RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9349184 \ CV EXPL 21-24354 uitspraak: 27 augustus 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de onderlinge waarborgmaatschappij Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A., gevestigd en kantoorhoudende te Schiedam, eiseres bij exploot van dagvaarding van 7 juli 2021, gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V. te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats gedaagde], gedaagde, gemachtigde: [naam]. Partijen worden hierna aangeduid als ‘DSW’ respectievelijk ‘[gedaagde]’.
- Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen: het exploot van dagvaarding, met producties; de aantekeningen van de griffier van het op de rolzitting van 27 juli 2021 door de gemachtigde van [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord. De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.
- De vaststaande feiten In deze procedure wordt uitgegaan van het volgende. 2.
- [gedaagde] is met DSW een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan, uit hoofde waarvan [gedaagde] een eigen bijdrage verschuldigd kan zijn voor de aan haar verleende zorg. Indien er aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding voor verleende zorg, dan geldt ingevolge artikel 19 van de Zorgverzekeringswet een verplicht eigen risico. 2.
- [gedaagde] heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van zorg. DSW heeft [gedaagde] in dat verband middels drie nota’s, gedateerd op respectievelijk 1 augustus 2020 en tweemaal 1 oktober 2020, een bedrag ter hoogte van € 258,05 aan eigen risico in rekening gebracht aan [gedaagde].
- De vordering 3.
- DSW heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 311,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 258,05 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. 3.
- Aan haar vordering heeft DSW - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat [gedaagde] in gebreke is gebleven met de betaling van het eigen risico. Het betreft een bedrag van € 285,05 aan hoofdsom. Wegens de vertraging in de betaling is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd over de hoofdsom. Die rente bedraagt tot de dag van de dagvaarding € 4,
- Door de wanbetaling van [gedaagde] zag DSW zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Die kosten ten bedrage van € 48,40 (inclusief btw) komen op grond van artikel 6:96 lid 5 BW voor rekening van [gedaagde].
- Het verweer 4.
- [gedaagde] heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist, maar voert aan dat eerdere pogingen tot het treffen van een betalingsregeling zijn gestrand, doordat de eerder voorgestelde regeling(en) financieel niet haalbaar bleken voor [gedaagde].
- De beoordeling 5.
- [gedaagde] heeft de stellingen van DSW niet betwist. In rechte moet daarom worden uitgegaan van de juistheid daarvan. Anzai is gehouden het eigen risico te betalen. De gevorderde hoofdsom ten bedrage van € 258,05 zal dan ook worden toegewezen. 5.
- [gedaagde] is bereid om de betalingsachterstand door middel van een regeling af te lossen. Op grond van artikel 6:29 BW is de kantonrechter niet bevoegd een betalingsregeling vast te stellen in het vonnis zonder instemming van DSW. De kantonrechter geeft [gedaagde] daarom in overweging zich binnen korte termijn na ontvangst van dit vonnis (nogmaals) tot de gemachtigde van DSW te wenden, teneinde alsnog te proberen om een betalingsregeling overeen te komen. 5.
- De gevorderde rente is als onbetwist en op de wet gegrond toewijsbaar en zal dan ook worden toegewezen. 5.
- DSW heeft aanspraak gemaakt op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft hier geen verweer tegen gevoerd. De kantonrechter stelt vast dat DSW voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassokosten zijn verricht. Voor de hoogte van de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Het gevorderde bedrag ter hoogte van € 40,00 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, alsmede de daarover gevorderde btw ten bedrage van € 8,
- In totaal zal een bedrag ter hoogte van € 48,40 worden toegewezen. 5.
- [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, bestaande uit verschotten en gemachtigdensalaris. De verschotten zijn vastgesteld op € 126,00 aan griffierecht en € 123,60 aan exploot- en informatiekosten. Het salaris voor de gemachtigde van DSW wordt begroot op (1 punt à) € 75,
- De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om aan DSW tegen kwijting te betalen € 311,20, vermeerderd met de wettelijke rente over € 258,05 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening; veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van DSW vastgesteld op € 249,60 aan verschotten en € 75,00 aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 50724