← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2021:13559

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats: Dordrecht Bestuursrecht zaaknummer: ROT 20/5859 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2021 in de zaak tussen [naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser, en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb), verweerder, gemachtigde: mr. P. Stahl-de Bruin Eiser is zonder bericht van verhindering niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 10 november 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen

  1. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verschoonbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
  2. Eiser heeft op 15 september 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 juli 2020 (het bestreden besluit). Dit is buiten de termijn van zes weken, zodat het beroep te laat is ingediend. De rechtbank heeft eiser gevraagd naar de reden van de te late indiening van zijn beroep. Eiser heeft daarop geantwoord dat er misschien iets is misgegaan met de post waardoor hij geen brief van verweerder heeft ontvangen. Voor zover eiser hiermee betoogt dat hij het bestreden besluit van verweerder niet heeft ontvangen, slaagt dat betoog niet. Eiser heeft immers bij het beroepschrift een kopie van het bestreden besluit gevoegd. Uit het antwoord van eiser kan ook niet worden afgeleid dat hij het bestreden besluit niet binnen de beroepstermijn heeft ontvangen. Eiser heeft ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd waarom hij niet in staat was om binnen zes weken een beroepschrift in te dienen. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
  3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is op 10 november 2021 in het openbaar gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Dijkhoff, griffier. De griffier en de rechter zijn verhinderd dit proces-verbaal te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.