maken. Aan de hand van verschillende thema’s kunt u de duurzaamheid meten. Per thema krijgt een gebouw of kantoor een waardering op een schaal van 1 tot 10. Voor uitgifte van grond in erfpacht is een GPR-score van 8 voor een gebouw noodzakelijk. De score is niet alleen de optelsom van het energieverbruik voor verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatoren. Ook de ‘gezondheid’ van een gebouw wordt gemeten aan de hand van geluidsoverlast, hoeveelheid frisse lucht, ventilatie en daglicht. Uiteindelijk wordt de totale score van de verschillende thema’s vertaald naar een kwaliteitslabel. Bovendien is het van belang om te bepalen of een gebouw zich leent voor renovatie of voor demonteren/nieuwbouw. Daarbij hanteert de gemeente twee ambitieniveaus voor de polders: een standaardniveau en een plusniveau. Voor bijvoorbeeld de zone langs rijksweg A20, die de etalage voor de polders vormt, heeft de gemeente een hoog ambitieniveau voor ogen. In het toetsingskader staan de twee ambitieniveaus uitgelegd aan de hand van een kaart.” 2.11. Op 20 januari 2020 is het bestemmingsplan Spaanse Polder 2020 (hierna: het bestemmingsplan 2020) gepubliceerd in het Gemeenteblad. Op 8 maart 2020 is dit plan in werking getreden. 2.12. Tegen het bestemmingsplan 2020 is beroep aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ten tijde van de mondelinge behandeling was nog geen zittings- of uitspraakdatum in die procedure bekend. Ten aanzien van [naam eiser 1] en [naam eiser 2] staat verder het volgende vast 2.13. Bij leveringsakte van 7 januari 2002 hebben [naam eiser 1] en [naam eiser 2] verkregen “het recht van erfpacht tot dertig juni tweeduizend zestien (30-6-2016) van een perceel grond, eigendom van - en liggende in - de Gemeente Schiedam aan de [straatnaam 1] , (…), met de zich daarop bevindende opstallen bestaande uit een bedrijfspand, plaatselijk bekend [adres 1] ” (hierna: het erfpachtrecht [adres 1] ). 2.14. De akte van uitgifte in erfpacht van 1 maart 1957 ten aanzien van het erfpachtrecht [adres 1] luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “De comparanten verklaarden, dat deze uitgifte en aanvaarding in erfpacht is geschied onder de voorwaarden van het model van erfpachtvoorwaarden, vastgesteld door de Raad der Gemeente Schiedam bij besluit van de n[e]gen en twintigste April negentienhonderd een en twintig (…) zulks echter met inachtneming van de navolgende wijzigingen en aanvullingen:(…) 2. Het recht wordt geacht te zijn ingegaan op een Juli negentienhonderd zes en vijftig en eindigt op dertig Juni twee duizend zestien.” 2.15. Het “Model van voorwaarden van erfpacht voor inrichtingen van handel en nijverheid” van de gemeente van 29 april 1921 luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “HOOFDSTUK VII. Bescherming van de rechten van hypotheekhouders. 31. De ingeschreven hypotheekhouders zijn bevoegd te doen wat de erfpachter verzuimt te doen. Zoo kunnen o.a. door hen geldige betalingen worden gedaan. Van elke aanschrijving of aanzegging, gericht tot den erfpachter, die aanleiding tot het uitspreken der vervallenverklaring van het recht kan geven, wordt den ingeschreven hypotheekhouders onverwijld afschrift gezonden, voorzoover zij van hun optreden aan Burgemeester en Wethouders kennis gaven. (…) HOOFDSTUK X. Verplichtingen van den erfpachter na het einde van het recht. 39. Bij eindiging van het recht zal de erfpachter binnen zes maanden na die eindiging, het terrein, ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt, in behoorlijken staat vrij en onbezwaard opleveren. Wat na dien termijn op of in het terrein wordt aangetroffen zal de Gemeente naar verkiezing tot zich mogen nemen, of ten koste van den erfpachter mogen doen opruimen, onverminderd hare rechten om vergoeding van kosten, schaden en interessen te eischen.” 2.16. [naam eiser 1] en [naam eiser 2] hebben het erfpachtrecht [adres 1] gekocht als belegging. De zich daarop bevindende opstallen (hierna: het pand [adres 1] ) zijn steeds verhuurd geweest aan autoherstelbedrijven. Voor de eerste verhuur heeft de gemeente bij brief van 23 januari 2002 toestemming verleend. 2.17. Op 25 februari 2004 heeft [naam eiser 1] aan [naam eiser 2] een recht van hypotheek verleend op ”het één/tweede onverdeeld aandeel in het recht van erfpacht tot dertig juni tweeduizend zestien (306-2016) van een perceel grond, eigendom van - en liggende in - de Gemeente Schiedam (…) [adres 1] ”. 2.18. In een brief van 23 juni 2009, geadresseerd aan “ [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , p/a [adres 2] ”, heeft de gemeente meegedeeld dat de contractuele einddatum van het erfpachtrecht [adres 1] 1 juli 2016 is, dat er bij het eind van het recht twee mogelijkheden zijn (beide partijen wensen een nieuwe grondregeling aan te gaan of (één van) partijen wensen (wenst) dat niet) en dat het om in aanmerking te komen voor heruitgifte nodig is dat wordt meegewerkt aan de door de gemeente beoogde herstructurering van de Spaanse Polder. 