Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/153171-19 Datum uitspraak: 5 februari 2021 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , raadsman mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht. 1. Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 januari 2021. 2. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. Eis officier van justitie De officier van justitie mr. J. Wooldrik heeft gevorderd: vrijspraak van het onder 2 primair gelegde; bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair, 3, 4 (ten aanzien van een bedrag van € 21.610.-) en 5 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest; de verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag van € 21.610,-. 4. Waardering van het bewijs 4.1. Vrijspraak zonder nadere motivering (feit 2 primair) Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. 4.2. Bewezenverklaring zonder nadere motivering (feit 5) Het onder 5 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.3. Bewijswaardering (feit 1) Standpunt verdediging Aangevoerd is dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde uitlokking van diefstal (met braak), omdat niet voldaan is aan de voorwaarden voor de strafbaarheid van uitlokking. Niet kan worden vastgesteld dat [naam 1] (hierna: [naam 1] ) daadwerkelijk navigatiesystemen uit voertuigen heeft weggenomen. Beoordeling De rechtbank gaat uit van het volgende. De verdachte heeft in de periode van 24 april 2019 tot en met 26 juni 2019 (met zijn telefoonnummer eindigend op [nummer 1] ) meermalen telefonisch contact gehad met [naam 1] . Uit de tapgesprekken volgt dat [naam 1] (gestolen) navigatiesystemen kon leveren op bestelling. De verdachte heeft dit ter terechtzitting ook bevestigd. Op 24 april 2019 om 18:19 uur belt de verdachte naar [naam 1] en vraagt hem of hij vannacht tijd heeft. Hij vraagt hem of hij die Becker Modules kent, die kleine kastjes die in het dashboard kastje zitten van een Mercedes auto. De verdachte zegt hem dat hij er vijftien nodig heeft. Op 25 april 2019 belt de verdachte weer naar [naam 1] en vraagt hem of hij al begonnen is. [naam 1] zegt hem dat hij er vier heeft en dat hij ‘s avonds weer verder gaat. Op 26 april 2019 om 18:01 uur belt [naam 1] wederom met de verdachte. Hij vraagt aan de verdachte of hij nog nodig heeft en dat hij vanavond met iemand gaat. De verdachte zegt tegen [naam 1] dat hij er nu 30 nodig heeft en dat het toch makkelijk is: alleen het raam intikken, het dashboard open doen en dan daarboven indrukken, dan komt ie er zo uit. [naam 1] belt vervolgens met een NN-man en zegt tegen die man dat ze snel geld kunnen verdienen door langs 30 waggies te gaan, ruitje in tikken, dashboard open en gelijk die chip pakken. Op 27 april 2019 belt de verdachte wederom met [naam 1] en zegt hem dat ‘ze’ zitten in Mercedes A-Klasse, B-klasse, C-klasse, E-klasse, noem maar op. De rechtbank is, op grond van de tapgesprekken en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, van oordeel dat de verdachte [naam 1] heeft uitgelokt tot diefstal met braak. De verdachte heeft een (groot) aantal navigatiesystemen bij hem “besteld” en naar aanleiding van die bestelling is [naam 1] ’s nachts op pad gegaan. Gelet op het tapgesprek waarin [naam 1] aangeeft dat hij ‘vier kastjes heeft’ gaat de rechtbank, net als de officier van justitie, ervan uit dat hij in de nacht van 24 op 25 april 2019 op verzoek van de verdachte in elk geval vier navigatiesystemen uit voertuigen heeft weggenomen. De verdachte wist dat [naam 1] zich bezig hield met auto-inbraken, vraagt of hij in de nacht tijd heeft en vraagt hem daarna of hij al begonnen is. De verdachte zegt in een later gesprek dat hij de buit zal kopen en legt [naam 1] nogmaals uit hoe “eenvoudig” zo’n diefstal is uit te voeren. De verdachte bevestigt daarmee dat hij ook al voordien opzet gehad om [naam 1] aan te zetten tot de auto-inbraken met als buit van (delen van) navigatiesystemen uit die voertuigen. Nadien geeft de verdachte hem inlichtingen over de wijze van verkrijgen van dergelijke navigatiesystemen. Inlichtingen voor een mogelijke nieuwe bestelling, die bijdragen aan de overtuiging en de handelswijze van de eerdere diefstallen. 