RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 9157323 \ CV EXPL 21-13688 uitspraak: 29 oktober 2021 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Infomedics B.V., gevestigd te: Almere, eiseres bij exploot van dagvaarding van 15 maart 2021, gemachtigde: Bosveld Incasso en gerechtsdeurwaarders te Rotterdam, tegen [gedaagde] , woonplaats: [plaats] , gedaagde, die in persoon procedeert. Partijen worden hierna aangeduid als Infomedics respectievelijk [gedaagde] . 1.Het verloop van de procedure 1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken: het exploot van dagvaarding, met producties; de conclusie van antwoord; de conclusie van repliek, met producties; de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde] ; de akte aan de kant van Infomedics. 1.2 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. 2.De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast. 2.1 [gedaagde] heeft op 19 september 2020 een tandheelkundige behandeling ondergaan bij Tandartsenpraktijk De Tandenmolen (hierna: de tandarts). 2.2 De kosten van deze behandeling bedroegen € 20,59 en zijn bij factuur van 23 september 2020 aan [gedaagde] in rekening gebracht. 2.3 De tandarts heeft zijn vordering inzake de kosten van deze behandeling bij akte van cessie overgedragen aan Infomedics Finance B.V. 3.De vordering 3.1 Infomedics heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 60,67 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2020 tot de dag van algehele betaling en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2 Infomedics heeft naast de onder 2. genoemde vaststaande feiten samengevat weergegeven het volgende aan vordering ten grondslag gelegd. [gedaagde] is, ondanks daartoe te zijn aangemaand tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting jegens de tandartspraktijk, door ondanks daartoe te zijn aangemaand, de factuur van 23 september 2020 van € 20,59 onbetaald te laten. Infomedics vordert betaling van dit bedrag uit hoofde van nakoming van de overeenkomst. Infomedics vordert op grond van artikel 6:96 BW een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en maakt op grond van artikel 6:119 BW aanspraak op de wettelijke rente, die berekend tot 10 maart € 0,17 bedraagt. 4.Het verweer 4.1 [gedaagde] heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [gedaagde] is in mei 2020 bij de tandarts geweest voor een wortelkanaalbehandeling. Deze behandeling is niet goed uitgevoerd want hij bleef kiespijn houden. In totaal is hij 3 keer bij de tandarts geweest. De tweede keer dat hij terugging heeft de tandarts geboord, maar na drie weken had hij nog steeds pijn. De derde keer heeft de tandarts een foto gemaakt om te beoordelen waar de pijn vandaan kwam. Op de foto waren geen bijzonderheden te zien en de tandarts vertelde dat de pijn na 2 maanden vanzelf weg zou zijn. [gedaagde] ontving een factuur voor de gemaakte foto. [gedaagde] is het niet eens met deze factuur. De tandarts heeft de foto gemaakt om te controleren of hij zijn werk goed heeft gedaan. Hij vindt het niet eerlijk dat hij moet betalen voor behandelingen die verricht moesten worden om eerder gemaakte fouten te herstellen. Als de tandarts zijn werk goed had uitgevoerd had [gedaagde] niet steeds terug hoeven komen. [gedaagde] heef nog steeds problemen met zijn gebit; de kies is zwart geworden. Hij gaat nu naar een andere tandarts om de aangebrachte schade te herstellen. Er is ook verteld dat [gedaagde] niet hoefde te betalen, maar toch heeft hij een factuur gekregen. 5.De beoordeling 5.1 Niet in geschil is dat [gedaagde] een geneeskundige behandeling bij de tandarts heeft ondergaan en dat hij daar in beginsel kosten voor verschuldigd is. 5.2 [gedaagde] heeft bij dupliek aangevoerd dat hem is verteld dat hij niet voor de behandeling van 23 september 2020 hoefde te betalen. Dit verweer wordt, als zijnde tardief gevoerd, verworpen. De wet bepaalt immers in artikel 128 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat alle verweren meteen aan het begin, dus bij conclusie van antwoord, dienen te worden opgeworpen. 5.3 De kantonrechter begrijp uit het bij antwoord gevoerde verweer dat [gedaagde] meent dat hij de factuur van 23 september 2020 niet hoeft te betalen omdat de tandarts, in zijn visie, haar werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. 5.4 Dit verweer gaat ervan uit dat een betalingsverplichting komt te vervallen wanneer de wederpartij de prestatie ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Dat uitgangspunt is onjuist. Nog daargelaten dat de tandarts betwist dat er (voorafgaand aan het maken van de foto) een ondeugdelijke prestatie is geleverd, blijft het een feit dat er een röntgenfoto is gemaakt, waarvan de kosten voor [gedaagde] komen. Het verweer van [gedaagde] treft dan ook geen doel. Dit brengt met zich dat de hoofdsom van € 20,59 zal worden toegewezen. 5.5 De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten komt voor toewijzing in aanmerking, nu met het versturen van de brief van 16 februari 2021, die bij dagvaarding als productie 2 is overgelegd, is voldaan aan de vereisten zoals neergelegd in artikel 6:96, zesde lid BW. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke zal worden toegewezen voor het gevorderde bedrag van € 40,00, dat jegens [gedaagde] redelijk is, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht. 5.6 De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat Infomedics deze kosten reeds aan haar incassogemachtigde betaald heeft. De gevorderde rente op rente is in strijd met de desbetreffende wettelijke bepaling en daarom niet voor toewijzing vatbaar. Voor het overige wordt de wettelijke rente als niet weersproken toegewezen zoals hierna bij de beslissing vermeld. 5.7 [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van Infomedics vastgesteld op € 215,44 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde. (2 punten van € 37,00 per punt) 6.De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics tegen kwijting te betalen een bedrag van € 60,67 (waarvan € 20,59 ziet op de hoofdsom, € 0,17 op de vervallen wettelijke rente en € 40,00 op de buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 20,59 vanaf 10 maart 2020 tot de dag van algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Infomedics vastgesteld op € 215,44 aan verschotten en € 74,00 aan salaris voor de gemachtigde; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 426
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.