2.19. Bij brief van 15 december 2016 heeft de gemeente het volgende aan [naam eiser 2] bericht: “U bent – samen met [naam eiser 1] – erfpachter van het perceel gelegen [adres 1] (…). De erfpacht heeft een contractuele looptijd tot 1 juli 2016. Op 23 juni 2009 hebben wij u een brief gezonden met informatie over de gevolgen van het einde van de erfpachttermijn en de samenhang met de herstructurering van het bedrijventerrein waar het perceel op is gelegen. In deze brief hebben wij onder meer aangegeven dat u - indien u niet geïnteresseerd bent in heruitgifte van het perceel, dit perceel bij het einde van het recht conform de bepalingen uit het erfpachtcontract aan de gemeente op diende te leveren. U heeft geen interesse in heruitgifte laten blijken. Dit betekent dat wij de erfpacht per contractuele einddatum als geëindigd beschouwen en dat u het terrein binnen zes maanden na de einddatum - in casu vóór 1 januari 2017 - ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt, in behoorlijke staat vrij en onbezwaard aan de gemeente dient op te leveren. Wij verzoeken u derhalve zo snel mogelijk maatregelen te treffen zodat u het terrein tijdig conform de erfpachtbepalingen aan ons op kunt leveren. Desgewenst zijn wij bereid om de zich op het perceel bevindende opstallen - op uw kosten - voor u te slopen en zo nodig eventuele verwijtbare bodemverontreiniging te saneren.” 2.20. Bij e-mailbericht van 22 december 2016 heeft [naam eiser 2] aan de gemeente meegedeeld dat hij en [naam eiser 1] de brief van de gemeente van 23 juni 2009 niet hebben ontvangen, dat zij de erfpacht wensen voort te zetten en dat zij daarover in overleg willen treden met de gemeente. Dat e-mailbericht hebben zij voorts per aangetekende brief van 23 december 2016 aan de gemeente toegestuurd. 2.21. Bij brief van 21 maart 2017, waarvan een kopie aan [naam eiser 1] is gezonden, heeft de gemeente het volgende meegedeeld aan [naam eiser 2] : “U geeft aan de brief van de gemeente van 23 juni 2009 niet te kennen. Bijgaand zenden wij u een kopie van de destijds verzonden brief. Los van het feit of u deze brief al dan niet hebt ontvangen, mocht u als erfpachter geacht worden bekend te zijn met de einddatum van de erfpacht en de daaraan verbonden consequenties. De erfpacht is geëindigd op 30 juni 2016. Wij hebben inmiddels opdracht gegeven het einde van de erfpacht te laten inschrijven in de openbare registers. U geeft aan geïnteresseerd te zijn in voorzetting van de erfpacht c.q. heruitgifte in erfpacht. Voortzetting is - nu de erfpacht is geëindigd - geen optie meer. Met betrekking tot de mogelijkheid het perceel opnieuw in erfpacht aan u uit te geven delen wij u het volgende mee. U heeft het perceel verhuurd zonder de hiervoor vereiste schriftelijke toestemming aan de gemeente te hebben gevraagd. Deze toestemming is evenmin verleend. Dit betekent dat de verhuring onbevoegd is aangegaan en het gebruik van het perceel in strijd is met de erfpachtvoorwaarden. Bij een integrale controle die onlangs op het bedrijventerrein waar het perceel is gelegen is gehouden, zijn bij uw huurder en in het op het perceel gevestigde pand diverse overtredingen c.q. verdachte omstandigheden geconstateerd. Wij houden u - als verhuurder - hiervoor mede aansprakelijk. Bovenstaande leidt er toe dat wij met u geen nieuwe erfpachtrelatie wensen aan te gaan. Nu u het perceel niet op de in de erfpachtvoorwaarden aangegeven wijze aan ons hebt opgeleverd, stellen wij u aansprakelijk voor de schade die hieruit voor de gemeente voortvloeit. Wij maken voorts aanspraak op de huurpenningen vanaf 1 juli 2016. Wij verzoeken u ons per ommegaande de huurovereenkomst met uw huurder toe te sturen en uw huurder te informeren dat de huurpenningen met ingang van 1 april 2017 rechtstreeks aan de gemeente dienen te worden betaald. Nadat wij de huur zullen hebben beëindigd zullen wij op uw kosten de sloop van de zich op het perceel bevindende opstallen verzorgen”. 2.22. Op 29 maart 2017 heeft de gemeente een “verklaring einde recht van erfpacht” doen inschrijven in de openbare registers. Deze verklaring luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “verklaring einde recht van erfpacht, zonder (of met) zakelijke rechten, door verstrijken termijn waarvoor het recht van erfpacht was gevestigd en welke binnen 6 maanden na expiratiedatum door de gemeente als geëindigd wordt beschouwd. geen betekening aan de zakelijk gerechtigden (…) de gemeente Schiedam hierna te noemen: de gemeente: De comparante verklaarde het navolgende. Aan : (…) [naam eiser 1] , (…), en, (…) [naam eiser 2] (…), behoort, ieder voor de onverdeelde helft, in eigendom toe: het recht van erfpacht op een perceel grond gelegen te Schiedam, en in eigendom toebehorende aan die gemeente (…) met de rechten van de erfpachter op de zich op die grond bevindende opstallen, plaatselijk bekend te Schiedam als [adres 1] . (…) Ten aanzien