4.4. Bewijswaardering (feiten 2 subsidiair en 3) Standpunt verdediging Ten aanzien van feit 2 is door de verdediging aangevoerd dat het onduidelijk is om welke navigatiesystemen het precies gaat en wat de herkomst is van die navigatiesystemen, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van (gewoonte)heling. Het enkele feit dat de verdachte telkens met software de codes van het betreffende navigatiesysteem achterhaalde en een aantal maal deze codes schreef op de betreffende navigatiesysteem alvorens hij deze verkocht, levert nog geen verhullen of verbergen op. De verdachte moet daarom ook worden vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde (gewoonte)witwassen. Beoordeling Op 26 juni 2020 is de verdachte aangehouden. In totaal zijn er – in tassen in de auto van zijn vader, in de door hem gehuurde garagebox, in een Skoda Fabia die geparkeerd stond bij de garagebox, en onder de verdachte zelf – 50 navigatiesystemen aangetroffen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij handelde in navigatiesystemen en dat de aangetroffen navigatiesystemen zijn voorraad was. Na onderzoek bleek dat 16 navigatiesystemen, dus ruim 30 procent van deze voorraad, van diefstal afkomstig was. De verdachte handelde, onder meer via Marktplaats, in gebruikte navigatiesystemen. Hij achterhaalde met behulp van RNS Software telkens de bijbehorende codes, en schreef deze op de navigatiesystemen, waarna ze werden doorverkocht. Zonder code konden de navigatiesystemen namelijk niet in een (ander) voertuig geïnstalleerd worden. In mei 2019 heeft de verdachte een gestolen navigatiesysteem, met stift voorzien van een code, verkocht en verzonden aan [naam 2] . En op 20 juni 2019 heeft de verdachte een gestolen navigatiesysteem, met bijbehorende code, verkocht aan een pseudokoper. De verdachte hield geen enkele administratie bij en registreerde zijn in- en verkoop niet. Hij registreerde niet de identiteit van de verkoper, verkreeg kennelijk bij aankoop niet de codes, en verifieerde ook verder de herkomst van de door hem ingekochte navigatiesystemen niet, los van het incidenteel checken via de app Stop Heling. De verdachte heeft niets willen verklaren over de persoon of personen van wie hij de navigatiesystemen heeft ingekocht, in welke staat zij waren en wat hij er voor heeft betaald. Daarbij komt dat hij, zoals reeds hierboven overwogen, hij eerder de diefstal met braak van navigatiesystemen heeft uitgelokt en daarbij inlichtingen verschafte over de te volgen werkwijze bij zo’n auto-inbraak. Ook heeft de verdachte naar aanleiding van een geplande pseudokoop op 26 juni 2019 van twee navigatiesystemen daaraan voorafgaand Whatsapp gesprekken gevoerd met een onbekend gebleven persoon over het feit dat hij dacht dat de koper van de politie was. Die persoon zou op de uitkijk gaan staan omdat het, als de koper van de politie zou zijn, dan gevaarlijk was. Niets in deze gang van zaken duidt op legale handel. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van de navigatiesystemen (telkens) wist dat dit van misdrijf afkomstige goederen betrof. Hij heeft zich dus schuldig gemaakt aan (opzet)heling, en hij heeft daar aldus een gewoonte van gemaakt. Door telkens de codes op te zoeken en deze code met stift op de navigatiesystemen te schrijven voordat hij ze verkocht heeft hij tevens de illegale herkomst ervan verhuld dan wel verborgen. Gelet op de frequentie van deze witwashandelingen heeft hij ook daar een gewoonte van gemaakt. 4.5. Bewijswaardering (feit 4) Verdenking witwassen geld Standpunt verdediging De raadsman heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van witwassen omdat het in beslag genomen geld een legale herkomst heeft. Het is spaargeld van de familie en dus niet van enig misdrijf afkomstig. De verdachte heeft daarvoor een verifieerbare en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven. Beoordeling Op 26 juni 2019 is de verdachte aangehouden door de politie. Vlak na zijn aanhouding heeft de vader van de verdachte, medeverdachte [naam medeverdachte] , zijn woning verlaten met een aantal bigshoppers met daarin spullen afkomstig uit de slaapkamer van de verdachte. In deze bigshoppers is, naast een aantal navigatiesystemen en een taser, door de politie een contant geldbedrag van € 26.610,- aangetroffen. De navigatiesystemen en de taser waren in elk geval van de verdachte. Het geldbedrag is aangetroffen in een van de tassen, naast een aantal telefoons. Gelet op de samenhang tussen de inhoud van de tassen, acht de rechtbank bewezen dat het geldbedrag ook afkomstig was van de kamer van de verdachte, met uitzondering van het geld in de envelop waar de naam van de vader van de verdachte op was geschreven. Over dit laatste geldbedrag zal de rechtbank afzonderlijk oordelen. Hiermee staat vast dat de verdachte de rest van het geldbedrag in de periode voorafgaand aan zijn aanhouding voorhanden heeft gehad. Op grond van de beschikbare bewijsmiddelen is er geen rechtstreeks verband te leggen tussen