Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/681005-16 Datum uitspraak: 3 november 2021 Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van: [persoon A] (de ter beschikking gestelde), geboren te [geboorteplaats A] op [geboortedatum A] , feitelijk verblijvende op het adres [adres A] , [postcode A] [woonplaats A] , raadsman mr. F.J.V.H. Stoffels, advocaat te Zevenbergen. 1.Inleiding Bij vonnis van deze rechtbank van 27 juli 2016 is de terbeschikkingstelling van [persoon A] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van het plegen van ontucht met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 27 juli 2016. Bij beslissing van deze rechtbank van 11 augustus 2020 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar. 2.Procesverloop De rechtbank heeft op 21 juni 2021 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd dan wel later toegezonden. Bij beslissing van deze rechtbank van 6 augustus 2021 is de beslissing op deze vordering tot verlenging van de maatregel aangehouden teneinde de psychiater aanvullend te laten rapporteren. De vordering is op de openbare terechtzitting van 3 november 2021 wederom behandeld. De officier van justitie mr. M. Boekhoud, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en de deskundige de heer [persoon B] , werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord. 3.Adviezen Advies psychiater Psychiater [persoon C] adviseert in het rapport, gedateerd 19 oktober 2021, de terbeschikkingstelling niet te verlengen. De psychiater rapporteert dat diagnostisch kan worden gesproken van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een pedofiele stoornis van het niet exclusieve type gericht op meisjes. De psychiater stelt geen gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vast, in het bijzonder is geen sprake meer van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Op basis van het voorliggende onderzoek zijn er onvoldoende aanwijzingen om de eerder gestelde diagnoses schizoïde persoonlijkheidsstoornis en een autismespectrumstoornis vast te kunnen stellen. De ter beschikking gestelde heeft goed geprofiteerd van langdurige en intensieve behandeling bij de forensische polikliniek De Tender (aanvankelijk diverse jaren vierdaagse dagbehandeling en aansluitend individuele gesprekken). Deze behandeling is officieel afgerond. Onder de huidige omstandigheden, in het kader van de maatregel met voorwaarden en met begeleiding door de reclassering en gesprekken met De Tender, wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Indien de maatregel nu zou worden opgeheven, dan valt de begeleiding door de reclassering weg. De ter beschikking gestelde is voornemens om zijn gesprekken bij De Tender op vrijwillige basis voort te zetten en heeft zijn huisarts ingelicht over zijn situatie. Hij heeft diverse beschermende factoren gerealiseerd, zoals zijn werk, zijn sociale netwerk en zijn vrijetijdsbesteding. De kans op een nieuw zedendelict met kinderen op de korte termijn (minder dan zes maanden) en op de middellange termijn (tussen zes maanden en twee jaar) wordt als laag ingeschat en op de langere termijn (langer dan twee jaar) als hooguit laag tot laag-matig. Advies reclasseringDe reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 8 juni 2021, de terbeschikkingstelling niet te verlengen. Dit rapport houdt verder onder meer het volgende in. De behandeling bij forensisch polikliniek De Tender is recent, in mei 2021, positief afgesloten. Door de (dag)behandeling en nazorg-gesprekken heeft de ter beschikking gestelde veel geleerd en inzicht gekregen in zijn seksualiteit, zijn behoeften, zijn verlangens en de risicofactoren op recidiverend gedrag. Hij heeft aangegeven op vrijwillige basis de gesprekken bij De Tender te willen voortzetten. Het leven van de ter beschikking gestelde is al geruime tijd in balans. Hij heeft een vaste baan en inkomen, het contact met zijn kinderen is goed en hij heeft een sociaal netwerk om zich heen waarmee hij tevreden is. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. 4.Standpunt van partijen Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Standpunt van de ter beschikking gestelde De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben afwijzing van de vordering bepleit. 5.Beoordeling Op grond van de adviezen en wat verder op de terechtzitting naar voren is gekomen is de rechtbank van oordeel dat niet meer wordt voldaan aan de wettelijke vereisten om tot verlening van de maatregel over te gaan. Niet langer kan worden gezegd dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de maatregel wordt verlengd. De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie dan ook afwijzen. 6.Beslissing De rechtbank: wijst af de vordering van de officier van justitie. Deze beslissing is gegeven door mr. D.C.J. Peeck, voorzitter, en mrs. A.M.G. van der Kragt en L.B. Esser, rechters, in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.