van het hiervoor omschreven recht van erfpacht heeft de gemeente aan de erfpachter, middels exploit, ter kennis gebracht, op grond van haar moverende, in het exploit vervatte, redenen, dat zij het recht van erfpacht per expiratiedatum als geëindigd beschouwt, zodat op deze datum, conform het bepaalde in BW 5:98 lid 1, het erfpachtrecht geëindigd is. Teneinde een en ander, aan de Hypotheekbewaarder, alsmede aan derden, kenbaar te maken heeft de comparante, in haar gemelde hoedanigheid, mij, notaris, verzocht om dit feit in te schrijven ten kantore van de Dienst voor het Kadaster en de Openbare Registers door inschrijving van [de] aan de erfpachter uitgebrachte exploiten de dato twee en twintig december tweeduizend zestien (22-12-2016). Bedoeld[e] exploiten zullen aan de onderhavige akte worden vastgehecht en ter mede-inschrijving ten Kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers worden aangeboden. (…) De gemeente is er door mij, notaris, nadrukkelijk op gewezen dat er op het, thans vervallen zijnde, recht van erfpacht een zakelijk recht is gevestigd, dit blijkens genomen inschrijving ten Hypotheekkantore alwaar het registergoed onder res[s]orteert (…).” 2.23. Bij besluit van 31 juli 2017 is aan de toenmalige gebruiker van het pand [adres 1] een last tot sluiten opgelegd wegens het op 28 juni 2017 in het pand aantreffen van: “(…) • 0,6 gram cocaïne; • 58,3 gram heroïne. (…) • motorblok waarvan de unieke code onleesbaar is gemaakt; • Twee navigatiesystemen waarvan de unieke code onleesbaar is gemaakt; • Lege gripzakjes • Goederen die worden gebruikt in hennepkwekerijen, zoals plantenpotten, een afzuigsysteem en groeimiddel; • Een vuurwapen; • Twee patroonmagazijnen, waarvan één geschikt is om te gebruiken in combinatie met het aangetroffen vuurwapen. Het andere magazijn is bestemd voor een ander - niet aangetroffen - vuurwapen; • Munitie, geschikt om met genoemd vuurwapen te worden afgeschoten; • Afluisterapparatuur en gsm-jammers; • Identiteitspapieren; • Mobiele telefoons; • Een schietboekje.” De burgemeester van Schiedam heeft de algehele sluiting van het pand [adres 1] bevolen voor de duur van twaalf maanden, tot 1 augustus 2018. 2.24. Op 24 december 2019 hebben [naam eiser 1] en [naam eiser 2] samen met [naam eiser 4] bij de gemeente een schetsplan ingediend voor het erfpachtperceel [adres 1] en het belendende erfpachtperceel van [naam eiser 4] aan de [adres 3] (hierna: het erfpachtrecht [adres 3] ), teneinde in aanmerking te komen voor heruitgifte. 2.25. In januari 2020 hebben [naam eiser 1] en [naam eiser 2] een kort geding tegen de gemeente aangespannen. Bij vonnis in kort geding van 31 januari 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vorderingen van [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , die er onder meer toe strekten het erfpachtrecht [adres 1] met twee jaar te verlengen en de gemeente te verbieden het pand [adres 1] te slopen, afgewezen. 2.26. Een brief van de advocaat van [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , die bij deurwaardersexploot van 27 januari 2020 aan de gemeente is betekend, luidt voor zover thans van belang als volgt: “Cliënten oefenen het retentierecht uit op de opstal aan [adres 1] te Schiedam. [naam eiser 2] doet dat tevens uit hoofde van zijn hoedanigheid als hypotheekhouder. Cliënten oefenen het retentierecht mede uit, omdat zij een vordering jegens de gemeente hebben terzake her-uitgifte en herontwikkeling, alsmede een geldvordering wegens schade welke is aangebracht in het pand, mede door toedoen van de gemeente. Het retentierecht wordt uitgeoefend op basis van art. 5:100 BW alsmede op basis van art. 3:290 BW jo. 6:52 BW.” 2.27. Bij brief aan de gemeente van 6 februari 2020 hebben [naam eiser 1] en [naam eiser 2] het beding in artikel 39 van de erfpachtvoorwaarden vernietigd. 2.28. Nadat de gemeente bij e-mailbericht van 20 februari 2020 aan [naam eiser 1] en [naam eiser 2] had meegedeeld voornemens te zijn het pand [adres 1] op 27 februari 2020 te slopen, hebben [naam eiser 1] en [naam eiser 2] , samen met [naam eiser 4] , nogmaals een kort geding tegen de gemeente aangespannen teneinde de sloop tegen te houden. Bij mondeling vonnis in kort geding van 26 februari 2020 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van [naam eiser 1] , [naam eiser 2] en [naam eiser 4] afgewezen. 2.29. Op 24 februari 2020 hebben [naam eiser 1] en [naam eiser 2] samen met [naam eiser 4] bij de gemeente een nieuw schetsplan ingediend om in aanmerking te komen voor heruitgifte. 2.30. Het pand aan de [adres 1] is inmiddels gesloopt. Ten aanzien van [naam eiser 4] staat verder vast 2.31. In 2014 is [naam eiser 4] ermee bekend geworden dat hij het erfpachtrecht [adres 3] kon kopen. [naam eiser 4] heeft daarop bij de gemeente geïnformeerd naar de voorwaarden van de erfpacht. Daarbij is hem medegedeeld dat het zich op het perceel bevindende bedrijfspand (hierna: het pand [adres 3] ) zou moeten worden gerenoveerd. Voorafgaand van de koop van het erfpachtrecht heeft [naam eiser 4] daarover met de heer Vos van de gemeente gesproken. 