Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Bestuursrecht zaaknummers: ROT 21/276, ROT 21/278 en ROT 21/280 uitspraak van de meervoudige kamer van 18 november 2021 in de zaken tussen Mastercard Europe S.A. (Mastercard), te Waterloo (België), gemachtigden: mr. D.P. Kuipers, mr. P.M. Waszink, en mr. J. van Roosmalen International Card Services B.V. (ICS), te Diemen, gemachtigden: mr. J.C.M. van der Beek, mr. J.A. van Horzen, mr. J.H.A. van der Grinten en mr. J.P. Postma Magazijn “De Bijenkorf” B.V. (de Bijenkorf), te Amsterdam, gemachtigden: mr. J.M.M. van de Hel en mr. R. Rampersad, en de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster, gemachtigden: mr. F. van der Kraan, mr. R. Rodenrijs en mr. C. Vermeulen. Procesverloop Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft de ACM aan Mastercard en aan ICS een last onder dwangsom opgelegd die ertoe strekt dat Mastercard aan ICS in het kader van hun bestaande en toekomstige samenwerking geen vergoeding betaalt die per transactie meer bedraagt dan 0,3% van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 4 in verbinding met artikel 5 van Verordening (EU) 2015/751, dat ICS van Mastercard in het kader van hun bestaande en toekomstige samenwerking geen vergoeding verlangt (en ontvangt) die per transactie meer bedraagt dan 0,3% van de transactiewaarde en dat ICS in het kader van de co-brandingsamenwerking met de Bijenkorf aan laatstgenoemde geen vergoeding betaalt die per transactie meer bedraagt dan 0,3% van de transactiewaarde. Bij het niet tijdig opvolgen van de last verbeuren Mastercard en ICS per dag of gedeelte daarvan een dwangsom van € 250.000 tot een maximum van € 5 mln. Bij besluit van 7 december 2020 (het bestreden besluit) heeft de ACM besloten een geschoonde versie van het besluit van 22 oktober 2020 te publiceren. Mastercard, ICS en Bijenkorf hebben bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en de ACM verzocht toepassing te geven aan artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hetgeen de ACM heeft gedaan. Zij heeft de bezwaarschriften doorgestuurd aan de rechtbank om die als beroepschriften in behandeling te nemen. Voorts heeft de ACM besloten de feitelijke publicatie uit te stellen totdat op het beroep is beslist. De rechtbank heeft partijen aan het einde van de zitting van 8 juli 2021 in de zaken tegen het besluit van 22 oktober 2020 voorgehouden dat zij vooralsnog voornemens is de (directe) beroepen tegen dat besluit gegrond te verklaren en dat om die reden de zitting niet wordt voortgezet om de beroepen tegen het bestreden besluit te behandelen. Het onderzoek is om die reden in alle zaken gesloten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.