RECHTBANK ROTTERDAM Team familie Zaak-/rekestnummer: C/10/610825 / FA RK 20-10314 Externe referentie: [referentienummer] Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 6 januari 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) op verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier, met betrekking tot: [naam betrokkene] , geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] , hierna: betrokkene, wonende te [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] , thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal, advocaat mr. J. Oversluizen te Rotterdam.
- Procesverloop 1.
- Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 januari 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 3 januari 2021 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 3 januari 2021; de medische verklaring opgesteld door drs. [naam psychiater] , psychiater, van 3 januari 2021; de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; de relevante politiegegevens van betrokkene. 1.
- De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 januari
- Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord: betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat; [naam AIOS] , AIOS, verbonden aan Antes. 1.
- De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
- Beoordeling Bij aanvang van de opname was er sprake van verward gedrag bij betrokkene, (mogelijk) onder invloed van lachgas, alcohol en andere middelen. Daarnaast vertoonde betrokkene fysiek agressief gedrag naar de verpleging. Voornoemd gedrag is reden tot zorg, maar er doet zich op dit moment geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de zorgverlener dat betrokkene na de opname rustiger is geworden en dat er is geen sprake van restverschijnselen die kunnen duiden op een psychotische stoornis. Een langere opname acht de zorgverlener niet nodig. Gelet op het voorgaande bestaat er op dit moment onvoldoende grond om verplichte zorg toe te kunnen wijzen. De rechtbank wijst het verzoek daarom af.
- Beslissing De rechtbank wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 6 januari 2021 mondeling gegeven door mr. F.J. Koningsveld, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier en op 12 januari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.