2.32. Bij brief van 25 juli 2014 heeft de Teamleider Vastgoed en Grondzaken bij de gemeente, aan de voormalig rechthebbende van het erfpachtrecht [adres 3] het volgende meegedeeld (voor zover thans van belang): “Hierbij delen wij u mede, dat wij (…) toestemming verlenen het erfpachtrecht (…) over te dragen aan [naam eiser 4] , (…). (…) 3. het erfpachtperceel heeft een looptijd tot 1 juli 2016. In de geldende erfpachtvoorwaarden is bepaald dat de erfpachter het erfpachtterrein bij het einde van het recht, ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt, in behoorlijke staat, vrij en onbezwaard dient op te leveren. Verkoper en koper dienen in de akte van overdracht uitdrukkelijk te verklaren dat zij zich bewust zijn van de naderende einddatum van het recht en de daaraan verbonden consequenties, met name de verplichting van de erfpachter om het terrein op de einddatum op te leveren zoals in het erfpachtcontract is overeengekomen. Bij aflopende erfpachtrechten bestaat de mogelijkheid in aanmerking te komen voor een nieuwe erfpachtuitgifte. In dat geval dient men te zijner tijd een plan aan de gemeente te presenteren dat voldoet aan de in december 2012 door de gemeenteraad van Schiedam vastgestelde 'Revitalisatievisie Spaanse Polder en 's Graveland-Zuid'. Tevens zal dan met een taxatie moeten worden aangetoond dat er waardecreatie plaatsvindt zodat een toekomstbestendige ontwikkeling tot stand wordt gebracht.” (…) Hoogachtend,Burgemeester en wethouders van Schiedam, Namens dezen, de Teamleider Vastgoed en Grondzaken[naam en handtekening]” 2.33. Bij leveringsakte van 27 augustus 2014 heeft [naam eiser 4] verkregen “het recht van erfpacht, eindigend op dertig juni tweeduizend zestien van een perceel grond gelegen te Schiedam en in eigendom toebehorende aan die gemeente, (…) met de rechten van de erfpachter op de zich op die grond bevindende opstallen, uitmakende een bedrijfsruimte met toebehoren, plaatselijk bekend als [adres 3] (…)”. In de leveringsakte is het volgende opgenomen: “ERFPACHTVOORWAARDEN (…) In bedoelde brief van vijfentwintig juli tweeduizend veertien van de gemeente Schiedam, komt voorts letterlijk voor: "3. het erfpachtperceel heeft een looptijd tot 1 juli 2016. In de geldende erfpachtvoorwaarden is bepaald dat de erfpachter het erfpachtterrein bij het einde van het recht, ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt, in behoorlijke staat, vrij en onbezwaard dient op te leveren. Verkoper en koper dienen in de akte van overdracht uitdrukkelijk te verklaren dat zij zich bewust zijn van de naderende einddatum van het recht en de daaraan verbonden consequenties, met name de verplichting van de erfpachter om het terrein op de einddatum op te leveren zoals in het erfpachtcontract is overeengekomen. Bij aflopende erfpachtrechten bestaat de mogelijkheid in aanmerking te komen voor een nieuwe erfpachtuitgifte. In dat geval dient men te zijner tijd een plan aan de gemeente te presenteren dat voldoet aan de in december 2012 door de gemeenteraad van Schiedam vastgestelde “Revitalisatievisie Spaanse Polder en 's Graveland-Zuid”. Tevens zal dan met een taxatie moeten worden aangetoond dat er waarde(…)creatie plaatsvindt zodat een toekomstbestendige ontwikkeling tot stand wordt gebracht. ”” 2.34. De akte van uitgifte in erfpacht van 22 februari 1957 luidt, voor zover relevant, als volgt: “De comparanten verklaarden, dat deze uitgifte en aanvaarding in erfpacht is geschied onder de voorwaarden van het model van erfpachtvoorwaarden, vastgesteld door de Raad der Gemeente Schiedam bij besluit van de negen en twintigste April negentienhonderd een en twintig (…) zulks echter met inachtneming van de navolgende wijzigingen en aanvullingen: (…) 2. Het recht wordt geacht te zijn ingegaan op een Juli negentienhonderd zes en vijftig en eindigt op dertig Juni twee duizend zestien.” 2.35. Na verkrijging van het erfpachtrecht [adres 3] heeft [naam eiser 4] de zich daarop bevindende bedrijfsruimte gerenoveerd. 2.36. Bij exploot van 3 februari 2015 heeft de gemeente het volgende aan [naam eiser 4] meegedeeld: “U bent erfpachter van het perceel gelegen [adres 3] (…). Met betrekking tot dit recht delen wij u hierbij nu reeds mee dat de gemeente Schiedam na afloop van de erfpachttermijn de vrije beschikking wenst te hebben over het gehele erfpachtterrein. Conform de bepalingen in het erfpachtcontract dient u het terrein binnen zes maanden na de eindiging van het recht ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt (waaronder opstallen en bodemverontreiniging), in behoorlijke staat vrij en onbezwaard op te leveren. (…)” 2.37. Samen met [naam eiser 1] en [naam eiser 2] heeft [naam eiser 4] in december 2019 een eerste en op 24 februari 2020 een tweede schetsplan ingediend bij de gemeente om in aanmerking