het aangetroffen geld en een bepaald misdrijf. Naar vaste rechtspraak kan toch bewezen worden verklaard dat voorwerpen “uit enig misdrijf” afkomstig zijn, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Als de vastgestelde feiten en omstandigheden zonder meer een vermoeden van witwassen rechtvaardigen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de voorwerpen. Zo'n verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Gelet op de hoogte van het aangetroffen contante geldbedrag, de wijze waarop het geld werd vervoerd in combinatie met de wisselende verklaringen over de herkomst en het doel van het geld en het gebrek aan legale inkomsten van de verdachte sinds 2017, is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is nu niet direct een legale economische verklaring voorlag voor dit grote contante geldbedrag en dat derhalve van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. De verdachte heeft tot aan de zitting van 22 januari 2021 niet over de herkomst van het geld willen verklaren. Pas tijdens de terechtzitting van 30 januari 2020 is namens de verdachte gesteld dat zijn vader het geld op een legale manier heeft verkregen. Ter onderbouwing van deze stelling zijn op 11 maart 2020 getuigen, allen familieleden van de verdachte, gehoord bij de rechter-commissaris. Zij hebben daar verklaard dat zij in een tijdsbestek van jaren contant geld hebben gespaard in een gezamenlijke pot. Volgens de verdediging is hiermee voldaan aan de eisen die aan een verklaring over de herkomst van het geld worden gesteld. In zijn algemeenheid wint een verklaring aan geloofwaardigheid als deze vroeg in het opsporingsonderzoek wordt afgelegd en daarna bevestiging vindt in latere getuigenverklaringen van objectieve derden of in (technische) onderzoeksresultaten. Verder kunnen de algemene (on)waarschijnlijkheid, (on)verklaarbaarheid of mate van voorstelbaarheid van hetgeen door een verdachte als verklaring wordt gegeven voor zijn handelen een rol spelen bij het waarderen van een op die verklaring gebaseerd alternatieve verklaring. Dit geldt eens te meer indien de inhoud van die uiteindelijk afgelegde verklaring eenvoudig is, niet afhankelijk van kennisneming van stukken en dergelijke, en een volstrekt onschuldige verklaring oplevert voor een door de politie aangetroffen situatie en/of andere bewijsmiddelen. Onder die omstandigheden is nog minder begrijpelijk dat die verklaring niet onmiddellijk in het eerste verhoor is afgelegd. De vader van de verdachte is aangetroffen in zijn auto, kort nadat hij te horen had gekregen dat zijn zoon was aangehouden. Eerder had de politie gezien dat de vader van verdachte een aantal grote tassen in de auto had gezet, en daarna wegreed. In de tassen werden een aantal navigatiesystemen aangetroffen. Maar ook telefoons, een grote hoeveelheid contant geld en een stroomstootwapen. Verder stelt de rechtbank vast dat, kort na de aanhouding van de verdachte, hij en alle andere betrokkenen toen in hun verhoren door de politie geen vragen met betrekking tot het aangetroffen geldbedrag hebben willen beantwoorden. In deze zaak volgt daaruit dat de verklaring, die er kort gezegd op neerkomt dat het geld in de tas, op € 5000,- na, geld was voor het bekostigen van de studies van de jongere zus en broer, niet geloofwaardig is. Er is dus sprake van witwassen van het geldbedrag, met uitzondering van die € 5.000,-. Dat bedrag is aangetroffen in een afzonderlijke envelop met de naam van de vader van de verdachte er op geschreven en voor dit bedrag is een – zij het pas na lange tijd – duidelijke en legale herkomst gesteld en geconcretiseerd, te weten een geldleenovereenkomst tussen de vader van de verdachte en diens broer [naam 3] . 4.6. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan. 1. [naam 1] in de periode van 24 april 2019 tot en met 26 juni 2019 te Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit personenauto's, althans voertuigen, heeft weggenomen vier navigatiesystemen en/of Becker Modules (onderdeel van navigatiesystemen), toebehorend aan een of meer tot op heden onbekend gebleven eigenaren, waarbij die [naam 1] de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak welk strafbaar feit verdachte in de periode van 24 april 2019 tot en met 26 juni 2019 in Nederland, door belofte(n)en het verschaffen van inlichtingen, opzettelijk heeft uitgelokt door opzettelijk: - die [naam 1] te vragen om grote aantallen navigatiesystemen en/of een grote hoeveelheid Becker Modules (onderdeel van navigatiesystemen) en - die (een) geldbedrag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.