te komen voor heruitgifte van het recht van erfpacht. Ten aanzien van [naam eiser 3] staat verder vast: 2.38. Bij leveringsakte van 18 juni 2010 heeft [naam eiser 3] (samen met [naam 1] ) verkregen: “1. het recht van erfpacht, eindigende op één oktober tweeduizend negentien, van een perceel grond, eigendom van de gemeente Schiedam, kadastraal bekend gemeente Schiedam, sectie [sectie] nummers [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] , (…) met de rechten van de erfpachter op de zich op die grond bevindende opstallen, plaatselijk bekend te Schiedam, [adres 8] en [adres 9] ; 2. het recht van erfpacht, eindigende op één oktober tweeduizend negentien, van een perceel grond, eigendom van de gemeente Schiedam, kadastraal bekend gemeente Schiedam, sectie [sectie] nummer [nummer 4] , (…) met de rechten van de erfpachter op de zich op die grond bevindende opstallen, plaatselijk bekend te Schiedam, [adres 5] , [adres 6] en [adres 7] ;” 2.39. Op de erfpachtrechten bedoeld onder 2.38 zijn, voor zover thans van belang, de volgende erfpachtvoorwaarden van toepassing: Percelen [nummer 3] , [nummer 4] , [nummer 1] en [nummer 2] : “Artikel 22 1. Indien het erfpachtrecht eindigt door verloop van de termijn, waarvoor het is verleend, en een nieuwe overeenkomst met de erfpachter niet wordt aangegaan wegens gebrek aan overeenstemming doordat de Gemeente de canon hoger wenst te stellen dan hij zou zijn geworden, wanneer het een tussentijdse herziening zou betreffen, dan zullen de opstallen door de Gemeente worden overgenomen tegen een door deskundigen te bepalen bedrag. 2. (…) 3. Indien het erfpachtrecht eindigt door verloop van de termijn waarvoor het is verleend, en om andere redenen een nieuwe overeenkomst met de erfpachter niet wordt aangegaan, dan kan de Gemeente te harer keuze: a van de erfpachter verlangen, dat binnen 6 maanden na de eindiging het terrein, ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt, in behoorlijke staat vrij en onbezwaard wordt opgeleverd; hetgeen nadien op of in het terrein wordt aangetroffen zal de Gemeente naar verkiezing tot zich mogen nemen of op kosten van de erfpachter mogen doen opruimen, onverminderd haar recht om vergoeding van kosten, schade en interessen te eisen; b de opstallen tegen afbraakwaarde, door deskundigen te schatten, over te nemen; de koopsom wordt aan de erfpachter uitgekeerd na aftrek van de verschuldigde kosten en van hetgeen hij verder met betrekking tot het erfpachtrecht aan de Gemeente schuldig is. (…).” 2.40. Op het erfpachtrecht met betrekking tot perceel [nummer 3] is daarnaast (ingevolge de akte van uitgifte in erfpacht van 26 september 1994) van toepassing: “Artikel 21 opstallen en oplevering bij einde recht na verloop van erfpachtstermijn (…) B. 1. Indien de erfpacht eindigt door verloop van de termijn, waarvoor het is verleend, en om andere redenen een nieuwe overeenkomst met de erfpachter niet wordt aangegaan, is de erfpachter verplicht binnen zes maanden na eindiging van het recht het erfpachtsterrein, ontdaan van hetgeen zich daarop of daarin bevindt, inclusief bebouwing, beplantingen en verken, in behoorlijke staat waaronder ook begrepen wordt vrij van funderingen en verontreinigingen, vrij en onbezwaard wordt op te leveren. Onder vrij van verontreinigingen wordt begrepen dat zich geen stoffen in de bodem mogen bevinden die naar de dan - datum oplevering geldende maatstaven schadelijk zijn te achten voor het milieu, rekening houdend met het ingevolge deze erfpachtsvoorwaarden toegestane grondgebruik. Hetgeen nadien op of in het terrein wordt aangetroffen zal de gemeente na verkiezing tot zich mogen nemen of op kosten van de erfpachter mogen doen opruimen, onverminderd haar recht om vergoeding van kosten, schade en interessen te eisen.” 2.41. Bij leveringsakte van 20 november 2014 heeft [naam eiser 3] verkregen “het recht van erfpacht met betrekking tot een bedrijfspand met verder toebehoren gelegen te [adres 4] , kadastraal bekend gemeente Schiedam, sectie [sectie] , nummer [nummer 5] ”, welk erfpachtrecht eindigt op 30 september 2019. In de leveringsakte is het volgende opgenomen: “Bij aflopende erfpachtrechten bestaat de mogelijkheid in aanmerking te komen voor een nieuwe erfpachtuitgifte. In dat geval dient men te zijner tijd een plan aan de gemeente te presenteren dat voldoet aan de in december 2012 door de gemeenteraad van Schiedam vastgestelde ‘Revitalisatievisie Spaanse Polder en ‘s Graveland-Zuid'. Tevens zal dan met een taxatie moeten worden aangetoond dat er waardecreatie plaatsvindt zodat een toekomstbestendige ontwikkeling tot stand wordt gebracht.” In de dagvaarding is dit recht van erfpacht door [naam eiser 3] - kennelijk abusievelijk - aangeduid als betrekking hebbend op perceel [nummer 6] in plaats van [nummer 5] . 2.42. Ingevolge een akte van verdeling van 28 juli 2016 heeft [naam eiser 3] het onverdeelde aandeel van de erfpachtrechten bedoeld onder 2.38 van [naam 1] geleverd gekregen. 2.43. De percelen waarop de erfpachtrechten van [naam eiser 3] zijn gevestigd zijn tezamen 2.732 m² groot en volledig bebouwd. 2.44. [naam eiser 3] heeft de schilrenovatie, vereist op grond van de BKS 2012, uitgevoerd aan het pand op de in erfpacht aan hem uitgegeven grond. 2.45. Op 27 maart 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen medewerkers van de gemeente en (onder meer) [naam eiser 3] . Het door de gemeente opgemaakte verslag van dat gesprek luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “ [naam 2] licht de gebiedsontwikkeling toe. Zij geeft hierbij aan dat de bedrijvigheid op het bedrijventerrein de boventoon voert. Alle nieuwe uitgiften worden op basis hiervan beoordeeld en op basis van de vastgestelde gronduitgifte criteria, te weten een kavelgrootte van minimaal 1.250m², solvabiliteit, de branchering en het leeg en ontruimd opleveren van de kavel tenzij sprake is van de mogelijkheid om het bestaande gebouw economisch en functioneel toekomst bestendig te maken. Ook moet er aandacht zijn voor toepassing van duurzaamheidsmaatregelen. De gegadigde zal aan een Bibob onderzoek onderworpen worden. Tevens dient een verklaring van goed betalingsgedrag overhandigd te worden. Indien aan een aantal nog nader vast te stellen criteria wordt voldaan is het mogelijk om het bestaande pand zodanig aan te passen dat dit als functioneel nieuw in de toekomst meekan. De criteria voor het toekomstbestendig maken van panden worden op dit moment door een bouwkundig bureau vastgesteld. Stedenbouwkundig worden aan het pand ook eisen gesteld, zoals een open uitstraling.” 2.46. Bij brief van 7 augustus 2019 heeft de gemeente het volgende aan [naam eiser 3] bericht: “U bent erfpachter en heeft uit dien hoofde de volgende erfpachtrechten: Het erfpachtrecht van het perceel gelegen aan [adres 5] , [adres 6] en [adres 7] , (…) Het erfpachtrecht van het perceel gelegen aan [adres 4] , (…) Het erfpachtrecht van het perceel gelegen aan [adres 8] , (…) Het erfpachtrecht van het perceel gelegen aan [adres 9] , kadastraal bekend (…) I, nummer [nummer 2] , (…); - Het erfpachtrecht van het perceel gelegen aan [adres 9] , kadastraal bekend (…) I, nummer [nummer 3] , (…). Einde erfpacht en oplevering De erfpachtrechten hebben een contractuele looptijd tot 1 oktober 2019. Wij delen u hierbij mede dat wij, in het kader van de herontwikkeling van het bedrijventerrein, de erfpachtrechten per genoemde datum als geëindigd zien. Wij attenderen u erop dat op grond van de toepasselijke Erfpachtvoorwaarden u de percelen binnen zes maanden na 1 oktober 2019, derhalve uiterlijk op 1 april 2020, ontdaan van wat zich daarop of daarin bevindt (waaronder opstallen en verwijtbare bodemverontreiniging), in behoorlijke staat vrij en onbezwaard dient op te leveren. Voorwaarden Indien u aan de door de gemeente gestelde voorwaarden voldoet, kunt u in aanmerking komen voor een nieuwe erfpachtuitgifte. De voorwaarden van gronduitgifte zijn terug te vinden via www.schiedam.nl/erfpachtpolders. Aanvullend merken wij op dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van het uitgifteproces. Voorts dient een bewijs van goed betalingsgedrag overgelegd te worden. Om voor een gronduitgifte in aanmerking te komen, dient onder meer de oppervlakte van het perceel minimaal 1.250 m2 te zijn. Voor de goede orde merken wij op dat de oppervlakte van de huidige percelen samen voldoende is om zelfstandig voor een nieuw erfpachtrecht in aanmerking te komen. (…) Mogelijkheid indienen plan Indien u meent aan alle voorwaarden van uitgifte te kunnen voldoen bestaat voor u, als huidige erfpachter, de mogelijkheid om een plan voor een herontwikkeling in te dienen voor de percelen [nummer 4] , [nummer 5] , [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] . (…) Indien u niet tot herontwikkeling overgaat verzoeken wij u ons uiterlijk 31 december 2019 op de hoogte te stellen van uw voornemens c.q. de datum van oplevering van de percelen.” De link “www.schiedam.nl/erfpachtpolders” verwees ten tijde van verzending van deze brief naar de erfpachtfolder. 2.47. [naam eiser 3] heeft een in zijn opdracht opgesteld “revitalisatieplan naar de mogelijkheden van de huidige bebouwing” aan [straatnaam 2] en [straatnaam 3] , gedateerd 12 februari 2018, ingediend bij de gemeente. 2.48. Op 15 oktober 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen (medewerkers van) de gemeente en [naam eiser 3] . Het door de gemeente opgestelde verslag van dat gesprek luidt, voor zover thans van belang, als volgt: “ [naam 2] meldt dat het per e-mail ingediende plan is ontvangen. Uit de tekening blijkt dat het bestaande gebouw gebruikt zal worden voor de herontwikkeling. Zij geeft aan dat dan noodzakelijk is om het bestaande gebouw bouwkundig en energetisch te laten onderzoeken door een ingenieursbureau. Het nieuwe plan moet qua duurzaamheid GPR 8 halen.” 2.49. Sinds maart 2019 zijn [naam eiser 3] en de gemeente in gesprek over heruitgifte van de rechten van erfpacht van [naam eiser 3] . Ten aanzien van de stichting staat verder vast: 2.50. De stichting is opgericht door [naam 3] , erfpachter van een perceel in de Spaanse Polder. 2.51. Het in de oprichtingsakte omschreven doel van de stichting luidt: “[H]et verdedigen van de collectieve belangen van erfpachters, vastgoedeigenaren en huurders die financieel getroffen worden door het slechte erfpachtbeleid van de gemeente Schiedam, en het verrichten van al wat hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichter of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.” 2.52. De stichting wordt gesteund door 69 donateur-erfpachters. 3. De vorderingen in conventie 3.1. De erfpachters vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: “Ten aanzien van eisers sub I en II ( [naam eiser 1] en [naam eiser 2] ): Primair I. gedaagde [de gemeente, in de vorderingen afwisselend als gedaagde en als de Gemeente aangeduid; opmerking rechtbank] te gebieden met eisers sub I en II ( [naam eiser 1] en [naam eiser 2] ) in gesprek te gaan, gelijk zij met de andere erfpachters doet, over de heruitgifte van het recht van erfpacht in het kader van de herontwikkeling van het gebied de Spaanse Polder in de gemeente Schiedam in lijn met de beleidsvoorwaarden daaromtrent; II. te verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door het retentierecht van [naam eiser 1] en [naam eiser 2] te schenden; III. te verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens [naam eiser 2] door diens hypotheekrecht zonder kennisgeving te laten doorhalen in het kadaster; IV. te verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door roerende goederen uit het Pand [naam eiser 1] [naam eiser 2] te (laten) verdwijnen/verduisteren (mede) door het onrechtmatig toegang verschaffen door de Gemeente aan de destijds uitgezette huurder, en gedaagde dientengevolge schadeplichtig is; V. de in het lichaam van deze dagvaarding onder punten 253 en 266 opgesomde bedingen (…) althans de daarvoor in aanmerking komende bedingen [te vernietigen], dan wel nietig te verklaren of buiten werking te stellen, althans deze erfpachtvoorwaarden voor zover nodig te wijzigen in redelijke bepalingen; VI. te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens [naam eiser 1] en [naam eiser 2] in strijd heeft gehandeld met één of meer in het rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijke bestuur, althans met het zorgvuldigheidsbeginsel; VII. gedaagde te veroordelen - tegen behoorlijk bewijs van kwijting - tot betaling van de schade als gevolg van het tenietgaan door toedoen van gedaagde van het (economisch) eigendom van de gebouwde onroerende zaak van eisers sub I en II ( [naam eiser 1] en [naam eiser 2] ) op het erfpachtperceel aan de [adres 1] met zich meebrengt ter hoogte van EUR 2.340.550,18 aan (…) eisers sub I en II ( [naam eiser 1] en [naam eiser 2] (…), althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie vaststelt; VIII. gedaagde te veroordelen - tegen behoorlijk bewijs van kwijting - tot betaling aan eisers sub I en II ( [naam eiser 1] en [naam eiser 2] ) van de overige schade op te maken bij staat; Ten aanzien van eiser sub III ( [naam eiser 3] , [handelsnaam] ): IX. gedaagde te gelasten het (verlengde) recht van erfpacht van eiser sub III ( [naam eiser 3] ), althans het gebruik van het perceel, met twee jaar te verlengen, althans voor een zodanige duur als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren; X. de in het lichaam van deze dagvaarding onder punten 256, 257, 258, 259, 260, 261 en 274 t/m 289 opgesomde bedingen (…) althans de daarvoor in aanmerking komende bedingen [te vernietigen], dan wel nietig te verklaren of buiten werking te stellen, althans deze erfpachtvoorwaarden voor zover nodig te wijzigen in redelijke bepalingen; XI. gedaagde te verbieden om het [p]and [naam eiser 3] te slopen gedurende de duur van het gebruik van het pand [naam eiser 3] door [naam eiser 3] , althans, gedurende een door de rechtbank te bepalen termijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,- per dag dat de Gemeente dit verbod negeert, met een maximum van EUR 500.000,-, met dien verstande dat indien het [p]and [naam eiser 3] volledig is gesloopt de Gemeente de maximale dwangsom ineens verbeurt, gelet op de draagkracht van gedaagde en het verlies van vermogen indien toch tot sloop van het pand wordt overgegaan; XII. gedaagde te gebieden met eiser sub III ( [naam eiser 3] ) in gesprek te gaan, gelijk zij met de andere erfpachters doet, over de heruitgifte van het recht van erfpacht in het kader van de herontwikkeling van het gebied de Spaanse Polder in de Gemeente zonder daarbij de voorwaarden voortvloeiend uit BKS 2009 en BKS 2012 als voorwaarden te stellen; Subsidiair XIII. gedaagde te veroordelen tot betaling van de schade die het tenietgaan van het (economisch) eigendom van de gebouwde onroerende zaak van eiser sub III ( [naam eiser 3] ) op het erfpachtperceel aan de De Hoopweg 13 te Schiedam met zich meebrengt ter hoogte van EUR 1.300.000,- aan eiser sub III ( [naam eiser 3] ), althans een zodanig bedrag [al]s de rechtbank in goede justitie vaststelt; Ten aanzien van eiser sub IV ( [naam eiser 4] ) XIV. [de gemeente] te verbieden om het [p]and [naam eiser 4] te slopen gedurende de duur van het gebruik van het pand door [naam eiser 4] , althans, gedurende een door u te bepalen termijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van EUR 500.000,-, met dien verstande dat indien het [p]and [naam eiser 4] volledig is gesloopt de Gemeente de maximale dwangsom ineens verbeurt, gelet op de draagkracht van gedaagde en het verlies van vermogen indien toch tot sloop van het pand wordt overgegaan; XV. gedaagde te gebieden met eiser sub IV ( [naam eiser 4] ) in gesprek te gaan, gelijk zij met de andere erfpachters doet, over de heruitgifte van het recht van erfpacht in het kader van de herontwikkeling van het gebied de Spaanse Polder in de Gemeente zonder daarbij de voorwaarden voortvloeiend uit BKS 2009 en BKS 2012 als voorwaarden te stellen; XVI. de in het lichaam van deze dagvaarding onder punten 254, 267 opgesomde bedingen (…) althans de daarvoor in aanmerking komende bedingen [te vernietigen], dan wel nietig te verklaren of buiten werking te stellen, althans deze erfpachtvoorwaarden voor zover nodig te wijzigen in redelijke bepalingen; XVII. te verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig jegens [naam eiser 4] heeft gehandeld door te bepalen dat zijn perceel niet voor herontwikkeling in aanmerking komt; XVIII. te verklaren voor recht dat de Gemeente ten aanzien van [naam eiser 4] , [naam eiser 1] en [naam eiser 2] in strijd heeft gehandeld met één of meer in het rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijke bestuur, althans met het vertrouwensbeginsel en/of het zorgvuldigheidsbeginsel; XIX. te verklaren voor recht dat de Gemeente onrechtmatig jegens [naam eiser 4] heeft gehandeld door het Pand [naam eiser 1] [naam eiser 2] te slopen waardoor het [naam eiser 4] onmogelijk wordt gemaakt zich nog te kunnen conformeren aan de BKS 2009 en/of BKS 2012; Ten aanzien van alle eisers: XX. [t]e verklaren voor recht dat de duurzaamheidseis die de Gemeente stelt als voorwaarde voor heruitgifte van de erfpacht nietig is, althans in strijd met een of meer beginselen van behoorlijk bestuur en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of in strijd is met de maatschappelijk[e] zorgvuldigheid en/of de op haar rustende zorgplicht; XXL [t]e verklaren voor recht dat de bouwhoogte eis (om bestaande panden te verhogen met één of meerdere bouwlagen) die de Gemeente stelt als voorwaarde voor heruitgifte (na renovatie) van de erfpacht nietig is, althans in strijd met een of meer beginselen van behoorlijk bestuur en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of in strijd is met de maatschappelijk[e] zorgvuldigheid en/of de op haar rustende zorgplicht; XXII. [t]e verklaren voor recht dat de eis van een minimale perceeloppervlakte van 1.250 m2 die de Gemeente stelt als voorwaarde voor heruitgifte van de erfpacht nietig is, althans in strijd met een of meer beginselen van behoorlijk bestuur en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of in strijd is met de maatschappelijk[e] zorgvuldigheid en/of de op haar rustende zorgplicht; XXIII. [t]e verklaren voor recht dat de solvabiliteitseis die de Gemeente stelt als voorwaarde voor heruitgifte van de erfpacht nietig is, althans in strijd met een of meer beginselen van behoorlijk bestuur en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid en/of in strijd is met de maatschappelijk[e] zorgvuldigheid en/of de op haar rustende zorgplicht; XXIV. [t]e verklaren voor recht dat de Gemeente voor heruitgifte van de erfpacht aan eisers slechts een beroep kan doen op het vigerende bestemmingsplan van 2004 en de beeldkwaliteitsstrategie 2012, althans het huidige kader van regelgeving dat de wettelijk voorgeschreven procedures heeft doorlopen; XXV. Te verklaren voor recht dat de Gemeente verplicht is tot heruitgifte van de erfpacht aan eisers als eisers voldoen aan de (alternatieve) solvabiliteitseis, een minimale oppervlakte van 1.250 [m]2 en het plan van eisers past binnen de beeldkwaliteitsstrategie 2012 en het bestemmingsplan van 2005; Ten aanzien van [naam eiser 1] , [naam eiser 2] , [naam eiser 3] en [naam eiser 4] Primair XXVI te verklaren voor recht dat de handelwijze van gedaagde: - de notariële akten einde erfpacht niet betekenen bij desbetreffende erfpachters en hypotheekhouder- onrechtmatig is en dat gedaagde dientengevolge schadeplichtig is jegens eisers; XXVII. te verklaren voor recht dat de duurzaamheidseisen als omschreven in het lichaam van de dagvaarding in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn; XXVIII.(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.